Zeg maar nee

Entertainment

Zeg maar nee

Door -

Deel dit artikel

Na weken op de hippiecamping is Tino Stuij terug in zijn woonplaats Zandvoort. Uitgerust en wel. En dat is te merken aan zijn nieuwe column...

 

Voor alle duidelijkheid, ik heb geen anale fixatie.

Uiteraard moet ik lachen om goede poepgrappen.

Wie lacht om een scheet is tenslotte dommer dan hij weet.

Schuldig.

Maar toen ik onlangs enige tijd in de aanwezigheid van twee verpleegkundigen verkeerde rond het kampvuur rouleerden de enige echte eerste hulp ‘er zit iets in mijn kont en ik weet niet hoe het er gekomen is’ verhalen.

Ooit filmden we op een ziekenhuisafdeling waar men een vitrinekast had staan met diverse trofeeën. Geen bewijsstukken van hoe heldhaftig de medici stalen pennen en spijkers uit benen of ogen hadden verwijderd.

Maar een kast vol voorwerpen die mensen uit vrije wil in hun kont hadden gestopt. Na de zaklamp, barbiepop, brillenkoker en colafles ben ik gestopt met kijken want ik vond het ook iets voyeuristisch hebben en daar ben ik niet van.

Het is behoorlijk woke om zelfs bij afwezigheid iedereen z’n privacy te gunnen op het gebied van anal toying. Ik zal wel in mijn rectale fase hebben gezeten want niet veel later maakten we voor het programma Je Zal Het Maar Hebben met Patrick Lodiers een reportage over een man zonder anus. Een medisch unicum. De jongen was geboren zonder sluitspier en inmiddels kunnen ze hartspieren, longen en de hele rataplan namaken of vervangen maar de sluitpost van ons achterste is op geen enkele wijze na te bouwen.

Dus kreeg deze door ons tot ‘man zonder anus’ omgedoopte vrolijkerd een elektronisch schuifje dat hij met een afstandsbediening kon openen en sluiten.

Te bizar, alsof je een auto ontgrendelde, zonder piepgeluid.

Wanneer hij aandrang voelde was het simpelweg ‘sesam open u’.

En omdat we altijd iets bijzonders wilden doen zijn we met hem gaan zwemmen om te zien of z’n rectale garagedeur wel waterdicht was. Dat bleek. Het openen tijdens de zwemtocht hebben we gelaten omdat we bang waren dat hij vol zou kunnen lopen. En zo valt er dus altijd wat te lachen rond ons achterste.

Minder vrolijk werd de chirurg die vertelde een delicate operatie uit te moeten voeren waarbij een gloeilamp verwijderd moest worden.

Met name vanwege het gevaar van onherstelbare schade aan eerder genoemd onvervangbare rectum. En zo ontspon zich een ongemakkelijk gesprek op zaal.

Dat klassiek begon met de ‘uitglijvariant’.

‘U hebt veel geluk gehad meneer. Als de lamp was geknapt waren we veel verder van huis geweest.’

‘Dank u wel dokter. Ja, ziet u, ik was een lamp aan het vervangen in de badkamer en toen ik uitgleed schoof die lamp in mijn kont.’

Dit was het moment waarop de chirurg al enige tijd had gewacht.

In een eerder geval werd er door hem minzaam geknikt en liet hij het erbij.

Maar deze kon hij niet laten lopen want ook niets menselijks is de chirurg vreemd. De arts telde in zijn hoofd van 21 tot 25 en vervolgde met een lichte glimlach:

‘Wat vervelend voor u. Mag ik nog iets vragen?’

‘Zeker’

‘Bent u toevallig twee keer gevallen ?’

‘Huh ?’

‘Ik heb namelijk twee gloeilampen moeten verwijderen.’

Diepe stilte en een nog dieproder hoofd. 

Poep gebeurt.

Bart de Graaff zei het al: Zeg maar nee, dan krijg je er twee. Toevallig.

Deel dit artikel