Op zoek naar Girls From Ipanema

Reizen

Op zoek naar Girls From Ipanema

Door -

Deel dit artikel

In het lied dat het startschot gaf voor de bossa nova probeert een man de aandacht van het mooiste meisje ter wereld te trekken. Tevergeefs. Girls From Ipanema is een zonnig en broeierig verhaal dat Mick Boskamp in 2001 voor Playboy schreef en dat zich afspeelde in Rio de Janeiro.

 

Tall and tan and young and lovely

The girl from Ipanema goes walking

And when she passes,

each one goes "a-a-ah!" – uit The Girl From Ipanema van Antonio Carlos Jobim

 

Het is half twaalf ’s avonds en Jezus Christus staat op de berg Corcovado. Hij heeft zijn armen gestrekt en hij geeft licht. Als je even zou vergeten dat er enorme verstralers op het beeld staan gericht, zou je zweren getuige te zijn van een wonder. De wereldvermaarde Britse Dj John Digweed staat bij de ingang van het dance festival dat wordt gehouden op het terrein naast de Joquei Club, de paardenrenbaan, schitterend gelegen in de Jardim Botanico, en kijkt schuin omhoog naar het beeld. “Als het straks 4 uur ’s ochtend is,” zegt hij, “staat hij niet meer met gestrekte armen, maar houdt hij zijn handen voor zijn oren.” Vervolgens wijst hij naar de tent die het dichtst bij de ingang staat en waarvan het zeil opbolt door de decibellen. “Daar gaan we weer,” zegt hij en hij haalt uit zijn broekzak twee oordopjes die verstandige Dj’s gebruiken om hun pensioen te kunnen halen. We werpen ons op als drager van een van de zware platenkoffers van Digweed. Hij heeft voor ons een backstage pass verzorgd en dan is het niet meer dan logisch dat je iets terug doet. Bovendien is het dragen van een platenkoffer erg handig als je doel is om als gringo Braziliaanse nachtdieren, in dit geval vrouwelijke nachtdieren, te observeren in hun natuurlijke habitat. Je wordt als sloofje van de Dj voor van alles uitgemaakt, maar in ieder geval niet voor indringer.

'Yes, it was amazing'

John begint te lopen en we sjokken er achteraan. Al na een paar minuten dreigen we hem kwijt te raken tussen de mensenmenigte naast de renbaan. Normaal gesproken houdt hij altijd in de gaten waar de platenkofferdrager loopt, en dat is begrijpelijk want in die koffer zit tenslotte zijn broodwinning, maar dit keer lijkt het net of hij niet meer weet dat we bestaan. Hij kijkt niet op of om. Na een nerveuze en zware wandeling (dat kreng weegt lood), waarbij we doorlopend mensen opzij duwen of zelfs opzij stoten met de koffer om maar een glimp van zijn achterhoofd op te kunnen vangen, komen we eindelijk bij de tent aan waar Digweed moet draaien. We zien nog net dat de Dj aan twee mannen van de beveiliging zijn backstage pass toont en langs een hek de tent in loopt. Die pas hoeven wij niet te laten zien, want tenslotte hebben wij een toegangsbewijs in handen dat aanzienlijk zwaarder weegt. In de tent staat Digweed voor zich uit te staren. We zetten de koffer neer bij zijn voeten en kunnen het niet laten om te zeggen: “Misschien onbelangrijk, maar hier zijn je platen.” Hij hoort niet wat we zeggen, buigt zich naar ons en toe en fluistert in ons oor: “Heb je dat gezien? Heb je die vrouwen hierbuiten gezien?”

We kijken voor ons uit. We zien laserstralen door de tent gaan en horen het publiek joelen, schreeuwen en op trommels slaan als betrof het een voetbalwedstrijd tussen Flamengo en Fluminese in plaats van een Dj die dansmuziek staat te draaien. En opeens gaan we achterstevoren terug en maken we de wandeling opnieuw. Opeens worden in ons onderbewustzijn beelden bevrijd die we niet wilden zien omdat we anders de Dj kwijt zouden raken. Beelden van vrouwen, van meisjes die nog niet eens in je allerstoutste dromen voorbij komen.

“Yes, it was amazing,” stamelen we. Digweed schudt zijn hoofd en zegt: “Weet je nog wat je jaren geleden tegen me hebt gezegd? Dat je overal honger mag krijgen, als je maar thuis komt eten? Well, by the time we get home, my friend, we’re starving.”

