Terug in de tijd met de BMW Z4

Hebben

Terug in de tijd met de BMW Z4

Door -

Deel dit artikel

Morgen op Mannenzaken de autotest van de Jaguar E-Pace. Als voorproefje is hier een verslag dat Boskamp in 2002 maakte over de introductie van de BMW Z4 in de Algarve. Maak je veiligheidsriemen maar vast.

Op de foto de brokkenpiloot in de BMW Z4

Langzaam stappen de hoge heren van BMW opzij. Ik glimlach naar ze en rij vervolgens met de voorkant tegen een muurtje op.

In het Sheraton Algarve Hotel in Zuid-Portugal, waar een kamer per nacht net zo duur is als een aanbieding naar de zon voor 2 personen (inclusief vlucht en 7 nachten logies), staat Dr. Norbert Reithofer, raad van bestuurslid van BMW’s moederbedrijf in München, te glunderen. Aangezien ik het via de koptelefoon met een Franse- en een Spaanse vertaling moet doen (wat is er met de Engelse taal gebeurd?) vrees ik dat het thans tijd is geworden om dat gebrekkige Duits van me op te halen. Uit het introductie-praatje pik ik woorden als ‘ein tolles Auto’, ‘roadster im premium segment’ en ‘mini Rolls Royce’ op. Ook al versta ik niet alles, de lichaamstaal van de sprekers, na Reithofer komt ook een design-man en een marketing-pief aan het woord, is alleszeggend. Deze heren zijn apetrots. Vanuit de persruimte kijk ik af en toe schuin opzij. Op een binnenplaats van het hotel staat de BMW Z4 op een ronde verhoging, een voetstuk zo je wilt. Het lijkt wel of-ie meeluistert, met z’n grille als trotse glimlach.

Lekker cruisen en de bloemen ruiken

Tijdens het diner, aan het privé-strand van het hotel, krijgen we aan tafel gezelschap van een al even enthousiaste BMW-medewerker die op mijn vraag waarom de Z4 een mini Rolls Royce wordt genoemd, me eerst verbaasd aankijkt en vervolgens lacherig vertelt dat ik het niet helemaal goed begrepen heb. Het succesvolle automerk produceert ook met groot succes de Mini en ontfermt zich in 2003 over de productie van Rolls Royce. Ik praat er snel overheen en zeg dat het allemaal leuk en aardig is, een auto met een top van 250, maar dat je op de meeste Europese snelwegen je rijbewijs kwijt bent als je die snelheid benadert. 'Het bijzondere van deze roadster,' zegt hij. 'is dat-ie wel snel kan, maar niet hoeft. Met een roadster kun je ook lekker cruisen en onderweg de bloemen ruiken.'
Ik kijk mijn collega-journalist aan die morgenochtend mijn partner in auto-testzaken is en zeg tegen hem dat wat er ook gebeurt en hoe hard we ook gaan, ik onderweg graag de Algarve wil opsnuiven.

Dit is pure mannelijkheid

Het is 8 uur ’s ochtends en we hebben de autosleutel. Tussen 12 en 3 is de lunch en dat betekent dat we ook om 2 uur terug mogen komen. Wat een luxe. Op de parkeerplaats van het hotel staan tientallen Z4’s in de kleuren bordeauxrood en grijs, een machtig gezicht, want één zo’n auto is al een verschijning waar je niet omheen kunt, laat staan 20. De Z3, hoe succesvol ook, had wat vrouwelijke trekjes, maar dit is pure mannelijkheid, een geslaagd huwelijk tussen strakke en ronde vormen. Met de kap naar beneden is-ie helemaal af. We stappen in de 3-liter uitvoering (er komt ook een 2,5), goed voor een acceleratie van 0 tot 100 in 5,9 seconden, en besluiten om onderweg een gevulde koek te kopen, zodat we de lunch kunnen overslaan. 

