Troostkat

Entertainment

Troostkat

Door -

Deel dit artikel

Hij laat je lachen, hij laat je denken en hij laat je een traan laten van ontroering. Zoals in deze column van Tino Stuij. 

In het begin van de pandemie probeerden we iedere dag iets positiefs aan covid-19 te ontdekken. Helaas werden het wekelijkse en maandelijkse sessies maar het kwam er op neer dat we meer tijd voor elkaar hebben, de natuur knapt zienderogen op, er was eindelijk weer eens een sjoeltoernooitje thuis en de dierenasielen worden leeggehaald door mensen met dierenhuidhonger. En dat begrijp ik.

Er is geen grotere troost dan een kat die met z’n kont in je gezicht komt zitten als teken van vertrouwen.
Schuimende honden van veertig kilo die springend in hun enthousiasme met vlijmscherpe nagels je scrotum attaqueren.
Hamsters die pijnlijke liefdesbeetjes uitdelen.
En koudbloedige goudvissen die onverwacht een staarwedstrijd met je beginnen.
Die je onmogelijk kunt winnen van die fuckvissen.

Volgens kenners is de wereld onderverdeeld in honden- en kattenmensen. Wij zijn van de laatste categorie. Omdat katten niet alleen slim en eigenwijs zijn maar ook zelfredzaam. De kat is de cactus van de dierenwereld. Of een Volvo.
Gaat best lang mee zonder al te veel onderhoud.

Onze Guus wordt wat ouder en aanhankelijker en Kees is een zwart loeder dat zich slechts vertoond als er voedsel is. Onze vorige kat, Dirk, was een geval apart. Een hond in een kattenlijf.
Leg Dirk op z’n rug en hij blijft drie uur liggen in de hoera-stand.

Dirk was een allemansvriend die net als de meeste katten overal z’n adresjes had. Hij sliep in de sokkenla op nummer 24, at stiekem brokjes mee op 28 en dronk z’n ochtendmelk op 34. En wij maar denken dat Dirk altijd bij ons was natuurlijk. Als wij thuis waren, was Dirk er tenslotte. Inmiddels weten we beter. Wanneer een kat je auto aan hoort komen rijden laat hij de sokkenla van de buren voor wat het is en staat als een verloren kind op je te wachten bij binnenkomst.

Katten zijn verraderlijke smiechten met een driedubbele agenda.

Buurman Nico stond op een dag met betraande ogen aan de deur.
Hij had Dirk stuiptrekkend gevonden en hield hem voorzichtig in z’n armen.
We legden hem in een rieten mandje neer en even later was het gebeurd.

Drama natuurlijk. Iedereen verdrietig. Toen de eerste week van rouw erop zat kwam mijn lief een meneer met een grijze baard tegen voor de deur. Hij kwam enigszins bekend voor, maar hij stelde zich gelukkig netjes voor als de buurman van nummer 36.

‘Mag ik je iets vragen ?’

‘Maar natuurlijk’

‘We hebben Dirk al een tijdje niet gezien.’

Ze werd enigszins overvallen door de vraag van deze wildvreemde buurman en kon natuurlijk niet anders dan antwoorden dat Dirk in de kattenhemel was.

Geheel onverwachts schoot de tot dan onbekende buurman vol.
En voor ze het wist stond ze de snikkende buurman te troosten met het verlies van onze kat.

Toen de buurman weer een beetje op adem was, vervolgde hij:
‘Ja, wij hebben ook een kat. Die is lief, natuurlijk. Daar niet van. Maar het is gewoon geen Dirk.’

Onze Dirk, de troostkat. Hij wordt gemist.

Maar vooral door nummer 28, 32 en reservegetal 36.

Deel dit artikel