 

When she walks,

she's like a samba

That swings so cool

and sways so gentle

And when she passes,

each one goes "a-a-ah!"

Oh, but I watch her so sadly

How can I tell her I love her?

Yes, I would give my heart gladly

But each day when she walks to the sea

She looks straight ahead, not at me

 

Antonio Carlos Jobim (1917-1984), de koning van de bossa nova, kreeg haar niet, de Girl From Ipanema. Elke dag zat hij aan het gelijknamige strand en wachtte op haar. Als ze voorbij kwam, met haar lange, donkere steile haar, haar lichtbruine huid, haar ronde billen en haar perfecte buik met een uitpuilende navel als een door God vormgegeven ventiel, zag ze hem niet staan. Toen hij eindelijk de moed bij elkaar had verzameld om haar aan te spreken, gooide hij tijdens een etentje alles eruit wat een Braziliaanse man met een groot, opgebouwd verlangen in zich heeft. De apotheose van zijn hofmakerij was dat hij haar ten huwelijk vroeg. Het was het eerste afspraakje en hij wist op dat moment nog niet eens haar naam. Ze zei ‘nee’ en verdween uit zijn leven. In 1956 vertelde hij het droevige verhaal aan songtekstschrijver Vinicius de Morais die vervolgens met de lyrics voor het wereldvermaarde lied kwam.

Zo moet het gegaan zijn. Ongeveer.

1 man voor elke 10 vrouwen

Heloisa Pinhero, Jobim’s droomvrouw van toen, is nu, zoveel jaar laten, op 58-jarige leeftijd de eigenaresse van twee modellenbureaus en een sieradenlijn. Ze heeft een bestseller op haar naam staan, Because Of Love, waarin ze o.a. vertelt dat Jobim het nooit geaccepteerd heeft dat ze hem een blauwtje liet lopen. Als echt meisje van Ipanema, waar de golven hoger zijn dan bij het aangrenzende Copacabana en waar voor het dagjesvolk geen plek is, kwam Heloisa uit een rijk gezin. Als je door de foto-boeken van haar bureaus bladert, zie je die rijkdom geprojecteerd op de gezichten van de adembenemende modellen. Je ziet moreno’s, blanke meisjes met een zuiderlijk uiterlijk, caboclo’s, een mix van Europees en Indiaas, cabo verdes, zwarte meisjes met sluik haar, natuurlijk mulato’s, schoonheden met Afrikaans bloed, een lichte huid en soms lichtblauwe ogen en je ziet alles wat daar tussenin zit. Toch hebben die verschillende vrouwen, behalve natuurlijk dat ze goed hun brood verdienen met hun uiterlijk, een duidelijke overeenkomst met elkaar. Ze komen uit steden en gebieden, waar het grote geld rouleert en waar het verschil met de rest van dit land, waar armoe, analfabetisme en geweld de boventoon voeren, ronduit schokkend is.

En nergens, maar dan ook nergens in Brazilie, is die grote tegenstelling tussen rijk en arm zo duidelijk als in de strandstad. 

In Rio heb je 1 man voor elke 10 vrouwen, een extreme verhouding die een van de redenen is waarom deze plek zo tot de verbeelding spreekt. Maar echt een eerlijk beeld is het niet. Onderzocht is dat het tekort aan mannen voor een belangrijk gedeelte te maken heeft met het grote aantal jongens dat in Rio omkomt door geweld. Vooral in de sloppenwijken zorgen de bende-oorlogen om de drugsmarkt ervoor dat het mannen-bestand sterk wordt uitgedund. Van elke vier jongens tot 29 jaar wordt er 1 door vuurwapens gedood. Maar dat vindt dus allemaal plaats in de favela’s tegen de bergen op en niet in het gebied waar de districten Copacabana, Ipanema en Barra de heilige drie-eenheid van succes, rijkdom en luxe vormen. Daar zijn de verhoudingen behoorlijk recht getrokken en hoeft een man niet gillend onder tafel te kruipen als hij tien uitgehongerde vrouwen op zich af ziet komen.

Voor Rio een Godsvermogen

Hier, in de Zona Sul van Rio zijn er genoeg deelnemers voor het spel tussen man en vrouw. Een spel dat met zoveel vuur en overgave schijnt te worden gespeeld dat het beeld van Christus de ogen gesloten houdt.

