Grensgevalletje – Op de ZIJDEROUTE een grens oversteken

Reizen

Grensgevalletje – Op de ZIJDEROUTE een grens oversteken

Door -

Deel dit artikel

Onze gewaardeerde gastredacteur Vic Veldheer bereisde samen met zijn geliefde een deel van de Zijderoute. En wie ver reist, kan veel verhalen. En dat doet Vic op Mannenzaken. Dit is deel 1: een grensverleggende - van hilarisch tot tenenkrommend - cursus grensoversteken.

Toen mijn geliefde tien jaar oud was, zag zij een foto van een blauwe moskee in Samarkand, één van de mooiste steden aan de Zijderoute. Daar zou zij ooit naar toe gaan, nam ze zich voor. Vijftig jaar later is het zo ver!

De Zijderoute is niet één weg, maar een netwerk van handelsroutes

Begonnen in Teheran en geëindigd in Tashkent, reisden wij door Iran, Turkmenistan en Uzbekistan. We reisden langs talloze blauwe moskeeën, minaretten, mausolea en madrassa’s. De Zijderoute is niet één weg, maar een netwerk van handelsroutes tussen Beijing en Constantinopel. De route is vanaf de 2e eeuw na Chr. tot de 16e eeuw gebruikt. Er werd niet alleen handelswaar als zijde, pelzen en paarden vervoerd, ook het Christendom en de Islam zijn langs deze weg verspreid. De gebouwen getuigen van grote rijkdom en grote schoonheid.

Als je Turkmenistan verlaat, wordt je temperatuur gemeten - op je voorhoofd, gelukkig.

Op deze reis over de Zijderoute zijn we twee landsgrenzen over gestoken; een kilometer te voet, met bagage door het niemandsland, dat is op zich al een belevenis. Niet alleen heb je voor de landen een visum nodig, ook de regels en gebruiken bij de grensovergang zijn telkens anders. Als je Turkmenistan verlaat, wordt je temperatuur gemeten - op je voorhoofd, gelukkig - en netjes in een dik boek genoteerd. De Oezbeken aan de andere kant doen hetzelfde; voor de zekerheid?

De eerste grensovergang: van Iran naar Turkmenistan

Onze eerste overgang was tussen Iran en Turkmenistan. Vooraf waren we gewaarschuwd dat er bij de grens naar Turkmenistan streng gecontroleerd zou worden op medicijnen. Nog thuis, tijdens de voorbereiding op de Zijderoute, hadden we een lijst van drie pagina’s gekregen met verboden stoffen, niet erg overzichtelijk gerubriceerd. Ook was ons verteld om vooral ruim vóór lunchtijd aan te komen, want gingen ze eenmaal lunchen, dan kon het weleens vier uur duren!

Van welk land bent u trouwens, zijn we al in Turkmenistan?

Bij het verlaten van Iran vraagt een Iraanse politieman naar je paspoort. Wanneer je dat bij je hebt, is hij tevreden. Wij vroegen hem of de medicijnen die wij bij ons hadden voor problemen zouden kunnen zorgen. De paracetamol mocht niet mee, dacht hij. Huh? Vervolgens langs de immigratie: die scant de bagage, checkt je uit en zet een stempel in je paspoort. Dan naar buiten, honderd meter lopen door een houten hok, waar een douanier naar ons roept: hij wil ook ons paspoort zien. Na controle verwijst hij ons door naar de andere kant van het hok, naar een jongere kloon die duidelijk ingewerkt wordt door iemand die over zijn schouder hangt. Uit welk land we komen... Dat staat toch in ons paspoort? Vriendelijk zeggen we “Nederland, Olland”; hij schrijft het in het grote boek. Van welk land bent u trouwens, zijn we al in Turkmenistan? Ik raak in de war, want we lopen weer richting Iran. Intussen wordt er voorgedrongen door potige, kleurrijke vrouwen met gouden tanden, die met enorme hoeveelheden plastic zakken en dozen sjouwen. De Zijderoute als handelsroute in optima forma.

Een magere Indonesische rugzaktoerist moet minutenlang op een groene stip staan en in de camera kijken.

Aha, nu gaan we naar een gebouw waar Turkmenistan op staat. Binnen is één loket open, waar een magere Indonesisch rugzaktoerist aan de beurt is. Hij moet minutenlang op een groene stip staan en in de camera kijken. Mijn geliefde gaat achter hem staan en wacht. Als zij aan de beurt is, moet zij onze paspoorten en de uitnodigingsbrief afgeven. Zonder verder iets te zeggen doet hij het luikje dicht, staat op en verdwijnt achter een deur. Nee toch, zouden ze nu al met lunchpauze gaan?

De jonge politieagent die een oogje in het zeil houdt, maakt lachend een eetgebaar en zegt “lunch". Serieus?! Er zit niets anders op dan te wachten en te kijken naar de Turkmeense marktvrouwen, want dat blijken de voordringers te zijn. Dan zien we een flamboyante dame een deur uitkomen, die ze afsluit; ze verdwijnt door een andere deur. Lunchen?!

Na 15 minuten gaat het eerste loket weer open en roept de douanier ons. We krijgen een factuur en moeten naar een ander loket om te betalen: € 150. Daarna moeten we ons weer bij hem melden. Hij sluit zijn loket weer en verdwijnt nogmaals. “Lunchen”, grijnst de politieagent.

Hij belt lang, zo lang zouden wij niet durven, maar geen reactie.

De kassa is dicht. Die is net door die mooie dame verlaten. Ik klop toch maar op de deur, aangemoedigd door de jonge agent. Geen reactie. Hij komt helpen en bonst op de deur. Er blijkt ook een bel te hangen. Hij belt lang, zo lang zouden wij niet durven, maar geen reactie.

De politieman krijgt bijna de slappe lach als hij zegt dat zij is gaan lunchen en over twintig minuten terug is. Gelukkig komt ze na een kwartier terug. Vier verschillende kwitanties krijgen we voor onze € 150. Dan moeten we weer terug naar het eerste loket, maar dat is nog steeds dicht. Maar na 10 minuten gaat het loket toch weer open en kunnen we hem laten zien dat we hebben betaald.

Olga, kan dat wel? Krijgen we geen last als we weer met dollars het land verlaten?

Dan begint de visumprocedure. Laat ik het kort houden: vingerafdrukken van alle tien vingers en een scan van het gezicht. Mooie stempels in de paspoorten en dan door naar de bagagecontrole. Dat gaat ontspannen en redelijk vlug. Nadat we bevestigd hebben geen wapens en drugs bij ons te hebben, en nadat onze bagage is gescand is, mogen we het volgende land op de Zijderoute in.

Onze gids Olga komt ons al tegemoet! Bijna klaar, alleen nog een formuliertje waarop we alle cash (er zijn geen ATM’s in die landen) en waardevolle bezittingen als iPad’s, smartphones en camera’s moeten vermelden. Olga laat ons de blanco formulieren tekenen, krabbelt onze namen op de formulieren, geeft ze aan de drie bagagecontroleurs en zegt, ‘Dat vullen zij wel in!'

Olga, kan dat wel? Krijgen we geen last als we weer met dollars het land verlaten?

Ze schudt lachend van nee. We laten het maar, genoeg is genoeg. Alles bij elkaar heeft het anderhalf uur geduurd. Dat moet toch sneller kunnen…

Deel dit artikel