Weekend long read: Perfect

Entertainment

Weekend long read: Perfect

Door -

Deel dit artikel

Vanaf nu elke week op zaterdagochtend een lang stuk voor het weekend. Vandaag eentje uit de archieven van Playboy. Een bijzonder verhaal.

Prince zong het al in de track 1999: 'I was dreamin' when I wrote this, forgive me if it goes astray.' Toen ik onderstaand artikel in hetzelfde jaar voor Playboy schreef, was ik vrijgezel. Je denkt: Playboy-redacteur, veertiger, wonende boven de RoXY in de Amsterdamse Kalvertoren, wat een glorieuze swinging tijd moet dat zijn geweest! Ik kan je vertellen dat het eendachtig de woorden van Prince vooral een verwarrende tijd was... Lees onderstaande zeitgeist-story maar:

In eerste instantie moest ik lachen om zijn verhaal. Een vriend van me had een meisje meegetroond naar zijn Amsterdamse appartement. Uiteraard na alles uit de kast te hebben gehaald. Stoffer, poetsdoeken, strooppotten, super-lijm. Werkelijk alles. Het kwam tot vrijen. De vriend is ernstig gecharmeerd van seks en toen hij haar oraal aan het bevredigen was (“Ze had zoiets zaligs tussen haar benen!”) kwam hij spontaan klaar. Je zou denken dat het meisje zich enorm gestreeld zou hebben gevoeld. Tenslotte was het haar orgaan en haar orgaan alleen dat hem tijdelijk had ontregeld. Mis. Ze stond op, kleedde zich aan en verliet het pand om nooit meer iets van zich te laten horen. Mijn vriend had nog niet klaar mogen komen. Dat was verre van perfect.

Op de dag dat ze het uitmaakte

Het is dertig graden in Amsterdam. Op het terras van het café onder mijn huis zitten op dit moment waarschijnlijk de mooiste jonge vrouwen, jonge vrouwen die in bloei zijn, maar die door de hitte tegelijkertijd een beetje verwelken. Het parfum van de bloem vermengt met een vleugje samengebalde lichaamsgeur. Een zalige, gekmakende contradictie. En toch ben ik niet daar, maar hier, languit liggend op de bank van mijn woning in het centrum van het centrum van de stad. Ik denk na over het leven. Sinds ik twaalf weken geleden - nadat mijn relatie stuk was gegaan - van de ene op de andere dag vrijgezel werd, denk ik steeds vaker na over het leven. Boven mijn hoofd zie ik de takken van een enorme varen. Dat moet mijn plant zijn. Er zitten bruine randjes aan de groene takken. En toch heb ik naar mijn weten de plant genoeg water gegeven. Opeens realiseer ik me dat, na alles wat ik de laatste weken aan volstrekte krankzinnigheid heb meegemaakt, een relatie is als deze plant. Geef je ‘m te weinig water, dan gaat-ie dood. Geef je ‘m teveel water, dan gaat-ie dood. En als je ‘m genoeg water geeft, dan gaat-ie ook dood, gewoon om dwars te willen liggen. Zo denk ik over relaties anno 1999. Ik ben niet echt een optimist. Maar dat ik zo bitter zou kunnen zijn, had zelfs ik – gematigd pessimist die ik ben – niet kunnen bevroeden. Ik sluit mijn ogen. Als ik ze open doe, wil ik weer terug zijn in de wereld die ooit bestond en waarin over liefde en alles wat daarmee te maken heeft, niet werd nagedacht omdat het hart nu eenmaal pompt en het niet afvraagt waarom. Maar ik stok bij twaalf weken geleden, om precies te zijn op de dag dat ze het uitmaakte.

De nieuwe Mick danst

Ik droeg het als een man. Dat betekende dat ik volledig in stortte. Mijn vriend, dezelfde die sinds hij zijn mond had gebruikt, beduidend meer zweeg tegen vrouwen, redde me uiteindelijk na een pittige periode van hongerstaking. Hij bracht me eten, sleurde me onder de douche, waste me, ook daar waar mannen zoals hij en ik elkaar alleen in doodsnood wassen, zocht in mijn klerenkast een mooie combinatie voor me uit en sprak toen de legendarische woorden: “De oude Mick Boskamp bestaat niet meer; de nieuwe Mick danst.”