Als je denkt dat het spel overwegend gespeeld wordt op de stranden heb je het mis. De stranden van Rio zijn tientallen kilometers lang en hoewel er sommige plekken zijn waar de mooiste vrouwen komen (ga op zondagmiddag kijken bij Pepe Beach op het strand van Barra en probeer vervolgens onder woorden te brengen wat je ziet), kun je begrijpen dat het zoeken is naar een naald in een zandberg.

Aan de echte actie (en interactie) hebben we even mogen ruiken toen we op het dance festival bij de paardenrenbaan waren. En dat doet ons besluiten om op die warme, broeierige zaterdagavond in Rio naar de meest exclusieve en hippe club van het moment te gaan, waar de concentratie mannen en vrouwen groter is dan aan de uitgestrekte stranden. De entree voor The Bed Room in Sao Conrado, de wijk tussen Barra en Ipanema in, bedraagt 30 real (1 real is ongeveer 1 gulden 15) en dat is voor Nederlandse begrippen misschien normaal, maar in Rio is het een Godsvermogen. Kortom: als je Girls From Ipanema zoekt, dan heb je een grote kans van slagen dat je ze in deze club vindt.

Het is half 1 ’s nachts. We zijn al een half uur binnen. Meestal heb je ongeveer een uur nodig om een enigszins weloverwegen mening over club en publiek te vormen. Maar hier wisten we het al na vijf minuten. The Bed Room, inclusief luxe restaurant met een wand van glas waarachter mensen zitten die zichtbaar niet genieten van het uitzicht op de feestmassa, is een zaak die je, als je een zekere verbondenheid zou voelen met de nouveau riche, bijzonder mooi zou vinden. De club verdient het eigenlijk niet om te worden bezocht door zoveel adembenemend mooie jonge vrouwen die met 3:2 in de meerderheid zijn. Misschien is er 1 reden te bedenken dat de club het publiek wel verdient en dat is dat die adembemend mooi jonge vrouwen 1 ding missen: soul. Ze missen dat kleine beetje carnaval tussen hun oren om er een echt feest van te maken. Er wordt weliswaar gedanst, maar er zit geen samba in die lichamen. Ze hebben het erg druk met letten op anderen en of die anderen ook op hen letten. Staand achter de ballustrade op de eerste verdieping (Het VIP-dek) met uitzicht op de dansvloer komen we tot de conclusie dat ze alles hebben, die vrouwen daar beneden. En dat ze met dat alles, in ieder geval vanavond, verdomde weinig doen.

'Blauwe ogen. Toerist?'

Uit onze ooghoeken zien we dat een nieuw gezelschap de trap op komt We zien dat er echt gelachen wordt; niet uit beleefdheid, niet alleen met de mondhoeken, maar als uitbarsting van pure pret. Erg vrolijk zijn ze. En erg vrouwelijk. Ze zijn op weg naar het VIP-dek, de plek waar we staan, want de trap waarop ze lopen, leidt onderaan alleen naar een aparte ingang voor speciale genodigden. Bovengekomen lopen de zes meisjes door naar de bar en bestellen een fles Dom Perignon  champagne. Dat gaat goed. Het langste meisje van de groep, met donkerbruin haar tot op de schouders, drinkt van haar flute, zet het glas vervolgens neer op een tafeltje en begint te dansen. Uitbundig te dansen. Sexy te dansen. Ze zou Indiaas, Italiaans, Grieks of Portugees bloed kunnen hebben. Maar waarschijnlijk is ze gewoon een mix van alle volkeren ter wereld. Ze danst anders dan al die andere vrouwen hier. Druppeltjes vocht parelen langs haar mooie, bruine hals. Haar haren worden vochtig van haar bezwete, perfecte gezicht. En haar slanke blote buik die vloeiend over gaat in heupen die afwisselend draaien en schokken laat een navel met piercing zien. Meer hoeft die jongen even niet te weten die aan een tafeltje dichtbij haar zit. Ze ziet dat hij onder hypnose van haar is en glimlacht. Vervolgens kijkt ze scheel naar hem. Als ze even later is uitgedanst, gaat ze op een bankje tegen de muur zitten. Haar vriendinnen komen om beurten een praatje met haar maken. Als ze even alleen is, gaan we naast haar zitten. “Je danst goed,” zeggen we in het Engels. “Dank je,” zegt ze in perfect Engels terug. “Blauwe ogen. Toerist?”

