Krankzinnige avonturen met Dj Danny Howells

Entertainment

Krankzinnige avonturen met Dj Danny Howells

Door -

Deel dit artikel

Eén van mijn beste Dj-vrienden is Danny Howells uit Engeland. Met hem heb ik de krankzinnigste avonturen beleefd. Zoals onderstaand verhaal rond de Smirnoff Experience op 8 november 2003.

Een kennis die ook van moderne dansmuziek houdt, kwam naar me toe en zei: ‘Kijk naar de vrouwen. Kijk hoe ze naar hem kijken. Alsof ze hem willen ontvoeren in een grote reiswieg.'

Aankomsthal 1, Schiphol. Het toestel uit Manchester is na een uur vertraging eindelijk geland. Nu begint het spannend te worden. De vraag is: heeft Danny Howells zijn vliegtuig gehaald? Eerder kreeg ik een sms van hem dat het toestel was vertraagd en ik me dus niet hoef- de te haasten, een bericht dat ik ontving toen ik al lang en breed op Schiphol stond. Maar dat zegt nog niks. Danny leeft in een droomwereld, waarin hij nooit een vliegtuig mist, altijd op tijd is en zich nooit schuldig maakt aan overmatig drankgebruik. In het laatste geval is er, als hij groen en geel ziet, altijd iets mis met de chemische samenstelling of de houdbaarheidsdatum van de alcoholische versnapering. Een evergreen in deze is bijvoorbeeld de opmerking: ‘Ik voel me niet zo lekker, want de wodka was niet goed meer.’

Per abuis op een ander vliegtuig

Het kan zijn dat hij op het allerlaatste moment wel zijn toestel heeft gehaald, maar ook dan ben je er nog niet. Danny Howells staat op de 12e plaats van de dj top-100. Dat is overigens al jaren zo; een constante plek in de hoogste regionen van de Forbes 500 van het dj-wezen. Maar hij bekleedt ook nog ergens anders een eerste plek, namelijk op de lijst van rondreizende dj’s, die in het land van aankomst in allerijl platen moeten lenen om te kunnen draaien. De reden hiervoor is dat hun platenkoffers in het land van vertrek per abuis op een ander vliegtuig zijn gezet.

In de aankomsthal van Schiphol is het nog steeds wachten op de dj. Daar gaan we weer. Opeens gaat mijn telefoontje. Godzijdank. Het is Howells. Hij zegt: ‘Ik voel me niet zo lekker.’ ‘Waar ben je?’ vraag ik nerveus. ‘Ik ben geland,’ zegt hij, ‘en ik ben zo ziek als een hond. Ik heb gisteren tequila gedronken en dat had ik beter niet kunnen doen. Ik wist niet dat ik allergisch was voor tequila.’ ‘Ik wil je niet nog zieker maken dan je al bent,’ zeg ik. ‘Maar hier in Nederland heet die allergische reactie een kater. A hangover, Danny. Heb je alles bij je? Platenkoffers bijvoorbeeld?’ ‘Dat wou ik net tegen je zeggen,’ fluistert hij. ‘Ik ga eerst nog even naar cargo toe, want tien minuten geleden is de band gestopt. En mijn koffers zaten er niet bij.’

Gelach in stereo

Ik begin te vloeken.‘Keep your voice down,’zegt hij.‘Neem me niet kwalijk!,’ zeg ik, ‘ik sta hier al anderhalf uur op Schiphol, je platenkoffers zijn weer eens zoek, de mensen van Smirnoff verwachten je straks in Den Haag. En ik moet kalm blijven? Waarom fluister je eigenlijk zo?’ En dan hoor ik gelach in stereo. Ik draai me om en kijk tegen de ritssluiting van een broek aan. Als ik naar beneden kijk, zie ik twee paar benen die op een platenkoffer staan. Als ik vervolgens omhoog kijk, zie ik die pretkop van Howells met een telefoontje aan zijn oor. Om me heen hoor ik mensen lachen. Nog bijna een heel etmaal te gaan en ik ben nu al moe. In de auto op weg naar Den Haag vertelt Howells hoe hij via de aankomsthal 2 naar buiten was gegaan en me in de verte bij uitgang 1 met een verbeten trek om mijn mond zag staan. Op zijn tenen was hij naar me toe gekomen, terwijl hij de mensen die om me heen stonden te wachten met een vinger voor zijn mond in het complot betrok.
'Sorry, auntie Picko,’ zegt hij.