Dat deed ik dan maar die avond. Ik danste zoals ik daarvoor nog nooit had gedanst. Op de maat van de muziek. Ik was vrij. Voor het eerst in lange tijd had ik geen relatie. Toen ik voor het laatst vrijgezel was geweest, gebruikte ik geen zeep om mijn gezicht te wassen, maar tonic van clearasil. Ik had lang vlassig haar op mijn kin waarin de zwavelgeur van de acne-crème bleef hangen, met als gevolg dat ik niet bepaald de aandacht van meisjes kreeg die ik mezelf had toegedicht. Nu, lichtjaren later, waren de omstandigheden totaal anders. Gert van Veen had me in de Volkskrant ‘Nederland’s enige nachtreporter’ genoemd. Ik was beroemd, wereldberoemd in de afgebrande RoXY. En na jaren te hebben gezaaid om het zaaien alleen, was ik nu door onvoorziene omstandigheden in staat om ook te oogsten. Als een moderne rattenvanger van Hamelen hoefde ik niet eens mijn fluit te laten zien, laat staan te bespelen om de beestjes achter me aan te krijgen.

Een vriendschap plus

Die avond was het meteen raak. Tenminste. Raak in mijn optiek. Ik houd niet van one-night stands. Ik vind ze zo vluchtig. Je bent nog niet goed en wel klaargekomen of je bent alweer op weg, in dit geval richting huis. De laatste zoen bij een one-night stand is ook altijd een zoen op de wang. Wat nog net ontbreekt is een ferme handdruk. Ik hoef niet meteen een relatie, maar ik wil toch wat dieper gaan met een vrouw. Ik wil een gesprek hebben en niet over het weer, ook niet als de conversatie over ‘wanneer doen we het weer?’ gaat. Ik wil contact en niet alleen van het fysieke soort. De enige uitzondering daarop is zoenen. Zoenen bij de eerste, geslaagde ontmoeting is voor mij de slagroom op de cake. En die avond zoende ik alsof mijn lippen er van af hingen. Ik had een goed gesprek gehad, ik had gezoend en dat schreeuwde om meer, dus vroeg ik of we elkaar nog eens konden zien. “Misschien,” zei ze. Die kende ik nog van vroeger. Niet meteen toehappen.

Wat ik niet van vroeger kende en eigenlijk compleet nieuw voor me was, was dat ze, nadat we elkaar regelmatig hadden gezien (en gezoend) opeens tegen me zei dat ik niet verliefd op haar mocht worden. Een relatie leidde af en afleiding kon ze niet gebruiken, zeker niet nu ze bezig was om zichzelf te ontplooien. “Ik zal het tegen mezelf zeggen,” antwoordde ik. De daaropvolgende weken hadden we diepe gesprekken die zo nu en dan werden onderbroken omdat we op elkaars tongen zogen. Op een goed moment kwam het gesprek op wat er tussen haar en mij was. Ik zei dat we in ieder geval iets heel aparts hadden. “We hebben gewoon een platonische vriendschap,” zei ze. “Maar hoe verklaar je dan dat zoenen?” vroeg ik. “Ik bedoel: het is nog net geen neuken wat we doen, maar verder zijn alle symptomen duidelijk aanwezig.” “We hebben een platonische relatie, maar dan met iets extra’s,” legde ze uit.

“Zoals met bepaalde ziekenfondsverzekeringen?” vroeg ik cynisch, “waarbij je een uitgebreid pakket kan krijgen? Een verzekering plus. Wij hebben een vriendschap plus.”

Het cynisme negerend zei ze: “Het mooie aan platonische relaties is dat je ze nooit uit hoeft te maken.”

