Mixer van het eerste uur

Entertainment

Mixer van het eerste uur

Door -

Deel dit artikel

Zoals je eerder op Mannenzaken hebt kunnen lezen, behoort Bob van der Linden alias B.O.B. uit Rotterdam al decennialang tot onze favoriete Dj's. In onderstaand verhaal neemt hij je mee terug naar de jaren tachtig toen voor hem de liefde voor het mixen begon met een spoelendeck en plakband. 

Door: Bob van der Linden

'Met een gelukzalig gevoel stak ik met het prachtige apparaat in mijn armen de straat over toen er een aanstormende fietser mij met zijn stuur raakte.'

Weet je nog wanneer je echt je muzikale voorkeur ontwikkelde die vervolgens een leven lang bij je bleef? Zelf heb ik nooit zoveel met songteksten gehad. Het leek wel of ik afasie kreeg als een liedje voorbij kwam. Wat er werd gezongen, kwam zelden binnen bij me. Misschien kwam dat wel omdat ik me helemaal op de beats, baslijnen en instrumentale stukken stortte. 

De meisjes dansten met andere meisjes. Een tasje op de grond, als scheiding tussen de dansende meisjesvoeten. Pakje Marlboro in de hand. Ik was de enige jongen die helemaal uit zijn dak ging op Patrick Cowley’s Menergy en had meteen met iedereen ruzie in het Christelijke dorp waar ik mijn jeugd doorbracht, want dansen was niet cool voor jongens. Ik kon het niet tegenhouden, mijn lichaam moest gewoon keihard bewegen.

Ferry was de koning

Het was 1981, het jaar van Patrick Cowley, Bohannon, K.I.D., muziek die als eerste gedraaid werd door Ferry Maat in de Soul Show. Gekluisterd voor het Akai cassettedeck met vers TDK SA90 bandje (de 120 minuten versies liepen vaak vast) zat ik met mijn vinger op de pauzetoets klaar om de cassetteband te vullen met de volgende disco of funkplaat, die Ferry startte. Als liefhebber van de Goddelijke dansmuziek was je afhankelijk van wat Ferry Maat de ether instuurde. Met zijn Soul Show was hij de koning, een man die nog steeds steeds wordt geëerd als muziekleraar van de eerste generatie succesvolle Nederlandse Dj’s.

Met het gespaarde geld van mijn krantenwijk kocht ik een eerste Akai tapedeck. En mijn platencollectie begon voorzichtig te groeien. Ook in die tijd was een 12” een rip uit je lijf en kostte al gauw zo’n 15 gulden. En dan hebben we het nog niet eens over de reis met de trein van Hardinxveld-Giessendam naar platenwinkel Hotsound in Rotterdam of naar Kareltje in Utrecht, om vervolgens met 1 exemplaar uit de Hot 100 terug naar huis te komen. Zo groeide de collectie tergend langzaam maar wel met alleen de platen die ertoe deden. Nog steeds koester ik ze stuk voor stuk en weet ik nog precies waar ik elk exemplaar heb gekocht.

Huis-tuin-en-keuken-plakband

Inmiddels had ik wat apparatuur verzameld; een Philips platenspeler en een Akai platenspeler zonder pitchcontrol plus een tweedehands Inkel mengpaneeltje. Ik was totaal verslaafd geraakt aan het mixen van twee platen, waarbij ik met nieuwe combinaties van acapella’s en instrumentale delen nieuwe arrangementen probeerde samen te stellen. Om arrangementen te kunnen maken, besloot ik een spoelendeck te kopen. Ik knipte de tapes en met behulp van gewoon huis-tuin-en-keuken-plakband laste ik ze weer aan elkaar. De mix die ik instuurde naar Robin Albers leverde me een uitnodiging op om naar de studio te komen om gast te zijn in Avro’s Driemaal Doordraai. 

