Hersenknetter (deel 10). Knuffelen

Health

Hersenknetter (deel 10). Knuffelen

Door -

Deel dit artikel

Het leven houdt niet op na een herseninfarct. Als iemand dat weet, dan is het de boomlange dierenarts Peter Bracht wel. Zijn levenslust overwint alles. Dit is deel 10, waarin hij zijn behoefte om te knuffelen niet onder stoelen of banken steekt.

Door: Peter Bracht

Zo kwam ik in 2020 mannen tegen, die ik graag tegen me aan had willen drukken voor een stevige hug. 

De Volkskrant vroeg het zich vandaag af in een kop: Wanneer gaan we weer knuffelen? Dit wordt een ode aan bijzondere mannen, die ik de afgelopen jaren ontmoet heb en die – zodra het oude normaal weer als nieuw is – een echte knuffel( hug) van mij krijgen. 

Niet boos worden. Er zijn momenten geweest waarop ik sinds maart 2020, toen covid begon aan zijn virale wurggreep, even dacht: ‘Fuck it, ik pak die uitgestoken hand en completeer die met een knuffel.' Wat corona-maatregelen? Nu even niet. Gelukkig heb ik me in kunnen houden. Maar het was niet altijd even gemakkelijk. Zo kwam ik in 2020 mannen tegen, die ik graag tegen me aan had willen drukken voor een stevige hug. 

Zoals de enige, echte nachtburgemeester van Den Haag, René Bom (zie foto bij dit stuk), mijn hoofdredacteur bij Mannenzaken (misschien ken je die wel, Mick Boskamp), Mark Rutte die ik vaak tegenkwam in het Haagse en natuurlijk legio andere lieve mannen, die je niet zult kennen. 

Zwaar naadje

Maar de behoefte om te knuffelen begon met Niels van Eijk uit Gouda. Niels heeft in de zomer van 2017 ook een Hersenknetter gekregen en revalideerde op dezelfde afdeling van het Sophia Revalidatiecentrum als ik. Nu is het voor iedereen die een herseninfarct krijgt een enorm drama dat je leven voorgoed omgooit. En je kunt de verschillende gevallen niet met elkaar vergelijken. Voor mij was het zwaar naadje en ik was erg verdrietig, zielig en kapot die eerste periode, maar Niels was pas 35 en had schade in zijn linker hersenhelft, dus had hij ook nog afasie. Hij kon niet praten. Dan voel je je al zo slecht en kun je je niet eens uiten, Je vrouw en twee dochters moeten vertellen hoe je je voelt of moeten dank je wel zeggen tegen de verpleging die je helpt met douchen of met aankleden. Hij kon niet eens gedag zeggen als we elkaar in onze rolstoelen tegenkwamen op de gang. Meer dan een knikje, een glimlach en een opgestoken hand ( bij mij rechts, bij hem de linker) zat er niet in. Wat had ik te doen met die gozer, en met al die andere mensen op de afdeling met afasie. Vreselijk als je alleen maar kunt huilen. 

Samen huilen

Tot die dag dat ik na een behandeling terugkwam op de afdeling en hij – zittend in de rolstoel die door onze logopedist werd voortgeduwd – met pretoogjes, die ik niet eerder had gezien bij hem, een langgerekte en lage 'Haalooo' uitstootte. Nog steeds klinkt hij traag en af en toe hakkelend (heb ik ook op momenten) maar hij praat weer en wij konden het de weken daarna steeds beter vinden met elkaar. Na het eten dronken we samen met vrienden van hem en zijn ouders koffie of thee. Toen hij met ontslag ging, is hij nog even naar mijn kamer gelopen om gedag te zeggen, maar ik was elders in het gebouw voor therapie. Dus een emotioneel afscheid zat er niet in, hij was op een dag gewoon opeens weg. Dat vond ik nog het moeilijkst toen ik opgenomen was, afscheid nemen van mensen, of het nu meiden van de verpleging waren, die elders gingen werken of medepatiënten op de afdeling. Het was iedere keer huilen geblazen tijdens en na de knuffel en het uitwisselen van telefoonnummers. Samen huilen schept een nog diepere band. Exit Niels dus? Ben je mal. Want gelukkig is er social media. Toen ik kort na thuiskomst uit het revalidatiecentrum weer even op de praktijk achter mijn bureautje in de hondenspreekkamer kroop, zag ik dat Niels via LinkedIn zijn telefoonnummer had gedeeld. Het contact houden was begonnen. 

Ondanks alle ellende

Onlangs ontmoette ik hem weer eens. Al een tijdje speelde ik met de gedachte om eens met hem af te spreken in bijvoorbeeld één van onze woonplaatsen. Ondanks de lockdown pakte ik op 18 maart de trein naar Gouda, waar Niels mij opwachtte bij de uitgang van het station. Wij probeerden elkaars rechter hand te schudden en zoals zo vaak bij mensen met schade links en een verlamde rechter hand ging dat enigszins onhandig. Maar we deden het toch. We liepen samen de stad in naar het stadhuisplein, waar alle kroegen dicht waren. Maar omdat we niet voor 1 gat te vangen zijn, haalden we een broodje en een sappie bij de appie en vonden we een bankje om naast elkaar toch samen te lunchen. Waarna zijn vader ons een lift gaf naar het huis van Niels waar wij thee dronken en verder kletsend onze middag doorbrachten (wat moet dat heerlijk zijn voor mensen die weer kunnen praten na afasie gehad te hebben.) Zijn vader bracht mij daarna weer naar het station en ik ging naar huis. Het lijkt allemaal niks bijzonders. Maar wat was dat een fijne middag met deze leuke gast, die ondanks alle ellende gezegend is met een goed gevoel voor humor en zelfspot. Wij zijn veel kwijt geraakt, maar dat dus niet. Ik kan niet wachten op het nieuwe oude normaal om met hem een kroeg in te duiken voor een biertje en om hem stevig te knuffelen. 

Deel dit artikel