Als we vertellen dat we uit Nederland komen en hier zijn voor een reportage voor Playboy haalt ze opgelucht adem. “Dat is beter,” zegt ze. “Ik heb een hekel aan toeristen. Toeristen horen thuis in clubs waar hoeren komen. Playboy, mmm. Goed blad. Je zult het niet geloven, maar ik koop het altijd voor de verhalen.”

Ze heet Ellis. Haar ouders hebben haar genoemd naar de beroemde Braziliaanse bossa nova-zangeres, de veel te vroeg overleden Ellis Regina. Haar grootouders leven nog steeds en bezitten onroerend goed in Rio. Ze woont in een mooie flat in Barra, studeert Engelse letteren en heeft net een presentatie gedaan over film en literatuur. Als onderwerp had ze gekozen voor de verfilming van Macbeth door Roman Polanski. “Weet je wie die film heeft gefinancierd?” vragen we. Natuurlijk is het bij deze jonge vrouw vragen naar de bekende weg. “Je baas,” zegt ze. “Hugh Hefner.”

Dit wordt leuk. Van dichtbij kunnen we haar ogen nog beter zien. Grote amandelvormige ogen, waarvan je de kleur niet aan de weet komt omdat je dan al door ze bent opgeslokt.

“Die jongen daar had het wel naar zijn zin toen je stond te dansen,” merken we op.

“Het is geen kunst om een man een stijve te bezorgen,” zegt ze lachend. “Het is een kunst om hem aan het lachen te krijgen.”

“Als ik zo vrij mag zijn,” zeggen we. “Heb je dat zojuist allebei voor elkaar gekregen.”

Ze is haar maid of honor

Ze lacht nog harder. Ze vertelt dat ze veel lol heeft vanavond. Ze heeft een vrijgezellenfeest. Ze wijst op een vriendin die volgende week gaat trouwen. Er komt een feest dat duizenden en duizenden reals kost. Gasten worden vanuit de hele wereld overgevlogen. En Ellis is haar maid of honor. We springen een beetje van de hak op de tak en vragen of ze op de foto wil voor ons artikel. Dat wil ze jammer genoeg niet. “Kijk, hoe ik eruit zie,” zegt ze. “Ik ben bezweet, ik ben dronken. Dat wordt geen mooie foto. Weet je wat, ik help je wel bij de tekst. Ik koop het blad tenslotte voor de verhalen. Wordt dit alleen in Nederland geplaatst?”

Als we daar bevestigend op antwoorden, zegt ze: “Vraag maar raak.”

“Ben je blij dat ze trouwt?” is de eerste vraag.

Ze kijkt ons verbaasd aan. Die vraag had ze waarschijnlijk niet verwacht. Maar ze vindt ‘m wel interessant, want ze gaat er speciaal voor zitten. “We hebben haar vanavond flink geplaagd,” vertelt ze. “We hebben gezegd dat ze na de huwelijksnacht vergif in zijn ontbijt moet doen.”

“Daar heb je tenslotte vriendinnen voor,” zeggen we.

“Het was een grapje,” zegt ze. Deze jonge vrouw hoef je niet te vertellen wat ironie is. “Maar er zat wel een kern van waarheid in. De jongen waar ze mee trouwt, is geen haar beter als al die kerels hier. Ze kussen in het begin de grond waar je op loopt, maar als ze de buit eenmaal binnen hebben, dan verslapt de aandacht snel. En uiteindelijk nemen ze er een vriendinnetje of vier bij.”

“Kijken daarom al die meisjes zo voorzichtig hier?” vragen we.

“Je kijkt niet goed,” zegt ze. “Ze spelen allemaal het spel mee, geloof me.”

De jongen die zo van haar dans genoot, komt aan de andere kant naast haar zitten. Hij begint in haar oor te fluisteren. Na geluisterd te hebben, zegt ze iets in het Portugees tegen hem. Hij staat op, geeft haar een kushand en gaat terug naar zijn tafeltje.

“Dat was een interessant gesprek,” zeggen we. Ze lacht weer. “Hij zei dat hij al maanden verliefd op me is. Elke keer als ik hier kom, is hij helemaal in de war is van me.”

“En wat heb je terug gezegd?” vragen we.