 Gründlicher kan het niet

BMW heeft een route voor ons uitgestippeld, die in een speciale bijlage van de persmap staat, inclusief foto’s van plekken in die route en het aantal mijlen tussen de afslagen in. Om misverstanden helemaal te vermijden, staan er onderweg ook pijltjes aangegeven. Gründlicher kan het niet. En dat kan ook van de Z4 worden gezegd als ik na een uur het stuur van de collega overneem. Ervaren rijders doen het op hun gevoel, maar ik ben maar wat blij met de Dynamic Stabilty Control waardoor elke bocht, hoe hard ook genomen, een fluitje van een cent wordt. Normaal gesproken doe ik het tamelijk rustig aan, maar deze geweldige machine, die precies rijdt zoals-ie oogt, zelfverzekerd onder alle omstandigheden, nodigt uit tot snel schakelen en weinig remmen. De Algarve zal ongetwijfeld erg mooi zijn in oktober, maar daar krijgen we weinig van mee. 

Ik stuur mijn collega het bos in

Rond een uur of 11 komen we bij de plek aan waar een koffie-pauze wordt gehouden. Ik stuur de auto de parkeerplaats op, waar het tussen al z’n soortgenoten zoeken is naar een plekje. Op de enige spot die vrij is, staan de hoge heren van BMW. Beetje doordrukken dan maar. Langzaam stappen ze opzij. Ik glimlach naar ze en rij vervolgens met de voorkant tegen een muurtje op. Boem! De Z4 heeft een lange neus en die had ik even niet goed ingeschat. ‘Oeh!,’ hoor ik in koor uit de kelen van de BMW-ers komen. Het kan weleens gebeuren dat er tijdens het testen een ongelukje gebeurt, maar dit, onder de ogen van de trotse makers, is wel heel erg lullig. De voorkant heeft een kleine schade, maar mijn ego heeft een enorme deuk opgelopen. Op de terugweg ben ik met mijn hoofd nog steeds bij die gênante vertoning. Waarschijnlijk is dat de reden dat ik de kaart fout lees en mijn collega letterlijk het bos in stuur. 

Steeds grilliger van vorm

Hij is zo bezig met genieten dat we het pas na tien kilometer in de gaten hebben. 'Volgens mij zijn we de weg kwijt,' merkt de collega droogjes op. Nergens komen we BMW-bordjes tegen en het wordt donkerder en mistiger. De kap moet erop, want het dreigt te gaan stortregenen. Dat gaat gelukkig volledig automatisch in nog geen tien seconden. Het bos waarin we zitten, wordt steeds dichter, de takken van de bomen steeds grilliger van vorm. Ik ruik geen bloemen, maar heksenkruid. Het zal je maar gebeuren dat je met deze Z4 nooit meer de bewoonde wereld bereikt. The BMWitch Project. Mijn gedachten dwalen af naar hoe de perfecte zondag eruit ziet. Je hebt alle tijd van de wereld voor elkaar. Als voorspel op wat komen gaat, besluit je met haar een ritje te maken in de Z4. Terwijl de auto op de automatische piloot, want zo voelt het achter het stuur, langs huizen en bomen flitst, zet je een CD op, iets met een lome beat. De muziek, voor een cabriolet bijzonder fijn klinkend dankzij een uitgekiend Carver-systeem, staat niet te hard, want dat zou zonde zijn van het allesbehalve onsmakelijke gerochel van de uitlaat. Je kijkt opzij. Ze smeert haar volle, door de wind droog geworden lippen in met labello. Ze legt haar hand op je been. Het is tijd om naar huis te gaan. Tenminste: als we de uitgang van dit knollenbos kunnen vinden. 

Eindelijk komen we bij een bekend kruispunt. Een groen bordje wijst naar links. We zijn opgelucht, maar ook een beetje bedroefd. De rit zit er namelijk bijna op. Bei uns ist alles besser, vinden de Duitsers. Bescheidenheid siert de mens. Maar in het geval van de Z4 mogen ze zeggen waar het op staat. 

Deel dit artikel