Moeder, een boei!

Health

Moeder, een boei!

Door -

Deel dit artikel

Vanochtend waren er nog negen deelnemerplaatsen beschikbaar voor de Bloemendaalse zeemijl, die morgen, zondag 12 augustus, wordt gezwommen. Maar voordat je je in je enthousiasme opgeeft, moet je eerst dit waanzinnige lange weekendverhaal van René Sence lezen, die vorig jaar mee zwom...

De weergoden voorspelden gisteren voor vandaag code geel met veel wind en slagregens en dat is een koude kermis voor openwaterzwemmers, die op het punt staan in de golven van de Noordzee te duiken.

Ongeacht de omstandigheden moeten en zullen we doen wat we willen doen, ook al zouden we het misschien beter kunnen laten.

Desondanks stroomden er ’s ochtends vroeg hele horden in kleding vermomde zwemmers over de duintoppen van Bloemendaal aan Zee. En dat is de kern van passie: ongeacht de omstandigheden moeten en zullen we doen wat we willen doen, ook al zouden we het misschien beter kunnen laten. Ruim op tijd arriveerde ik bij het ‘Ruime Sop,’ want van haasten word ik gestresster dan een paling aan een vishaak.

Check, check, driedubbel check

Natuurlijk had ik thuis, op de hoge droge Veluwe, driedubbel gecheckt of echt alles was ingepakt: handdoeken, neusklemmen, oordoppen, deo, zalf, shampoo, zwemcap, crèmespoeling, douchecrème, bidon, zwembroek, waterschoentjes, tenenzalf, wetsuit, plastic zakken voor de natte bende na afloop en plastic boterhamzakjes om de voeten en de handen door de nauwe wetsuitopeningen te kunnen wurmen. 

En uiteraard gaf ik ook gehoor aan een prof, die een geweldige internettip had: niet 1 maar 2 zwembrilletjes meenemen! Stel je voor dat ik zo'n oelewapper ben, die door de zenuwen vlak voor de start het brilletje stuk trekt. Dan rest alleen het zwemmen in m'n eigen waterlanders.

Naarmate het startschot naderde, begon de adrenaline te kriebelen en dat was bijzonder prettig. Kon me niet meer herinneren wanneer ik dat voor het laatst gevoeld had, maar het zal toch zeker 2 decennia geleden zijn geweest. Eindelijk had ik weer iets gevonden wat me kon wakkerschudden uit het ‘alledaagse’, want zeezwemmen is potentieel gevaarlijk en gevaarlijk is aantrekkelijk: je voelt pas echt in elke zenuw dat je leeft, als een mogelijk einde van je leven omnipresent op de loer ligt in het zilte zeewater.

Iets om te hebben wat je lief is

Dat er steeds meer wandelende wetsuits zich onderaan het duin verzamelden, was een prikkel om mezelf met beteugelde haast in mijn superstrakke zwart-groene wetsuit te wurmen. Dat moet met behulp van een boterhamzakje, anders word je op z’n minst chagrijnig. Want zelfs je handen krijg je anders niet door de strakke stroeve openingen getrokken. Het kán wel, met geweld, maar dan is je pak aan flarden en het zwemt zo zwaar met van die waterzakken aan de binnenzijde van je pak. 

Tijdens het plooitje voor plooitje straktrekken van het kwetsbare zachte neopreen, kon ik niet anders concluderen dan dan ik het pak liefhad: een fetish dus. Voordat je fantasie ermee aan de haal gaat: er zijn ook mensen die houden van hun auto, hun sieraden, hun nieuwe schoenen of whatever. Het is geen echte liefde maar 'liefhebben'. Iets om te hebben wat je lief is. Neopreen stinkt, maar het is een genot voor het Fingerspitzengefühl: zo zacht als flanel en zo flexibel als een slang.

De groep was inmiddels aangezweld tot een troep van meer dan tweehonderd zwemmers, plus familieleden of partners. Aangezien dit geen officiële wedstrijd betrof voor een klassement, waren er niet alleen maar halfgoden en halfgodinnen. Er liep van alles rond, ook kogelronde tonnetjes. Er wordt veel gebakkeleid omtrent het menselijke overgewicht van tegenwoordig, maar vandaag gingen zij van dit vermeende nadeel hun voordeel maken: vet heeft een hoog drijfvermogen! 

Een zeemijl is langer dan een landmijl

En natuurlijk waren er ook veel vrouwen en mannen die in open wateren zwemmen zonder wetsuit. Brrrrrr, moet er niet aan denken: half naakt over een winderig strand lopen in de stromende regen en vervolgens dat koude zeewater in. Dan is je lichaam al onderkoeld voordat je begonnen bent. Sommige mensen zijn echter taaier dan de rest van de meute.