Alsof het een wiebelwieg is

Hij kijkt me aan en ik zie een kind. Ik zie het aan de blik in zijn ogen, maar ook aan de manier waarop hij in de veiligheidsgordels hangt. Alsof het een wiebelwieg is. Bij de aanblik van dat zielige hoopje mens moet ik denken aan het moment dat hij zich voor de zoveelste keer had verslapen. Howells is nog niet wakker te krijgen met een klap van een sloophamer op zijn hersenpan en die ochtend had ik gewoon geen puf meer voor een vermoeiend ritueel. Eerst had ik op mijn tenen naar mijn werkkamer annex Danny Howells-suite moeten lopen, waar ik drie keer (met een intervaltijd van vijf minuten) zachtjes ‘Danny, wakey, wakey!’ had moeten zeggen, om vervolgens de druk, voornamelijk bepaald door het volume van mijn stemgeluid, langzaam maar zeker op te voeren. Dit keer liep ik op hem af en ging meteen over naar het laatste stadium in het wek-proces. ‘Sta op! Je mist je fuckin’ vliegtuig!’ riep ik. Vervolgens ging ik weer liggen. Twee uur later werd ik wakker toen Howells naast mijn bed stond. ‘Wakey, wakey!’ zei hij tegen me.

We hadden dus een probleem. Danny had nog een kwartier om zijn toestel te halen, dus besloot hij British Airways te bellen. Met open mond heb ik naar hem zitten luisteren. Leugentjes om bestwil moe- ten kunnen, maar dit was werkelijk tenenkrommend. ‘Mevrouw,’ zei hij met een iel stemmetje. ‘Ik zou met de BA 427 naar Londen vliegen, maar ik ben heel erg ziek. Ik heb iets fouts gegeten. Of gedronken. Ik moet om de minuut naar het toilet. Ik ben zo bang dat ik het in het toestel in mijn broek doe, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Is het misschien mogelijk om me op een latere vlucht te zetten, zodat ik nog tijd heb om naar de dokter te gaan voor een recept dat me van de racekak af helpt?’ En zonder bijkomende kosten werd een middag- vlucht voor hem geboekt. Gekken trekken de kaart.

Het nieuwe dak eraf

Den Haag is een aparte stad. Er was een tijd dat je er een kogel kon afvuren en alleen de kans had om een verdwaalde politicus te raken, maar tegenwoordig bruist de residentie als nooit tevoren, vooral op uitgaansgebied. Het is niet voor niets dat de mensen van Smirnoff voor hun feesten (waar alleen top-dj’s draaien) gekozen hebben voor het Haagse Paard van Troje, een uitspanning die al sinds de vroege jaren zeventig bestaat en waar alle Earring-leden minstens één orgasme moeten hebben beleefd in de kleedkamers. Onlangs is het Paard verbouwd en nu, op deze zaterdagavond, mogen Danny Howells en het Amerikaanse super dj-duo Masters At Work ervoor zorgen dat het nieuwe dak er straks voorgoed af gaat.

