Verboden interview met Pink Floyd’s David Gilmour

Entertainment

Verboden interview met Pink Floyd’s David Gilmour

Door -

Deel dit artikel

Maandag 13 juni 1988. Vandaag op de kop af 30 jaar geleden. Het EK Voetbal in West-Duitsland was 3 dagen aan de gang. Ik bevond me heel toepasselijk op heilige voetbalgrond, in de catacomben van De Kuip in Rotterdam.

De stadionklok stond op 6 uur. Ik ging een biertje drinken met mijn gitaarheld, David Gilmour van Pink Floyd. Informeel. Géén interview, had de PR-dame van platenlabel EMI-Bovema me op het hart gedrukt. En ik stond stijf van de zenuwen.

‘Jij houdt toch van Pink Floyd? Vind je het leuk om vanavond, vóór het concert, informeel een biertje te drinken met David Gilmour en Nick Mason?’

Op de ochtend van die 13e juni in 1988 zat ik, zoals vrijwel elke dag, bijtijds achter mijn Playboy-bureau. Niets fijner dan de rust van een nog lege redactieruimte om aan stoute briefwisselingen met niet minder stoute dames te werken. Het was de tijd van vóór Grote Liefde, laat dat duidelijk zijn. En alle dames kunnen gerust zijn… ik heb inmiddels alles vernietigd.

Bij EMI-Bovema hanteerden ze duidelijk andere werktijden dan bij het mannenblad. De PR-dame belde vóór negen uur. ‘Jou moet ik net hebben,’ zei ze. Dat verbaasde me, want de muziekzaken werden bij Playboy uitsluitend door Mick gedaan. Maar ik had wel af en toe contact met EMI. 1988 was de tijd dat we massaal begonnen over te stappen van vinyl naar CD’s. Ik ook. En het was Mick die me had aangeraden om, als ik mijn Pink Floyd-platen op CD wilde hebben, dat te regelen via de platenmaatschappij. Dat scheelde de helft in de prijs! Voor de jongeren onder ons, een LP kostte toen rond de twintig gulden, voor CD-versies werd zonder met de ogen te knipperen 50 gulden gevraagd. En ik had inmiddels een aantal Pink Floyd albums op CD aangeschaft. Dat was blijkbaar niet onopgemerkt gebleven.

Ik moest me om kwart voor zes die avond in Rotterdam melden. Details zouden nog volgen.

‘Jij houdt toch van Pink Floyd? Vind je het leuk om vanavond, vóór het concert, informeel een biertje te drinken met David Gilmour en Nick Mason? Géén interviews, want dan stappen ze meteen weer op! Gewoon gezellig een backstage drankje doen voor het concert begint.’

Lust een aap bananen? Natúúrlijk vond ik het leuk! Sterker, ik had zelfs kaarten voor de show van die avond, dus ik was sowieso al in de buurt. En geen interviews doen was geen enkel probleem. Mick was de muziekman. Ik deed de Playmates, de moppen en interviews met sportmannen. En Mannenzaken, de uitermate populaire gadgetpagina’s.

OK! Dan moest ik me om kwart voor zes die avond in Rotterdam melden. Details zouden nog volgen.

Twee tafels met veel drankjes en snacks erop. Er werd godzijdank geen muziek gedraaid.

Terwijl de rest van Nederland zich onder een serieus dreigende wolkenhemel via de gewone toegangspoorten De Kuip in wurmde, moest ik me melden bij een poortje aan de podiumkant van het stadion. Daar stonden inmiddels circa 20 persmensen. Ik hoorde Duits en Vlaams. Om klokslag kwart voor zes mochten we naar binnen. Na een doolhof van treurig ogende gangetjes en ruimtes – De Kuip was toen nog niet verbouwd en verkeerde in een ontluisterend non-glorieuze staat – kwamen we in een met de moed der wanhoop feestelijk ingerichte ruimte: twee tafels met veel drankjes en snacks erop. Er werd godzijdank geen muziek gedraaid. Daar stonden we dan…

De entree van Mason en Gilmour – in die volgorde – was ronduit bescheiden. Er stapten in alle rust twee Britse heren binnen. Ietwat excentriek ogende miljonairs, dacht ik. (Bizar dat ik dat nog weet, trouwens. Want ik heb dit avontuur conform de voorschriften nooit eerder opgeschreven.) En ze gingen – een beetje zoals de Duke of Kent op Wimbledon her en der een praatje maakt met de ballenmeisjes en -jongens bij het betreden van het Centre Court voor de prijsuitreiking – links en rechts een praatje maken. Heel relaxt allemaal. En toen David Gilmour uiteindelijk bij de laatste ballenjongen aankwam, waren de zenuwen volledig verdwenen.

