Vervelende kwast

Entertainment

Vervelende kwast

Door -

Deel dit artikel

Als er lezers zijn die willen dat we een tipje van de sluier oplichten met betrekking tot de nieuwe column van Tino Stuij; hij is niet de vervelende kwast uit de titel. 

Ik sta regelmatig voor studenten om uit te leggen hoe het medialandschap in elkaar zit en hoe creativiteit werkt. En standaard probeer ik, tot grote vreugde van de toehoorders, uit te leggen dat je vooral een fuck-you mentaliteit moet hebben als je dingen echt voor elkaar wilt krijgen. 
Sterker, de meest succesvolle projecten, concepten en programma’s komen tot stand omdat er mensen ‘nee’ hebben gezegd tegen het idee. Zonder wrijving geen glans.

Mijn zoon had voor z’n studie een hoorcollege van Taco, mijn voormalige mediadirecteur van de Kro. Toen het ging over creatie en hoe creativiteit tot stand komt, noemde mijn oud-collega mijn naam. Het kwam erop neer dat je creative nutcases de ruimte moet gunnen en niet moet beperken. Als voorbeeld noemde hij een oranje muur in mijn kamer.

Ik werkte nog geen twee maanden bij de publieke omroep.
Had een hoekkamertje in het enorme omroepgebouw gekregen als nieuwe creatieve chef.
Een goed koffieapparaat geïnstalleerd natuurlijk.
De kamers in het ‘ministerie van televisie’ hebben vooral lelijke systeemplafonds en muren in de kleur wit. In het leger hebben ze tenslotte ook alleen groen.
Mocht je een schilderbeurtje nodig hebben, komt er iemand van de interne dienst met witkwast en pot langs.

Een van de klusjesmannen van het pand, Dokan, was binnen een week mijn partner in crime. Als ik een boutje, snoertje of moertje nodig had, werd dat meestal in zesvoud ingevuld en moest je gemiddeld twee weken wachten. Maar Dokan hielp mij tussendoor zonder werkbriefje omdat hij de humor van deze vorm van rebellie wel inzag.
Toen ik na enige tijd genoeg had van de witte muren omdat ik het gevoel kreeg in een isoleercel te leven, nam ik een pot latex van huis mee. In een warme aardetint, tegen oranje aan. En heb na keurig alles afgeplakt te hebben mijn werkkamer een make-over gegeven.

Dokan liep ’s avonds langs mijn kamer en moest lachen.
‘Wat doe je nou, vriend ? Dat mag niet,’ zei hij plichtsgetrouw.
Hij kende het klappen van de zweep en wist inmiddels waar dit toe leidde.
Toen ik de volgende dag op kantoor kwam waren de muren weer wit.
Dokan had van hogerhand een werkbriefje in zesvoud gekregen.
Hij keek me meewarig aan. ‘Ik moet van mijn baas, vriend.’

De volgende dag haalde ik mijn afplaktape en kwast tevoorschijn en maakte de kamer weer vrolijk oranje met een aardse gloed. Dat waren ze bij het ministerie blijkbaar niet gewend. En het opperhoofd van de interne dienst belde met mijn directe chef, Taco. 
Die moest er wel om lachen.‘Bel hem zelf maar..’

Dat telefoontje kwam natuurlijk. Of ik wist dat wat ik deed eigenlijk niet mocht.
Natuurlijk. Maar ik wil een fijne werkomgeving die inspireert en daar hoort de kleur wit niet bij, was mijn antwoord. Daarna werd het gesprek iets grimmiger.
Er zijn regels. En mij werd min of meer gesommeerd om deze actie te staken en meegedeeld dat morgen de muren weer friswit zouden zijn.
Die dreiging werkte bij mij als een oranje muur op een stier.
‘Ik vind om te beginnen je toon niet okay. En dan, jij kunt iedere dag mensen sturen om mijn kamer weer wit te maken. Maar ik heb meer energie en verf, dan jij je voor kunt stellen. En vraag maar om me heen, ik ben gekker dan jullie met z’n allen bij elkaar.’

De enige oranje kamer in het pand bleef lange tijd mijn werkkamer, tot de journalisten van Brandpunt er hun intrek namen.  En de gebouwendienst de kans schoon zag om als een dief in de nacht de boel snel weer te witten.

Vervelende kwasten.

Deel dit artikel