Tijd voor een bekentenis. Blogkamp (4)

Hebben

Tijd voor een bekentenis. Blogkamp (4)

Door -

Deel dit artikel

Binnenkort komt Mannenzaken gedurende de herfst en winter 2020 met een auto-offensief, waarin we wekelijks met de lezer onze belevenissen met fraaie wagens zullen gaan delen. Hoogste tijd voor een bekentenis.

Op de foto: De grandioze Land Rover Defender, geflankeerd door de roestige Hema-fiets

Als je ergens geen verstand van hebt (zeg van het inwendige van de auto), dan moet je ook niet doen alsof je dat wel hebt. Daar heb ik bij andere mensen al een hekel aan, laat staan bij mezelf.

Mensen vragen weleens aan me hoe het komt dat ik altijd zo lovend ben over de auto's, die ik bespreek voor Mannenzaken. In de eerste plaats komt dat omdat ik een auto-liefhebber ben. Dat lijkt een dooddoener te zijn, maar ik wil daar nog aan toevoegen dat ik een liefhebber ben, maar geen kenner. Wat dat betreft ben ik niet anders dan het gros van de lezers waar we voor schrijven, maar dat even terzijde. En omdat ik geen kenner ben, vind ik het geen pas maken om zwaar kritisch te zijn. Als je ergens geen verstand van hebt (zeg van het inwendige van de auto), dan moet je ook niet doen alsof je dat wel hebt. Daar heb ik bij andere mensen al een hekel aan, laat staan bij mezelf.

Maar er is nog een andere belangrijke reden waarom ik als zestiger net zo enthousiast over een auto ben als een kind voor het schepsnoep van Jamin. En dat verhaal begint met een bekentenis. Zelf bezit ik namelijk geen auto. Niet dat ik geen mooie auto's (van de zaak) in mijn leven heb gereden. Zo reden we bij Playboy in Alfa Romeo's en omdat ik het uithangbord van die club was met mijn ego ter grootte van een zeppelin, reed ik ook in een uithangbord van een wagen: een Alfa 33 QV oftewel Quadrifoglio Verde. Dat was een snelle! Als hoofdredacteur bij ID&T zette ik die Alfa-traditie voort en reed ik in een fraai gelijnde GT. Maar de laatste jaren heb ik een ander vervoermiddel: een verroeste Hema fiets, die ik met geld toe van mijn lieve zus heb gekregen. Als ze maar van dat kreng af was.

Gemiddeld rijd ik om de week in een nieuwe testauto. Hoe ik aan die auto kom? Dat gaat als volgt: eerst rijd ik op die verroeste Hema fiets naar het station van Zandvoort. Daar kom ik steevast tot de ontdekking dat ik vergeten ben om een mondkapje mee te nemen. Waarop ik voor vijf euro een pak mondkapjes koop bij de kiosk. Maar niet voordat ik een lichte uitbrander heb gekregen van de dame achter de toonbank omdat ik tegen het Corona-verkeer in ben komen aanlopen. Vervolgens rijd ik met de trein naar een groot station, alweer ik overstap op een trein naar een kleiner station. Ik neem dan de bus die me in de buurt van de importeur brengt. In de buurt betekent altijd nog gemiddeld een kleine 20 minuten lopen. Want de meeste importeurs liggen aan de snelweg, zodat ze gemakkelijker bereikbaar zijn. Vind je het gek dat ik – tegen de tijd dat ik in een fonkelnieuwe topauto zit die ik een week mag berijden – super enthousiast over die wagen ben!

Dan wil ik tot slot nog wat zeggen over de PR-managers van de automotive bedrijven. Als je in de PR zit, dan hoort vriendelijkheid bij een van de kwaliteiten waarover je dient te beschikken. Maar zo aardig, warm, geïnteresseerd en geestig als de PR managers van automerken vind je ze zelden. Daarom wil ik ze bij deze even stuk voor stuk bedanken voor de afgelopen periode.

Dank je wel, Ellis van Peugeot en Citroën, Judith van Nissan, Michel van Toyota en Lexus, Aldo van Jaguar, Land Rover en Range Rover, Mike van MG, Mark van DS, Sebastiaan van Ford, Jur van Mazda, Lydia van Mercedes, Jacqueline van Mitsubishi. Laurens van Kia en Anne van Hyundai. Dat we elkaar nog vaak mogen treffen. Na een reis van een halve dag.

Deel dit artikel