Een zeemijl is langer dan een landmijl: 1852 meter om precies te zijn. De stevige wandeling naar het startpunt was een prettige opwarming voor de benen. En toen begon het te regenen, hárd te regenen, als in pijpenstelen. Dat leek mij een extra moeilijkheidsgraad: als je na 3 zwemslagen maar 1 seconde de tijd hebt om adem te halen. Ik vermoedde vochtige ademteugen, gevolgd door natte hoesten. Een zwemmer heeft maar 1 houvast om niet te verzuipen en dat is zuurstof... bij voorkeur in een hoge dosis! 

Bij het startpunt werd de rugzak in een open vrachtwagenbak gekieperd, de regen werd minder en er werd direct omgeroepen dat de zwemmers in het water moesten gaan staan. Shit, stel dat het zo dadelijk misgaat, dan heb ik nu niemand om afscheid van te nemen! Geen herinnering van de warmte van haar laatste kus op mijn lippen. 
Lonken naar zwemsters was zelfs geen overweging, want sommigen hebben zulke geweldige sportieve lijven, dat je spontaan schaamte voelt voor je eigen bierbuik die zich, ondanks of misschien wel dankzij het beklemmend strakke pak, niet laat verbergen.

Eindelijk kon het zwemmen beginnen

De sirene van de alomaanwezige vrijwillige reddingsbrigade ging af en de meute zette het op een merkwaardig ogende vorm van rennen. Eenmaal over de golven heen gedoken, kon het zwemmen eindelijk beginnen. Voor, achter en naast me maaiden talloze armen en benen spattend in het rond en al snel kreeg ik dezelfde paniekaanval als ooit in de Leidse grachten. Toen kreeg ik sloten water binnen via de neusgaten. Maar nu had ik de neusklem op én de oordoppen in, dus dat had goed moeten gaan. Maar dat deed het niet. Ik kreeg het al benauwd voordat ik bij de eerste boei was.

We zwommen recht tegen de golfstroom in om bij de eerste boei te komen en dat bleek achteraf ook het allerzwaarste stuk. Wist ik veel, helemaal over niet nagedacht. 

Krampachtig probeerde ik door te ademen, maar dat lukte niet. Het pak zit zo strak dat het moeite kost om diep adem te halen en dus begon ik te hyperventileren en inwendig stevig te vloeken. Het zal toch niet waar zijn? Ik ben toch een geoefend zwemmer? Dit moet ik ondanks de moeilijkheidsgraad van de onstuimige zee toch kunnen? Wat gaat er nu mis? Ik maakte de volgende berekening: strak pak + onervarenheid in zeezwemmen + tekortschietende conditie = hyperventilatie = paniek! 

Ergens daar, ver weg op het veilige strand liep een slenterende menigte te kijken naar de allersaaiste sport voor toeschouwers en niemand die zag dat ik op sterven na dood was.

Hyperventilerend verder zwemmend bereikte ik eindelijk de 1e boei, en natuurlijk was ik de enige die geen gehoor gaf aan de instructie van de Reddingsbrigade: blijf een paar beter uit de buurt van de boei! Een enorm groot, opgeblazen kussen dat wild heen en weer zwiept.

Slap excuus: verstopte zwemmersoren

Onbewust dacht ik waarschijnlijk dat de boei iets was om me heel even aan vast te klampen, maar daar was het ding veel te groot voor. Een been raakte bijna verstrikt in de touwen onderwater, ik schrok me kapot! En als bonus kreeg ik toen een kopstoot van het rode gevaarte. Dat komt ervan als je niet wilt luisteren naar goede raad. Het is dan ook 1 van m'n slechtste eigenschappen, niet luisteren. Maar ik heb altijd een slap excuus: verstopte zwemmersoren.

Ondanks alle bedreigende invloeden van buitenaf voelde dit als avontuur en de essenties daarvan zijn het overschrijden van fysieke grenzen en het overwinnen van mentale zwakheden. In het water ontwaakt iets wat in het dagelijkse leven volledig in coma ligt: de drang om te overleven. Now or Never. Do or Die.

En ik wilde nog helemaal nog lang niet dood. Een schreeuw galmde door m'n oren: doorgaan… sukkel! En ik was niet alleen in mijn watertrappelende misère: twee grote wazige ogen keken me dwars door een beslagen brilletje grijnzend aan. ‘Jeemig, wat is dit zwaar zeg!... Ja, echt man, ik ga kapot! En we zijn er nog lang niet! Dikke pret!'

