Op een onbewoond eiland

Reizen

Op een onbewoond eiland

Door -

Deel dit artikel

'Kinderen voor kinderen zongen er destijds al over, lang geleden, in een tijdperk dat je nog kon vliegen zonder dat Zweedse Greta boos werd.' Je voelt 'm aankomen. Onze man in Azië doet weer eens gek en neemt zijn lief mee naar een onbewoond eiland.

Fotografie: Robert Fernhout

Op een onbewoond eiland

Loopt niemand voor je neus

Ja je voelt je d'r blij want

Lekker leven is de leus

Aldus die kinderen voor kinderen.

Ik heb redelijk wat eilanden bezocht zo door de jaren heen. Ben zelfs ooit op Ameland geweest, maar daar waren geen kokosnoten; wel sneeuw. Andere eilanden die ik me zo snel nog kan herinneren zijn, in alfabetische volgorde: Australië, Bali, Bermuda, Bintan, Chang, Honshu, Ierland (vaag, ze hadden daar Guinness en Jameson, geloof ik), IJsland, Java, Larn, Luzon, Karpathos, Key West, Kood, Kusu, Lan, Marco Island, Mindoro, Mujeres, Phuket, Samed, Samui, Seeland, Si Chang, Sicilië, Taiwan en het Verenigd Koninkrijk. Ik zal er nog wel een paar vergeten zijn. Maar bijna allemaal bewoond, dat wel. Maar ik had bij mijn beste weten nog nooit een nacht op een onbewoond eiland doorgebracht.

Eigenwijze strandjutters

Ik heb genoeg eilanden bezocht om er een mening over te mogen hebben en ik kom er maar eerlijk voor uit: ik heb het niet zo op eilanden en hun bewoners. Het is me vaak wat te kliekerig. Eilanders mentaliteit. Brexiteers. Koppig. Eigenwijze strandjutters en zo. Afvalligen. Ageren tegen het vasteland en de rest van de wereld. Ons kent ons. Een beetje de mentaliteit die je wat later op de avond ook wel voelt op een gezellige avond van een ‘Nederlandsche Vereeniging’ in het buitenland, zeg maar.

Maar een eiland zonder vaste bewoners is andere koek natuurlijk. Op een onbewoond eiland loopt niemand voor je neus en lekker leven is de leus, zo zongen de kinderen. Rijmen konden ze wel. Ik besloot mijn eiland fobie nog eens aan een test te onderwerpen. Maar waar vind je zo’n onbewoond eiland in dit tijdperk van overtoerisme, waarbij je de wild poepende Chinezen van je af moet slaan? Gemakkelijker gedaan dan gezegd uiteindelijk. Op nog geen 10 km van mijn favoriete weekendbestemming aan de Thaise kust bevindt zich een privé eilandje met een klein resort. Overdag kun je bij helder weer het eilandje zien liggen vanaf de kust. Vrienden hadden het wel eens bezocht. Ik had mijn vriendin al jaren beloofd dat we er eens heen zouden gaan, maar tot dan toe was het er nog nooit van gekomen. Op haar aandringen zou het nu dan eindelijk toch gaan gebeuren.

Geen import rotzooi

Aldus verzamelden wij ons op de mij welbekende pier om de boot naar Koh Munnork te nemen. Het eilandje is zo klein dat er geen reguliere veerdienst is. De boot is eigendom van het resort en vervoert één keer per dag alleen gasten die geboekt hebben. We waren niet de enigen en ik nam de medereizigers eens op. Voornamelijk Thai, wat Koreanen en Taiwanezen. Koppeltjes. Geen groepen Chinezen, Boeddha zij dank. Een man of vijftien totaal. Te doen dus.