“De waarheid,” zegt ze. “Dat dit de tweede keer is dat ik hier kom.” Ze vervolgt: “Kennen ze dat in Nederland ook? Dat jongens de mooiste praatjes vertellen? Dat ze ongelofelijk creatief zijn in het bedenken van de meest onmogelijke, romantische openingszinnen? Ze houden van je. Ze willen hun leven lang voor je zorgen, ze gaan elke dag bloemen voor je kopen. Als ze reincarneren willen ze terugkomen als je bikini. Het kan niet op.”

“Bij ons zouden vrouwen zo iemand een gladjanus noemen,” zeggen we.

“Ze zijn bang voor me, de mannen hier,” zegt ze. “Ik heb ze zo door. Ik wacht niet af om het spel mee te spelen. Ze moeten zich ook aan mijn spelregels houden. En daar kunnen ze absoluut niet tegen. Dat tast ze aan in hun man-zijn. Maar als vrouw die het heft in handen neemt, ben ik niet beter dan zij.”

“Waar gaat het publiek hierna naar toe?” vragen we. “Zijn er after clubs?”

“Ik zal je een adres geven,” zegt ze mysterieus. “Daar moet je straks in de taxi maar even langs rijden. Je hoeft niet uit te stappen. Laat de taxi gewoon even stoppen en dan zie je misschien wat je hier niet ziet.”

Ze neemt een trek van haar sigaret. Dan zegt ze: “Ik moet je een verhaal vertellen.”

Vreemdgaan als way of life

De taxi maakt een ommetje richting ons hotel. We hebben hem het adres gegeven dat we van Ellis hebben gekregen. De taxi stopt in een straat. “Hier is het,” zegt de taxi-chauffeur en wijst naar een pand waarop met sierlijke letters staat ‘Motel Sinless.’ We hebben erover gehoord. Over de motels in Rio. Motels waarvan de ene suite nog luxer is dan de ander. Suites met ronde waterbedden, jacuzzi’s met fonteinen en roomservice-kaarten waarop naast drank en eten ook sexspeeltjes staan. Motels met ingebouwde garages, zodat niemand je auto kunt zien. Motels waar ze maskers verstrekken om je identiteit geheim te kunnen houden. In een stad waar een gigantisch woontekort is, waar kinderen vaak tot op hun dertigste bij hun ouders blijven en waar vreemdgaan a way of life is, zijn motels de aangewezen plekken om het spel af te maken.

En opnieuw zien we nu pas scherp de beelden die we gezien hebben. Beelden uit The Bed Room. We zien mannen-handen op ronde billen, handen die langzaam naar beneden gaan. We zien vrouwen-handen die mannen-gezichten strelen. We zien een meisje dat haar hoofd in extase naar achteren gooit om meer te kunnen genieten van zijn lippen en tong in haar nek.

En we denken aan het verhaal van Ellis.

Het verhaal van Ellis

Ze vertelde: “Een paar jaar geleden stierf bij een auto-ongeluk mijn beste vriendin. Haar vriend woonde in het zuiden, in Porte Alegre, wat een klere-end hiervandaan is. Hij kwam natuurlijk over voor de begrafenis. En hij was kapot. We keken elkaar aan op de begrafenis en zagen in elkaar’s ogen het verdriet. Die avond zijn we met elkaar naar bed gegaan. Op de avond na de begrafenis van mijn beste vriendin, bedreef ik uren de liefde met haar vriend. We hebben elkaar daarna nooit meer gesproken. En weet je, ik heb er geen spijt van gehad. Geen dag. Je kunt nooit je leven lang gelukkig zijn. Het gaat er om veel momenten van geluk te kennen. En die avond, hoe verdrietig ik ook was, heb ik een gelukzalig moment gekend.”

We vragen de taxi-chauffeur om door te rijden naar het hotel. Als we langs het strand van Ipanema rijden, gaat net de zon op. Dit mogen we niet missen en vertellen de chauffeur dat de plannen veranderd zijn. We stappen hier uit. We lopen naar het strand. Als we op de boulevard staan, horen we beneden ons een geritsel. We kijken en zien een meisje op haar knieën op het strand zitten. Ze zit te plassen. Ze kijkt op. Er is geen schaamte. Wel een glimlach. “Daar gaat vast een hele mooie, vruchtbare boom groeien,” zeggen we in het Engels. Op dat moment komt er een jongen vanuit de schaduw, die duidelijk bij haar hoort. “That was good,” zegt hij tegen ons en steekt zijn duim omhoog. “Very carioca!"

Deel dit artikel