Op een dag was het zover en ging ik samen met mijn vader een nieuw en professioneel spoelendeck kopen bij een hifi-zaak op de Voorstraat in Dordrecht. Met een gelukzalig gevoel stak ik met het prachtige apparaat in mijn armen de straat over toen er een aanstormende fietser mij met zijn stuur raakte. De man raakte de stoeprand en werd over de stoep gekatapulteerd, zo een portiek in waar hij bewegingsloos bleef liggen. Mijn vader en ik hebben nog op de ambulance gewacht. Ontzettend vervelend allemaal, maar mijn nieuw stuk apparatuur had er gelukkig niets aan over gehouden.

Een innovatieve oplossing

Dat spoelendeck bleek een knaller te zijn. Alles werkte fantastisch; de geluidskwaliteit was adembenemend voor die tijd en de machine bleek een schitterend instrument om mee te werken. De hoge snelheid waarmee de tape kon worden afgespeeld zorgde voor onhoorbare knipjes en lasjes. Die waren inmiddels niet meer vervaardigd met gewoon plakband, maar met de professionelere BASF plakband waarvoor ik ook een wereldreis maakte naar Radio Correct in Rotterdam. Om loops met beats te maken had ik een innovatieve oplossing bedacht. Ik knipte en plakte korte fragmenten die ik zorgvuldig had getimed en maakte er een meterslange lus tape van. Op een paaltje had ik met een spijker een spoel van mijn tapedeck bevestigd. Zo werd de tape gespannen en liep die vervolgens langs de koppen van het spoelendeck. Met deze eigen uitvinding kon ik zonder samples of drumcomputer lange stukken met beats maken die als een laag onder de muziek kon worden gemixt. 

Op een donderdagmiddag werd ik door vrienden gebeld met het ongelofelijke nieuws dat Ferry Maat in de uitzending van de top 50 elk uur een jingle draaide met de aankondiging dat mijn mix zou worden gedraaid in de Soul Show. De eerste mix die ik had gemaakt op mijn nieuwe deck werd meteen gedraaid in de Bond van Doorstarters, die nog maar net van start was gegaan. We zaten met het hele gezin in de woonkamer te luisteren naar de laatste piepjes van de jingle van de BvD, voordat Ferry de mix startte. Ook oma luisterde mee op afstand. 

De schuif van mijn microfoon

Ik was los. Er was niets anders meer interessanters dan muziek (re)mixen. School werd een bijzaak, tot wanhoop van mijn ouders. Elke nacht stond ik achter de tapedecks om mijn mixtechnieken te verbeteren en te genieten van de ‘grote’ vondsten, wanneer twee, drie of vier tracks samensmolten tot iets geheel nieuws. 

Het bleef niet bij een mix in de Soulshow. Sterker nog: Ferry Maat nodigde mij uit om naar de studio in het Muziekpaviljoen in Hilversum te komen. En daar zat ik dan, in de studio op een bankje in de hoek bij het koffieapparaat te kijken hoe mijn grote held zijn programma maakte. Gewoon nog met een draaitafel links en rechts en voor zich een hele stapel met cassettes om de bekende Soul Show jingles in te starten. Ik keek naar het echte professionele Studer spoelendeck waarop mijn mixtape gespannen stond om te worden gedraaid. Ferry vroeg mij voor de microfoon plaats te nemen en een koptelefoon op te zetten. Toen de laatste tonen van mijn mix klonken, ging de schuif van mijn microfoon open en stelde Ferry mij een aantal vragen. Ik keek hem aan en was zo onder de indruk van alles, dat ik alleen nog maar onzin kon uitkramen. Na afloop van de uitzending kreeg ik een reel mee van een live concert van Sheila E, als aandenken aan deze memorabele avond. Ik heb de tape nog steeds tussen de andere reels van de soulshow mixen.

Alsof Ferry Maat wist dat hij een legende zou worden, heeft hij zijn Soul Show programma’s opgenomen en zijn ze weer te beluisteren op www.soulshow.nl. Nu, 33 jaar later, terwijl we in een volledig digitale wereld leven, hoor ik nog steeds mijn mixen voorbij komen, zoals deze van januari 1986. Bij de uitzending van onderstaande mix zat ik in de studio. Als ik mijn ogen dicht doe, zit er weer en ruik ik de koffie. 

Deel dit artikel