Evenwijdig zwemmend aan de de kustlijn werd het gemakkelijker, ondanks het nog steeds ontbreken aan voldoende zuurstof. Maar door steeds weer op mijn rug te draaien, kwam ik toch vooruit én had ik mooi zicht op de achterblijvers. Dat waren er meer dan ik had gedacht. Gelukkig. Er kan er maar 1 de laatste zijn, maar dat zou ik niet zijn.

Eerst was ik een gemakkelijke prooi

Na de 2e boei werd de ademhaling opeens minder benauwd en begon ik toch nog plezier te krijgen in zeezwemmen. Dat grote golvende monster leek niet meer zo gevaarlijk. Eerst was ik een gemakkelijk prooi, angstig en klaar om opgeslokt te worden om een paar dagen later opgezwollen aan te spoelen op het strand. Zover zou het vandaag niet komen: ik moest en zou die eindstreep halen.

Het zwemmen is eigenlijk een wereldvreemde bezigheid. Je bevindt je in een unheimische oneindigheid, opgesloten in een heel klein wereldje. Je komt terecht in een diep weggestopt kamertje van je hersenen waar je gedachten op olijfolie lijken te drijven.

Ik besloot afwisselend met gesloten en open ogen te zwemmen, waardoor de desoriëntatie minder werd. Een aantal keren had ik boven water in een flits oogcontact met andere zwemmers en ik zou zweren dat zij hetzelfde voelden: een intens saamhorigheidsgevoel met een wildvreemde, midden tussen de golven, in het grote niets.

Het zwemmen ging weliswaar nog steeds niet echt helemaal als gewenst, maar wel beter. Er zwom een vrouw voorbij, zonder pak en in de tiende versnelling. Maar ze ging schuin voor me langs! Ze keek niet op of om en zat blijkbaar in de 'Go with the Flow' modus. ‘Die spoelt straks aan in Engeland’! Ze bleef maar doorzwemmen en doorzwemmen en doorzwemmen... tot ze door de deining uit het zicht verdween.

De ronding van de 3e en laatste boei gaf een halleluja gevoel, we waren er bijna! Ik zwom achter een groepje aan dat schuin richting het strand aanstuurde, maar véél te ver links van de finishvlaggen. Dit kon niet goed zijn! Dit leek op: in blind vertrouwen achter anderen aan gaan.

'Je staat nu op een zandbank'

Ik besloot de groep te verlaten en m'n eigen koers te wijzigen richting de vlaggen, en werd uiteindelijk door de stroming alsnog een tiental meters te ver naar links gestuwd. Tot de Noordzeebodem m’n tenen raakte. 

Mezelf omhoog hijsend, trok ik het beklemmende brilletje er met een ruk vanaf en de zuigende zwemcap met een pluk hoofdhaar erachteraan. Helemaal daas, werd ik aangehouden door een jongeman die met lange lieslaarzen in de branding stond. Hij sprak me bemoedigend toe en moest zijn zinnen langzaam herhalen alvorens ze tot me doordrongen:

'Gefeliciteerd! Je hebt het gehaald! Pas op! Je staat nu op een zandbank en daar verderop is het weer dieper. Het zou lullig zijn als je languit voorover op je snufferd gaat, zo vlak voor de finish.' Hij had de woorden nog niet herhaald of daar gingen er al twee plat voorover het water in. Inderdaad, dat zag er extreem lullig uit. Kun je eindelijk schitteren voor alle toeschouwers op de duinen, door als een zeegod uit het water te herrijzen, en dan ga je plat op je bek. Stoere reputatie met 1 golf weggevaagd, als een kansloos zandkasteel op de vloedlijn van de genadeloze Noordzee. Zou mij niet gebeuren!

Het waterwaden viel me zwaar, maar het laatste stukje strand richting de rode finishmat kon ik nog rennend afleggen. De enkelchip registreerde: 35min 36 sec. 53e binnenkomst van de 68 mannen. Snelste tijd door Lars: 22min. Minst snelle tijd door Marius: 57 minuten en 40 seconden.

Marius heeft bijna een uur in de Noordzee gelegen, vechtend tegen de golven en dat verdient respect. Want ondanks alles heeft hij niet de reddingsboot om hulp geroepen en is hij - tegen alle verwachtingen in - tóch doorgezwommen. Wat zou er in Poseidonsnaam allemaal door z'n hoofd gespookt zijn?

René Sence (51) is opgeleid als documentairemaker, heeft 8 jaar als item-regisseur gewerkt, hij maakte surrealistische grafische tekenen en houdt van schrijven.

Deel dit artikel