IJskonijnen

Entertainment

IJskonijnen

Door -

Deel dit artikel

Tino Stuij was, zoals hij zichzelf noemt, een bobo bij de televisie. En als bobo bij de televisie maak je wat mee, zoals in onderstaand verhaal over 'ijskonijnen' Bridget Maasland en Anita Witzier duidelijk wordt.

Door: Tino Stuij

‘We zitten hier op 4000 meter hoogte. Dan is er niet veel zuurstof. Als een huis in de fik staat kunnen we het bij wijze van spreken uitplassen met een paar man.’

Never judge a book by its cover.

Ga dus nooit op de eerste indruk af.

Ik vond Bridget Maasland bijvoorbeeld een behoorlijk ijskonijn.

Maar nadat ik met haar een aantal tv-programma’s had gemaakt, moest ik mijn mening bijstellen. Ze heeft een goed gevoel voor humor, komt misschien niet op voor mensen maar wel voor straathonden en heeft een groot hart.

En ze is onwaarschijnlijk professioneel.

Nooit hoefde ik haar te vragen of ze een script wel had gelezen of een interview voorbereid.

Dat is fijn als programmamaker. Wanneer je je werk voor elkaar hebt, hoef je bij mij niet in de tuin gezellig thee te komen drinken. En Bridget is geen ijskonijn, ze is straatwijs en licht gereserveerd. Dat geldt natuurlijk voor veel bn’rs. Want iedereen wil altijd iets van je.
Een handtekening, geld, een selfie, aandacht of je lichaam, de gebruikelijke shizzle.

IJsklontjes plassen

Een andere tv-persoonlijkheid die al jaren wordt verdacht ijsklontjes te plassen is Anita Witzier. Ook bij haar had ik aanvankelijk enige gereserveerdheid. Het was haar allerlaatste reisklus voor de jongerenomroep, Veronica Goes Latin. Anita was wel een beetje klaar om met cameraploegen van hot naar her te reizen. Ze wilde bij haar nieuwe omroep Kro lekker de studio in. Op tijd thuis zijn met eten. Maar voorlopig stonden we op het hoogste punt in de Boliviaanse hoofdstad La Paz over de miljoenenstad uit te kijken. Ik zag een brandweerkazerne beneden ons. Er stonden slechts een ladderwagen en een jeep.

Toen we aan de gids vroegen waar de andere kazernes en brandweerwagens waren vertelde hij dat dit het hele wagenpark was. Huh? ‘We zitten hier op 4000 meter hoogte. Dan is er niet veel zuurstof. Als een huis in de fik staat kunnen we het bij wijze van spreken uitplassen met een paar man.’

Anita en ik keken elkaar aan en tien minuten later zaten we bij de goedlachse brandweercommandant aan tafel.

Fantastisch item

Zonder enige voorbereiding maakte Anita er een fantastisch item van tijdens de daaropvolgende oefening met enkele Boliviaanse spuitgastjes van amper 1.50 hoog. Ze waren langer bezig het vuur aan te maken dan het te doven.

Het werd een hilarisch onderwerp. Een dag later stonden we op het punt om de gevaarlijkste weg van de wereld af te dalen. De chauffeur van onze jeep stak vlak voordat we vertrokken nog even een lama-foetus in de fik om moeder aarde gunstig te stemmen. Hij schoot een beetje uit met de alcohol en verbrandde vervolgens z’n oog. Anita keek ons enigszins vertwijfeld aan. En terecht. Met slechts een oog kun je geen diepte schatten en dat leek haar toch wel een noodzakelijk kwaad als je de gevaarlijkste weg ter wereld afdaalt met een oude jeep. Maar de tv-karavaan stopt nooit en we vertrokken. Anita vertrok geen spier. Ze nam haar boek en heeft geen moment haar ogen van de bladzijden gehaald, terwijl wij langs metersdiepe afgronden reden en met gevaar voor eigen leven spectaculaire shots maakten. Een bikkel dus.

Stapel bankbiljetten

Het allerlaatste shot dat we met Anita draaiden was enkele dagen later op het beroemde Pelourinho plein in de Braziliaanse stad Salvador da Bahia. We sloten af in een café, waar een prachtig schilderij aan de muur hing. Anita vond het een mooi doek, zei ze nietsvermoedend. ’s Avonds zijn geluidsman Bert, cameraman Marc en ik achter haar rug naar de bareigenaar gegaan om het als afscheidscadeau voor Anita te kopen. De flamboyante nachtburgemeester van Salvador had het zelf geschilderd voor de liefde van z’n leven dus er moest enige overtuigingskracht en een flinke stapel bankbiljetten aan te pas komen om het mee te krijgen. Maar bij mijn weten hangt het doek nog steeds in Anita’s slaapkamer.

Daarna heb ik haar jaren niet meer gezien.

Behalve op een première of feestje in het voorbij gaan.

Boven in de hemel

Tot ik bij de Kro ging werken en we opnieuw samen programma’s mochten maken.

Ik inmiddels als omhoog gewaaide bobo en zij als de grande dame van de Kro.

En daar maakte ik Anita mee als verbeterde versie van zichzelf.

In Memories kon je al zien waarom zij samen met iemand als Patrick Lodiers de allerbeste human interest tv-maker van ons land is. Maar toen Anita programma’s over draagmoederschap, demente bejaarden en stervende jonge ouders ging maken kwam daar een dimensie bij. De manier waarop ze met psychiatrische patiënten sprak was al fenomenaal. Maar nooit vergeet ik een gesprek op de bedrand van een terminale jonge moeder. Die boven in de hemel wel de groeten aan familie van Anita zou doen.

Een gesprek zonder frutsels dat me in het hart raakte.

Dat is misschien de allergrootste verdienste van een talent als Anita Witzier.

Dat ze als een groot schilder met ogenschijnlijk simpele streken een verhaal vertelt.

Zonder tierelantijnen.

Dus ik ben dol op ijskonijnen.

Vooral omdat ze het eigenlijk niet zijn.

Ze op tijd komen.

Niet zeuren.

Voorbereid zijn.

En nooit zonder reden blijven hangen.

Als ik gezelligheid in mijn tuin wil, dan bel ik Bassie en Adriaan wel.

Deel dit artikel