Er zijn wel wat regels daar op het eiland. Zo wordt het niet op prijs gesteld als je je eigen eten en drinken meeneemt, en alles wat je meeneemt naar het eiland moet je ook weer mee terugnemen. Ze willen geen import rotzooi van het vasteland hoeven jutten daar, alleszins redelijk. Ik was echter gewaarschuwd door ervaren vrienden: neem wel je eigen wijn mee. Het resort heeft één restaurant en alhoewel ik het eten daar als acceptabel zou omschrijven en ook de cocktails OK zijn, kun je er geen fatsoenlijke wijn krijgen. Wij smokkelden dus een zorgvuldig in T-shirts gerolde mooie fles Bordeaux met ons mee om het ultieme ‘onbewoond eiland gevoel’ nog wat kracht bij te zetten. Want drank smokkelen en piraten horen er wel bij natuurlijk.

Zij was het model

Na een mooie tocht van pakweg een uur, geen piraat gezien overigens, gingen we voor anker net voor Koh Munnork. Er is geen pier op het eiland dus wij moesten overstappen op een soort van ponton, dat even later het prachtige ongerepte strand opschoof. Wij waren gearriveerd op een mooi echt onbewoond eiland, het avontuur kon beginnen. Wij checkten in en kregen een kleine bungalow direct aan zee toegewezen. Simpel in opzet, maar het liet niets te wensen over.

Eerst het eiland maar eens verkennen dan. Erg mooi allemaal, maar we waren er wel verrekte snel klaar mee, want het eiland is nu eenmaal niet groot. Een prachtige lokatie voor foto’s, dat wel, en mijn vriendin sleurde mij dan ook mee van de ene naar de andere plek als was zij het model en ik de fotograaf. We waren natuurlijk niet de enigen op het eiland, maar zo voelt het daar wel. Je ziet wel wat andere gasten in de verte, maar het eiland is net groot genoeg om toch rustige plekjes te vinden. We hadden ook onze snorkelspullen meegenomen; hebben we ons toch een dik uur mee vermaakt of zo.

Een vreemde wending

Hier neemt het verhaal een vreemde wending, want na het snorkelen sloeg de verveling ongenadig en keihard toe. Wat kan ik hier doen? Waar kan ik heen? Gelukkig had ik een boek en wifi, maar daar had ik ook voor op het vasteland kunnen blijven. Nog maar een rondje lopen dan. Nog maar een paar foto’s maken. Met een koud biertje de zonsondergang bekijken. Prachtig, daar niet van, maar eigenlijk niet anders dan vanaf het vasteland. En verder, verder was er niks te doen. Helemaal niks. Ultieme verveling. Een gevoel van doelloosheid. Maar die boot ging morgen pas terug.

Vroeg naar bed – er was anders toch niks te doen - en de volgende ochtend werden we alweer vroeg gewekt door de zon en het geluid van de zee. Weer even snorkelen dan maar. Voor mijn vriendin duurde dat niet langer dan 5 minuten totdat ze een zeekomkommer zag liggen en gillend het strand weer oprende. Ze heeft het niet zo op die beesten. Wanneer komt die boot nou? Rond 12 uur. OK, nog drie uur wachten dan. Iedere ochtend gaat de generator uit om energie te besparen en is er dus geen elektriciteit op het eiland. Geen wifi en geen airconditioning. Gelukkig had ik dat boek nog niet uit. Ben dus maar ergens in de schaduw met dat boek gaan liggen, ondertussen de horizon in de gaten houdend voor die verdomde boot, die maar niet kwam.

Aanrader, hoor!

Eindelijk konden we na zo’n 24 uur het eiland weer af. Ik heb er een dubbel gevoel aan over gehouden. Het eiland op zich is prachtig; exact wat je verwacht van een onbewoond tropisch eiland. Bounty stranden, kokosnoten, blauwe zee. ‘Instagrammable’ zegt men dan tegenwoordig. Ook op het hotel valt niets aan te merken. Aanrader, hoor! Maar ik voelde me er niet senang en dat ligt echt aan mij. Ik ben helaas dus niet genezen van mijn eilanden fobie. Het onbewoonde eiland was zo mooi, nauwelijks toeristen en ook geen zooi. Op een onbewoond eiland met je voeten in de baai, klinkt leuk, maar wel wat saai. Voor mij is het nu dus echt klaar, stuur die kinderen voor kinderen maar!

Munnork Private Island 

Gallery







Deel dit artikel