John Digweed voor het eerst in Nederland. Wat een verhaal

Entertainment

John Digweed voor het eerst in Nederland. Wat een verhaal

Door -

Deel dit artikel

Kijk naar deze aparte foto. John en ik op Schiphol. Poserend voor een verhaal dat nooit geschreven is, laat staan gepubliceerd. Dit verhaal werd wel geplaatst. En verscheen zelfs in mijn Nachtboek. Over de eerste keer dat John in Nederland draaide.

Ik hoor dat A. het verhaal begint te vertellen dat ik ooit had geschreven over John Digweed, die was overleden. Ik had een parkiet genaamd John Digweed, en op een dag viel-ie van zijn stok af.  Ook parkieten hebben niet het eeuwige leven.

Ik heb de groten der aarde geïnterviewd. Prince, John Travolta, Diana Ross, Michael Jackson, Bryan Ferry, Grace Jones. Zelden was ik echt nerveus.
Ik lulde me altijd wel dwars door een opkomende aanval van hyperventilatie heen. Maar die middag op Schiphol steek ik de ene sigaret met de andere aan. Een man zegt tegen me dat ik hier niet mag roken.
“Ik rook niet,” zeg ik. “Ik houd slechts een pakje sigaretten brandende.”
Toestel HV 604 is zojuist geland. Wat zal ik doen als ik hem zie? Tenminste: als-ie me ziet. Ik heb het idee dat ik vandaag flink ben gekrompen.
De laatste keer dat ik dacht korter te zijn geworden, was toen ik in de kleedkamers van de Jaap Edenhal op zoek ging naar James Brown en aan een vrouw die onder een droogkap zat toeriep: ‘Miss, do you know where James Brown is?’ Waarop het mens zich omdraaide en ik in de verbijsterde ogen van de vermaarde soulzanger keek.

In een zwart gat gezogen

Er is een reden dat ik me klein voel vandaag. Ik wacht op de man die mijn leven vijf jaar geleden een wending gaf. Vijf jaar geleden hoorde ik de vierde CD uit de “Journeys Through Deejays” serie, de ‘silken mix by John Digweed.’ Gek is dat, maar belangrijke gebeurtenissen staan zo dicht bij je dat je je vaak van alles kunt herinneren van zulke momenten, zelfs tot vluchtige details aan toe.
Tot op de dag van vandaag, vijf jaar later, als ik aan dat moment denk, ruik ik de geur van het parfum dat ik die dag droeg. Vetiver van Guerlain. Ik weet nog dat ik naar Zandvoort reed in de auto en dat de eerste mix voorbij kwam. Tenminste: dat gaf de speler aan. Zelf hoorde ik het niet. Toen ik op de plek van bestemming arriveerde, had ik het idee dat ik door de ruimte had gereisd met de snelheid van het licht. Ik was in een zwart gat gezogen en toen ik terug op aarde kwam, bleek ik herboren te zijn. Dat ging aanvankelijk met wat rottigheid gepaard. Ik werd tenslotte weer even puber. Maar het eindresultaat mocht er zijn.

Ramp voor de mensheid

John Digweed zorgde ervoor dat ik voor het eerst van mijn leven het idee had dat ik op mijn plaats was. Dankzij hem vond ik een stroming waarop ik bleef drijven. Zonder reddingsboei.
Alle passagiers zijn voorbijgekomen. Zou Diggers het vliegtuig hebben gemist? Ik zie het voor me: John, die net terug uit Israël op een bankje bij de rolband in slaap valt, terwijl zijn platenkoffers rondjes maken op het rubber.
Stel je voor dat net op dat moment DJ Jean, aangekomen vanuit Ibiza, toevallig langs band 9 loopt. Doet-ie het of doet-ie het niet? Natuurlijk doet-ie het. Een ramp voor de mensheid.
Goddank. Daar zijn drie platenkoffers, ietwat sloom voortgeduwd door een jongeman met een bril op, een overbodig attribuut zo te zien. Zijn ogen staan op half zeven en dat terwijl het pas vier uur in de middag is.

Wereldcups

Er vallen ijsblokjes uit de hemel. Dat komt goed uit, want in de kleedkamer van het Galgenwaard Stadion in Utrecht is zowel de whiskey als de stemming tamelijk lauw. Nick Muir van Bedrock, Nick Warren van Way Out West, Justin Robertson van Lionrock en John Digweed halen van de dramatische weeromstuit maar wat oude Engelse koeien uit de sloot.
Ik begrijp er geen fuck van waar ze het over hebben. Ik weet een boel over de Engelsen, maar dit gaat mijn pet te boven.
Inmiddels heb ik vriend A. uit Rotterdam en zijn lieftallige vriendin A. van de koude, natte tribune geplukt om hier de tijd te doden. Alles beter dan om deelgenoot te zijn van deze nooit zo bedoelde, intrieste happening die Premiere League heet. Ik schenk nog maar wat bij voor de aanwezigen. Als de ploeg die hier bijeen is het veld in zou gaan, zou het de wereldbeker winnen, ik zweer het je. A. op doel, Robertson in het centrum van de verdediging, Muir op rechts, Warren als linkshalf, ik als rechtshalfwat, Digweed als spelmaker en vriendin A. als de gehele voorhoede. De wereldcups heeft ze al.

