Brief aan mijn jarige moeder Nan Boda

Liefde

Brief aan mijn jarige moeder Nan Boda

Door -

Deel dit artikel

Lieve mama, 

Je kunt deze open brief met een gerust hart lezen. Op deze bijzondere dag waarop je een leeftijd hebt bereikt, waar ik voor zou tekenen, zeker gezien je geestelijke en fysieke gezondheid, ga ik niet verklappen hoe oud je bent geworden.

Zelf zou ik apetrots zijn als ik jou was geweest en er nog zo bespottelijk goed uit had gezien, maar hoewel ik wel van jou ben, ben ik jou niet. Waarschijnlijk heb ik toch iets meer het 'kijk mij eens' van mijn vader en iets minder het 'lekker belangrijk allemaal' van jou.

In 1956, het jaar dat je mij, de jongste van de twee zonen, op de wereld zette, nam je met mijn vader als eerste de door Pieter Goemans geschreven evergeen Aan De Amsterdamsche Grachten op (nog met ch). Toen hoeder van bedreigde muzieksoorten, Vic van de Reijt, aan het einde van het vorige Millennium voor het Parool een top 100 van beste Nederlandstalige singles mocht samenstellen, belandde jullie oer-uitvoering van het lied op de eerste plek.

Je had alles. Een prachtstem, een prachthoofd, je kon piano spelen (je had het conservatorium gedaan) en je kon acteren. Het zat in het bloed, want jouw vader en mijn grootvader, Harry Boda, was in de jaren 30 een operettester van formaat. Wat je niet had, was het 'kijk mij eens'. Ja, dat had je wel, maar in de zin van 'kijk mij eens twee kinderen hebben, die moeten worden opgevoed zonder vader.' Bovendien was je het type vrouw dat zich niet liet ringeloren door mannen die de dienst uitmaakten in de Nederlandse theaterwereld. Toen de grote acteur Guus Oster je mee uit vroeg, zei je keihard toedeledokie. Aan jouw lijf geen polonaise.

In de jaren zestig kwam jouw carrière als artiest tot een halt. Je hertrouwde met de Zandvoortse strandpachter Ad Keur die samen met jou en met je artiestennetwerk van strandtent 2A de meest fameuze beachclub maakte die Zandvoort ooit gekend heeft. Op een dag kon het gebeuren dat Adele Bloemendaal, Willem Nijholt, Jeroen Krabbé en Ramses Shaffy in de 'bak' aan de sherry zaten, terwijl Johan Cruyff op het strand onder badlakens lag, want anders verbrandde hij. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat werkte je, want dat kon je, bikkelen. 's Zomers woonden we aan het strand en voor de herfst en winter moesten we dan weer een woning huren. Dientengevolge hebben we nagenoeg in alle straten van Zandvoort gewoond.

Eind jaren zestig openden Ad en jij in de Zandvoortse Haltestraat een bar, Chez Keur genaamd, die in de beginjaren minstens zo fameus was als jullie strandtent. Het 'imperium' breidde zich uit toen jullie in 1972 de voor die tijd onwijs hippe discotheek Chin-Chin begonnen, een club die 46 jaar later nog steeds bestaat en nog steeds de Chin-Chin heet (die naam heb je goed bedacht!).

Om de paar weken kreeg ik een geschreven brief van je. Die brieven waren zo mooi, zo ontroerend mooi, geschreven met een pen gedoopt in liefde. Alleen lukte het me, bevroren door zelfmedelijden, niet om je terug te schrijven.

In de jaren 70 verhuisden we naar een heerlijk zomerhuisje in het Beatrixplantsoen. Even gingen we daar weg door tijdelijk in een flat aan het strand te gaan wonen, maar we keerden al snel terug naar het plantsoen, waar het altijd zomer lijkt te zijn, en daar woon je nog steeds.

Ik ben de laatste tijd veel bij je. Als ik bij onze kleine meid ben geweest, dan koppel ik er een paar extra dagen bij jou aan vast. Als ik dan 's avonds in bed lig, kan het niet anders dan dat er veel herinneringen door mijn hoofd schieten. Waar jij nu slaapt, was vroeger, eind jaren 70, mijn kamer. Er stond een installatie in van Bose en verder bestond die kamer uit een bed en elpees, want ik werkte toen al voor de Hitkrant. De ochtenden voordat ik naar mijn werk ging met de trein, bestonden uit een vast ritueel. Ik was dan van alles kwijt, mijn bril, mijn sleutels, en jij had ze standaard kwijt gemaakt. Scheldend gingen we dan uit elkaar. En dan zat ik in de restauratiewagon, die toen nog bestond, achter een koude chocomel, en kwam de trein voorbij ons huis dat naast het spoor lag, en stond jij in de achtertuin berouwvol te zwaaien naar me, terwijl de sleutel of bril gewoon in mijn tas zat.

Laatst, toen ik weer bij je logeerde, moest ik opeens denken aan die donkere periode in mijn leven, die tegelijkertijd misschien wel de meest zonnige was. Vijf jaar geleden zat ik in die geweldige Schotse verslavingskliniek Castle Craig voor meer dan vier maanden. Om de paar weken kreeg ik een geschreven brief van je. Die brieven waren zo mooi, zo ontroerend mooi, geschreven met een pen gedoopt in liefde. Alleen lukte het me, bevroren door zelfmedelijden, niet om je terug te schrijven. Misschien heb ik die aandachttrekkerij van mijn vader, maar het schrijven moet ik van jou hebben.

Je zou daar eens wat mee moeten doen. Ik weet al waarover je moet gaan schrijven. Over televisie. Ik ken niemand, die zo genadeloos de Nederlandse televisie kan fileren als jij. Als we samen aan tafel zitten te eten en de televisieprogramma's komen ter sprake, dan rollen er zinnen uit je mond, waarbij Angela de Jong van het AD vergeleken een klein, schattig meisje is. Wat zei je laatst ook weer? Dat je je zo verbaasde dat er in elk programma gelachen werd. 'Je hoeft boe noch ba te zeggen of iedereen ligt al in een deuk,' zei je. 'En dat gelach houdt vervolgens niet meer op. En waar lachen ze om? Om niets!'

Als mensen aan me vragen waarom ik vaak bij je logeer, dan bedenk ik van alles. Dat het zo lekker rustig bij je is, dat ik zo fijn bij je werk en dat je WiFi zo goed is, maar heel eerlijk gezegd vind ik het gewoon heel fijn om bij je te zijn.

Hieronder Aan de Amsterdamsche Grachten (met ch), gezongen door mijn moeder en vader.

 

Deel dit artikel