Waar heb je met Gilmour over gepraat? Over het weer… Geen hond die dát gelooft als ik het mijn vrienden zou vertellen.

Het was een zachte hand, de rechterhand van de meester. Het mooie was, hij keek me recht in de ogen nadat ik me als redacteur van Playboy had voorgesteld. Indringend. Alsof hij even monsterde wat voor vlees hij in de Kuip had. (Flauwe woordspeling, ik weet het, maar ik kon ‘m niet laten liggen.) Ik zei dat ik ‘honoured’ was om de hand die me zoveel luistergenot had gebracht te kunnen schudden. Gilmour glimlachte verlegen. Waarna hij op bezorgde toon zei dat ‘ie hoopte dat het niet zou gaan regenen. Want dan konden ze een deel van lichtshow niet gebruiken. Too dangerous… (Waar heb je met Gilmour over gepraat? Over het weer… Geen hond die dát gelooft als ik het mijn vrienden zou vertellen.) En ik antwoordde dat het nooit zo erg kon gaan regenen als ‘toen in het Amsterdamse Bos’.

Hij deed er nog net niet nudge nudge, wink wink bij

‘You have been there???’ Gilmour’s gezicht schakelde binnen een seconde van zorgelijk naar stralend. Hij legde een arm op mijn schouder en zei veelbetekend, ‘We always had a GREAT time in Amsterdam…’ Hij deed er nog net niet nudge nudge, wink wink bij. De datum wist ‘ie niet meer, maar Gilmour wist tot mijn stomme verbazing nog wel grotendeels de line up van het Free Concert op 26 juni 1971: ‘America, Pearls Before Swine, Humble Pie… and some local bands.’ En dat het die dag waanzinnig hard regende, maar dat tijdens het afsluitende Pink Floyd optreden de avondzon doorbrak. ‘But that is most probably NOT going to happen tonight,’ voegde hij er berustend aan toe.

‘Enjoy the show,’ zei Gilmour als afscheid.

Waarna ik hem - tegen alle regels in – tóch een vraag stelde. Hij hoefde geen moment na te denken over welke solo hem het dierbaarst was: Comfortably Numb. Waarbij hij met zichtbaar genoegen probeerde uit te leggen wat een machtig gevoel het hem had gegeven wanneer tijdens de The Wall-concerten boven op de muur staande de solo over de hoofden van het publiek joeg. En toen heb ik de gitarist van Pink Floyd heel onbescheiden gevraagd of hij de solo in de Comfortably Numb versie van 13 juni 1988 extra lang kon maken. Zoals Prince dat in Purple Rain ook zo fijn kon doen, voegde ik eraan toe.

‘Consider it done,’ zei de meester met een glimlach.

En op dat moment kwam er een strenge mevrouw de ruimte binnengestapt. Ze klapte in haar handen en riep: ‘OK boys, it’s time for the glittering costumes!’

‘Enjoy the show,’ zei Gilmour als afscheid.

Dertig minuten zag ik hem terug later op het podium. En tijdens Comfortably Numb soleerde hij op magistrale, apocalyptische wijze de donkere wolken van de hemel.

‘Dat doet ‘ie voor mij,’ zei ik tegen de man die naast me op het veld stond.

De man geloofde me niet.

 

Naschrift: Tijdens één van de The Wall-shows van Roger Waters speelde David Gilmour als speciale gast in de Londense O2 Arena opnieuw van boven op de muur zijn befaamde solo in Comfortably Numb. Zie de foto.

Hieronder een donderende versie van Comfortably Numb uit 1994. Enjoy the show…

 

 

 

Deel dit artikel