Nieuwe tijden, nieuwe spelregels

“Maar de keerzijde ervan is,” zei ik, “is dat je een soort levenslange verkering hebt, maar dan zonder die zalige wip aan het einde van de dag.” We zagen elkaar nog een paar keer en toen werd ze zo in beslag genomen door zelfontplooiing, dat ze geruisloos, namelijk via E-mail, uit mijn leven verdween. Heel modern allemaal. De weken daarop maakte het enthousiasme dat ik als vrijgezel had plaats voor frustraties. Eerst dacht ik dat het aan mij lag. Dat ik nog zoveel onverwerkt verdriet me me meedroeg dat ik weinig geduld had en weinig open stond voor anderen. Maar uiteindelijk kwam ik tot de ontdekking dat dit nieuwe tijden waren, met nieuwe spelregels. Dat ik waarschijnlijk te lang uit de running was geweest. Aan aandacht geen gebrek, maar wat ik ook probeerde om de vrouwen dichter bij me te krijgen, het bleef een soort aandacht op afstand. Ik was zo bezig met het begrijpen van die nieuwe spelregels, dat ik in eerste instantie niet door had dat om me heen relaties kapot gingen als betrof het een hardnekkig virus.

“Maar hoe zit het dan met die gezellige, ouderwetse pijn die je voelt als een relatie stuk loopt?” vroeg ik.

Tijdens een onder ons in een modern Japans restaurant, waar je al misselijk wordt voor het eten omdat de verschillende sushi’s op een rolband voorbij komen, vertelde een vriend van me waarom hij zo blij was dat hij onlangs zijn relatie had verbroken. Met een brede glimlach op zijn gezicht, begon hij te vertellen over de enorme sociaal-maatschappelijke revolutie die voor de deur stond. “Mensen beginnen te realiseren dat relaties niet voor altijd zijn,” zei hij. “En daarom houden ze zich steeds minder vast aan hun partner, zijn ze steeds meer in staat om hun eigen weg te gaan.”

“Maar hoe zit het dan met die gezellige, ouderwetse pijn die je voelt als een relatie stuk loopt?” vroeg ik.

“Die zal er niet minder om worden,” antwoordde hij. “Maar je calculeert de pijn wel in, waardoor je er beter mee om gaat.”

Het moest niet gekker worden. Bij de koffie, die met een glimlach werd geserveerd, waarschijnlijk omdat de bediening dan wat te doen heeft in dit lopende band-restaurant, vertelde hij verder dat hij nu alle tijd had om business-wise de buit binnen te halen. “Waarom denk je dat ik nu al een cabriolet leas?” Ik wist het niet. “Om daar straks vanaf te zijn, van dat materiële. Ik wil nu alles om straks niets te hoeven. Want als ik zoveel geld heb, dat ik niet meer hoef te werken, wil ik rust. Dan kom ik in de spirituele fase van mijn leven, begrijp je?” “Bijna,” zei ik. “Geef me nog een paar weken als vrijgezel en ik zit op hetzelfde level.”

Een ouwe lul uit de goeie tijd

Diezelfde avond vertelde ik het verhaal van mijn eetafspraak aan mijn Rotterdamse vriend. Rotterdammers zijn misschien niet zo spiritueel als Amsterdammers, ze weten wel hoe je, zonder omwegen, van punt A naar punt B komt. “Het is gewoon simpel,” zei hij. “Heel de wereld is krankjorem aan het worden en het zijn vooral die wijven van tegenwoordig die een schop onder hun kont moeten hebben. Jij bent een ouwe lul. Dat is duidelijk. Maar wel een ouwe lul die nog uit de goeie tijd stamt. Laat ik je een vraag stellen. Je antwoord bepaalt of je inderdaad wel die goeie, ouwe lul bent. Stel je vriendin, die je nu niet hebt, maar goed, stel dat ze zeven goeie eigenschappen en drie slechte eigenschappen bezit, slechte eigenschappen die niet dodelijk zijn voor een relatie. Vreemdgaan is dodelijk. Maar jij rookt bijvoorbeeld niet en zij rookt als een ketter. Dan denk jij: ik heb een winst behaald van zeven tegen drie. Die vrouw mag blijven van jou. Klopt toch? Een winst van tien-nul hoeft voor jou niet per se. En nu komt het: weet je wat de meeste wijven willen nu? Die willen tien-nul. En met minder nemen ze geen genoegen. Begrijp jij het? Het enige wat ik begrijp is waarom vrouwen tieten hebben. Zodat mannen tegen ze beginnen te praten.”