Deze wanvertoning

Om zes uur wordt definitief het sein tot ‘inpakken en wegwezen’ gegeven. Er vallen nu hagelstenen zo groot als baseballen uit de de lucht. Mijn hart huilt. Ik moet denken aan het telefoongesprek een paar weken daarvoor.
“Is het safe als ik daar in Utrecht draai?” vroeg John.
Ik hoefde geen drie seconden na te denken en zei ‘ja’. Ik heb geen ene mallemoer met deze wanvertoning te maken, maar toch voel ik me richting Digweed behoorlijk schuldig.
Tegelijkertijd ben ik blij dat ik toen in een opwelling Eelco Anceaux van de Chemistry heb gebeld met de vraag of John ’s avonds na Utrecht in Amsterdam kon draaien. Ik denk niet dat ik het zou overleven als de drie platenkoffers die in de achterbak van mijn auto staan, onaangeroerd terug naar Engeland zouden gaan.
Rest de vraag: wat doen we in de tussenliggende tijd? John moet om 1 uur in de Escape zijn, het is nu 6.30 uur. Er is maar één persoon die in dit geval uitkomst biedt.

Met stomheid geslagen

Ik sta in de keuken van ons appartement in het hartje van het hart van de grote stad die Amsterdam heet. En ik loop in de weg.
“Ga naar je gasten toe,” zeggen mijn vriendin en vriendin A.  tegen me. “Je hebt je hier zo op verheugd.”
Ik zeg dat ik wat te drinken in moet schenken, maar ik weet alleen niet meer wat. Ik ben er niet helemaal bij met mijn hoofd. Dat komt omdat het te vol zit in mijn kamer. Bovenkamer. Ik kan niet geloven dat dit allemaal echt gebeurd.
Op mijn bank zitten vriend A., Nick Warren, Nick Muir en Alana van Cream Agency. John zit op een stoel, mijn stoel. Ze zijn aan het eten. Zo te zien smaakt het. Toen we van Utrecht naar Amsterdam reden, was mijn vriendin naar de Albert Heijn gegaan om wat boodschappen te halen. Ze heeft vijf Indonesische gerechten gemaakt, de één nog bewerkelijker dan de ander. Ik ben met stomheid geslagen. Zeg eerlijk: welke vrouw doet dat? Welke vrouw offert haar rustige studie-avond op om het hele zooitje nachtmongolen thuis te ontvangen en dan ook nog uitgebreid te gaan staan koken voor ze? Mijn vriendin. Mijn vriendin die me op dit moment de woonkamer in duwt en zegt dat ik bij mijn hoofdgast moet gaan zitten.

Duik in het publiek

Ik hoor dat A. het verhaal begint te vertellen dat ik ooit had geschreven over John Digweed, die was overleden. Ik had een parkiet genaamd John Digweed, en op een dag viel-ie van zijn stok af.  Ook parkieten hebben niet het eeuwige leven.
Ik schiet de woonkamer in en begin snel een lulverhaal over het weer. In dit land kun je het altijd over het weer hebben. Godzijdank doet A.  er het zwijgen toe.
Ik ga naast John zitten en vraag hem of het artikel dat in de MixMag stond waar is. Het is waar. Zonder blikken of blozen begint hij het verhaal te vertellen dat hij in Lush moest draaien, in Noord-Ierland en dat hij zo dronken was dat hij bovenop de DJ-tafel klauterde en vervolgens een duik in het publiek nam.
“Vlak voordat ik sprong was iedereen van schrik naar de uitgang gerend,” zegt hij lachend. “Ik had gehoopt dat ze me opvingen, maar er stonden nog hooguit drie mensen. Toen het publiek weer naar binnen schuifelde heb ik het toen nog maar een keertje gedaan.”
Ik heb die middag net vol trots aan iedereen zitten vertellen dat onze man niet rookt en geen drugs gebruikt en nu flikt-ie me dit. Mooi is dat.

King of Dance Music

Ondertussen is het twaalf uur geworden. Tijd voor een wandeling. Naar de Escape.
Dertien uur later zitten Nick Muir, John en ik sloom van een salade te prikken in het Replay Café. “Ik was knap nerveus,” bekent mijn held en ik schrik. Een John Digweed kan niet nerveus zijn. Die mixt platen, terwijl hij ondertussen de krant leest en een kruiswoordpuzzel oplost. Niet dus. Die nervositeit was nergens voor nodig. Om kwart over één nam Digweed het roer over van Marcello. Ik had de eer om hem te mogen aankondigen. Met overslaande, licht hysterische stem zei ik:
“First time in Holland. The King Of Dance Music. John DIGWEED!”
Het klonk alsof ik mijn hele ziel en zaligheid erin legde en dat was ook zo.

John ging maar door

Bijna vier uur lang, tot de klok van vijf, hield Digweed de dansvloer in zijn greep. Nick Warren had er ook zichtbaar plezier in. Al shuffelend danste hij om mijn vriendin heen. Toen kwam hij naar me toe en zei:
“She is a better dancer than a cook. And she is a terrific cook!”
En John ging maar door. Toen om vijf uur Marcello de laatste plaat draaide en John in het zonnetje zette door zijn hand te pakken en hem als Rocky aan het publiek te tonen, zag ik dat Diggers daar zichtbaar moeite mee had.
Ik moest denken aan wat John ooit had gezegd in een interview: “People don’t
come to see me waving my hands in the air, they come to listen to the music
”.
Om twee uur ’s middags rijden we terug naar Schiphol. Met zijn drie koffers in de achterbak. Tijdens de autorit laat ik voor het eerst dit weekend echt mijn hart spreken. Ik vertel het verhaal dat ik in de auto op weg naar Zandvoort die “JDJ” CD van Digweed hoorde en wat er daarna met me gebeurde.
John reageert nauwelijks.
Dan zegt hij: “Mooie auto heb je.”

Deel dit artikel