Ik kijk vanuit mijn hotelkamer over de stad die ergens, daar verderop, straks een explosie van dansklanken mee zal maken, als ik een telefoontje krijg. Iemand van de organisatie vraagt beleefd doch dringend of Danny al gereed is om naar het Paard te gaan. Ze bellen mij omdat hij niet opneemt. Aan het geluid van stromend water in de kamer boven me te horen, weet ik ook waarom hij zijn telefoontje niet hoort. Hij staat onder de douche. En zingt hoogstwaarschijnlijk een liedje van Elton John. Hoe is het mogelijk dat deze man zonder begeleiding de hele wereld over reist? Hoe kan het bestaan dat hij een tour door Zuid-Amerika doet, vervolgens naar New York vliegt, waar tickets voor zijn maandeijkse avond in de Arc sneller uitverkocht zijn dan kaartjes voor Britney Spears, en dan naar Australië vliegt? Waarschijnlijk omdat in elke stad wel iemand net zo gek is als ik. Al sinds er van Danny mixalbums op de markt worden gebracht (acht inmiddels) sta ik bij de bedankjes op de hoesjes. Naast John Digweed, de dj die net als hij uit Hastings, Zuid-Engeland komt en hem als beginnende dance-professional on- der zijn hoede nam, en andere dance-coryfeeën. Maar een heleboel namen, en Danny bedankt veel mensen op zijn hoesjes, kon en kan ik niet thuisbrengen. Japanse namen, Franse namen, joodse namen. Dat moeten allemaal vrienden ter plekke zijn. Vrienden, maar vooral vrijwilligers. Danny op tijd van A naar B brengen is tenslotte vrijwilligerswerk, want: onbetaalbaar.

Het poesje heette Miu-Miu

Een keer stond ook mijn huisdier bij de bedankjes. Het poesje heette Miu Miu. Op een middag, terwijl ik op de bank aan het bijkomen was van mijn wekdiensten, kwam Danny met een slaapdronken hoofd en een brede glimlach de kamer binnengelopen. ‘Ik heb de meest fantastische droom gehad,’ zei hij. ‘Ik droomde dat een vrouw de hele nacht aan mijn tepels zoog.’ Op dat moment viel zijn badjas open en zag ik dat zijn tepels rood en opgezwollen waren. Ik keek waar Miu Miu was en zei: ‘Danny, ga even zitten.’ Vervolgens vertelde ik hem het verhaal dat Miu Miu te vroeg is weggehaald bij haar moeder en daardoor de neiging heeft om op tepels te zuigen. Normaal zou iemand die ligt te slapen hiervan wakker worden en het beestje wegduwen. Maar dit was Danny Howells, de man die zelfs door het begin van de Derde Wereldoorlog heen zou slapen.

Toen ik hem die middag op het vliegveld zette, zei hij bij het af-scheid: ‘Ik ga er snel vandoor. Dan heb ik nog tijd om voor een mooie bh te kijken, eentje die mijn nieuwe tieten kan bedekken.’

Volledig in zijn zak

Veertien uur later rijden we weer op dezelfde snelweg, maar dan in tegengestelde richting, op weg naar Schiphol. Terwijl Danny met zijn vingers een bamischijf ontleedt, moet ik denken aan het moment dat hij zijn eerste plaat opzette in het Paard. Er steeg een gejuich op dat ik nog niet eerder had gehoord bij het begin van een dj-set, ook niet bij Tiësto. Daar juichen ze uit volle borst, maar toch anders. Met een tikkeltje minder plezier, minder voorpret. Binnen een paar platen had hij de mensen op de dansvloer volledig in zijn zak. Een kennis die ook van moderne dansmuziek houdt, kwam naar me toe en zei: ‘Kijk naar de vrouwen. Kijk hoe ze naar hem kijken. Alsof ze hem willen ontvoeren in een grote reiswieg.'

‘Smaakt het, Danny?’ vraag ik. Hij antwoordt niet. Hij houdt een stukje bami tussen zijn vingers en kijkt erbij alsof hij het examen chirurgie aflegt. Dan vraagt hij of we misschien ergens kunnen stoppen. Ik geef hem een plastic zak en trap het gaspedaal in. Over een uur vertrekt zijn toestel naar Buenos Aires.

Deel dit artikel