'Het grootste nadeel van vrijgezel zijn is dat er geen nadelen zijn...'

Als dit inderdaad een trend was, die tot mislukken gedoemde zoektocht naar perfectie en de daarbij behorende voorzichtigheid mbt. een relatie, dan leek het me handig om een second opinion te vragen, die iets meer onderbouwd was. Op Ibiza, het eiland voor moderne singles (en dan bedoel ik niet de dansplaten die er gedraaid worden) legde ik het gegeven voor aan Remko de Jong, die strateeg is bij FHV, het grootste reclame-bureau van Nederland. Volgens hem was die trend inderdaad duidelijk aanwezig. En hij had er ook al, zoals het een goed strateeg betaamt, over nagedacht. “In deze maatschappij is er een overaanbod van alles, er zijn zoveel keuzes,” vertelde hij, met in de rug de ondergaande zon. “Alles wat de wereld bevat, kun je zien. Via televisie, reclame, internet. Daardoor kun je alles vergelijken met elkaar. En je eigen keuze maken. Dat gegeven werkt ook door in een relatie. Zit er iets niet goed, iets dat met wat extra energie van beide partners kan worden verholpen, dan kan men die moeite niet meer opbrengen. Dan is het einde oefening. Je ziet ook dat bepaalde zaken die vroeger allesbehalve zaligmakend waren als je van elkaar hield, nu opeens heel belangrijk zijn. Ik kan me niet voorstellen dat een vrouw vroeger een man verliet omdat hij niet eager genoeg was om een super-carrière na te streven.”

“En dat blijft zo?” vroeg ik bezorgd.

“Gelukkig niet. Futurologen beweren dat men er uiteindelijk achter komt dat het streven naar perfectie dodelijk vermoeiend is, waardoor er in het jaar 2000 pas echt een New Age tijdperk zal ontstaan. Dan breekt er een periode aan van het genieten van wat je hebt. Ook van dat wat je met elkaar hebt.”

Op mijn dooie gemak liep ik naar de branding. Om alvast te oefenen voor straks, als we geen haast meer zouden hebben. Ik passeerde twee sexy meisjes en hoorde de één tegen de ander in cockney-engels zeggen: “Ik wil een man met veel geld, veel geduld en een grote lul.” Ik meng me zelden in een vreemd gesprek, maar dit keer kon ik het niet nalaten om te vragen of één van de drie ook goed was.

Wat zal het lekker stil worden

Het is nog steeds erg warm in de stad. Ik kom omhoog van de bank en besluit mijn E-mail te gaan checken. Je moet toch wat als alleenstaande nachtreporter. Ik heb een E-mail gekregen van mijn vrouwelijke stapmaatje annex vrijgezel. Met haar heb ik een platonische relatie waarmee ik kan leven, want zoenen doen we niet. Ik had haar gevraagd hoe het was om alleengaand te zijn (nieuw Viva-woord). Want in afwachting van de grote ommekeer heb ik toch maar besloten om voorlopig alleen te blijven.

Ze schrijft:

Het grootste nadeel van vrijgezel zijn in deze tijd, is dat er eigenlijk geen nadelen zijn. Het is heel gewoon om alleen te zijn of om geen kinderen te hebben. Of om eenpersoonsmaaltijden te halen bij Albert Heijn. De Braun plakcontrol bestaat ook in een single-uitvoering. Alleen naar de bioscoop gaan, is heel gewoon. Tja. Noem jij nog eens een nadeel van alleen zijn?

Nadelen? Ik zou het niet weten. Misschien dat je als vrijgezel in deze maatschappij zo gemotiveerd wordt om jezelf te ontwikkelen en naar jezelf op zoek te gaan, om jezelf blij te maken, om vooral eerst aan jezelf te denken dat je uiteindelijk een vacuüm voor jezelf creëert, waarin je niemand meer nodig hebt, geen partner, geen nazaten. Wat zal het op deze planeet lekker stil worden in het nieuwe Millennium.

 

Deel dit artikel