Het Boskamp Hotel

Entertainment

Het Boskamp Hotel

Door -

Deel dit artikel

Vraag aan een willekeurige Engelse DJ wat het beste en goedkoopste hotel van Amsterdam is en tien tegen één dat hij of zij zal zeggen: “Quite simple. The Hotel Boskamp.” Zo begint het verhaal dat ondergetekende aan het eind van de vorige eeuw schreef. En dat we hier nu plaatsen omdat velen het uitgaan missen. 

Op de foto: de hotelmanager (in pyama en met muts) en Danny Howells

Natuurlijk heeft Danny Howells, straight from John Digweed’s casting couch zoals hij zelf zijn carrière ironisch weet samen te vatten, ook zijn eigenaardigheden. 

Het is niet eenvoudig om met z’n tweetjes een hotel voor DJ’s te runnen. En veel levert het niet op. Ja, af en toe een zeldzame remix, die ik, als ze diep in slaap zijn, blindelings uit de onbewaakte platenkoffer weet te trekken. Je moet het ook eigenlijk meer zien als een soort roeping. Een roeping die wordt ingegeven door een haast obsessieve hang om aardig gevonden te willen worden.

Ooit liet Michel de Hey (Rotterdammer, DJ en geheime minnaar van Jeroen Verheij) zich ontvallen dat ik een slijmerd was. Later is hij daar enigszins van teruggekomen. Daar was natuurlijk een aanleiding voor nodig. Nog net niet op zijn knieën smeekte hij me of ik John Digweed wilde laten weten dat de vrijdagavond in Nighttown de meest geschikte avond voor de Godheid uit Hastings was, waarna ik vanwege het voorafgaande drie nachten bedenktijd vroeg en een excuusbrief.

Michel vatte het, en dat moet ik hem nageven, ijzersterk op door me sindsdien vol ironie aan te spreken met ‘slijmbal’. En hij had natuurlijk wel een punt. Als ik iemand hoog heb zitten (lees alle DJ’s die hun bier lauw en zonder schuimkraag drinken), dan wil ik me nog wel eens in rare bochten wringen om die persoon het naar de zin te maken. Dat ik daarbij volledig aan de wensen en eisen van mijn partner in hotelzaken voorbij ga, is een last die zij en ik voor de rest van ons leven moeten dragen, vrees ik. Een letterlijke last.

Weet je hoe zwaar de drie platenkoffers van John Digweed wegen? Ik kan je vertellen dat van het gezamenlijke gewicht een groot aantal specialisten in het behandelen van hernia goed kunnen leven. Ik denk er zelfs over om van mijn spaarcenten een extra kracht in te huren voor het hotel, een bellboy in dit geval. Die vent hoeft niet beleefd te zijn als hij maar een tijdje heeft gewerkt als erkend verhuizer.

Vorm van smetvrees

The Hotel Boskamp. Je kunt er om lachen, maar zelf is het lachen me allang vergaan. Neem alleen al de troep die mijn gasten maken. Ik heb nog een tijdje geprobeerd om met een stoffer en blik achter hun hol aan te lopen, maar het is vechten tegen de bierkaai.
Diep in haar hart is mijn vriendin meer geschikt voor het hotelvak dan ik. Dat komt omdat zìj niet zo gestresst is als het op orde en netheid aankomt. Binnen vijf minuten nadat een DJ op Schiphol is aangekomen voor de terugvlucht, heeft zij het hotel alweer aan kant en valt er niets meer te zien van de in mijn paniekogen onherstelbare ravage.

Vroeger, heel vroeger gelukkig, leed ik aan een gevaarlijke vorm van smetvrees. Deurknoppen deed ik open met een theedoek in mijn hand, bang dat er vingerafdrukken op het ijzer kwamen. Dat is gelukkig een beetje over, maar ik word nog altijd knap nerveus als een DJ met een mijnwerkerslamp op door mijn porno-verzameling gaat. Platen leren ze wel altijd in de goede hoezen terug te stoppen, maar denk je nou echt dat na het bezoek van een DJ ‘Buttman’s Ultimate Adventure’ in het juiste doosje (excuzes le mot) zit?

Laatst kreeg ik mijn moeder aan de lijn die geschokt vertelde dat de film die ik haar had uitgeleend, in de eerste scène al meteen een wending nam.
“Moet je voorstellen,” zei ze. “Komt er een postbode aan de deur bij de hoofdrolspeelster uit de film en na vijf minuten maken ze bewegingen als zijnde getrouwd. Ik vond het niet verkeerd, maar je weet dat ik meer van een goed verhaal houd.”

Sodom & Gomorrah

Echt proper zijn ze ook niet, die DJ’s. En dan druk ik me nog lichtjes uit. In de hoek van de woonkamer staat nog steeds rechtop, als waarschuwing aan de rest van het schorum, mijn pyama-broek die ooit een weekend lang werd gedragen door DJ en producer Robin Green (alias Shango, alias Boom Unit). Drie keer raden waarom die broek recht van het ‘stijfsel’ staat.

Je moet nu niet gaan denken dat The Boskamp Hotel een soort Sodom & Gomorrah is, te vergelijken met het Manumission Motel op Ibiza. Daar slapen DJ’s, naakte danseressen, in leren broeken gestoken dwergen en gedrogeerde honden met cowboyhoeden op kris kras door elkaar op bevlekte waterbedden en kun je Elle McPherson en Jade Jagger in dezelfde staat van ontkleding en ontbinding aantreffen als feestbeesten Derek Dahlarge en Jon Carter.

Ik run een net hotel. Dat er af en toe tussen de lakens flink wordt gefantaseerd over hetgeen om zeven uur ’s ochtends voorbij is getrokken op de beeldbuis, kan ik niet voorkomen. Dat komt zelfs in de meest voorname hotelkamers ter wereld voor.
Alleen geloof ik niet dat de hoteldirecteur van het Waldorf Astoria om acht uur ’s ochtends de nu al door de gehele Engelse scene overgenomen woorden “I love the smell of brandy in the morning” spreekt en daaropvolgend een fles Martell aan zijn mond zet.

Luid gehinnik

Je zou er haast alcoholist van worden, van die gasten. Ze hebben ook stuk voor stuk een aparte gebruiksaanwijzing, a manual, om even in het Engels te blijven (een woord dat in de vertaling overigens zeer toepasselijk is als we hun favoriete bezigheid onder de lakens in ogenschouw nemen). Neem de al eerder genoemde Rob Green. Mister Green mag dan misschien uiterst vooruitstrevende muziek maken (luister in dat kader naar één van de lekkerste platen van 1998, ‘Intravenus’ van Boom Unit), qua geestesgesteldheid is hij duidelijk blijven steken in zijn peuterjaren. Green achter de oren.

Op een ochtend, op een tijdstip dat ik ervan uit ga dat onze speciale gasten nog in diepe rust zouden moeten zijn, werden we hinderlijk gewekt door luid gehinnik. Even dachten we nog dat Rob, die net als alle andere gasten een eigen sleutel krijgt, het paard had meegenomen dat de nacht daarvoor nog tegen hem op had gereden op de dansvloer van Club de Ville. Toen ik echter slaapdronken de woonkamer binnen strompelde, zag ik tot mijn grote verbijstering dat Rob en de kat naar Cartoon Network aan het kijken waren.

Bleek dat hij verslaafd was aan Johnny Bravo. Ik begreep al niet goed waar hij het soms over had, Nu weet ik dat hij dan letterlijk teksten uit deze tekenfilm-serie aan het citeren is. En ik vind mezelf echt niet dom. Maar zou jij weten waar iemand het over heeft als hij tegen je zegt: “Sprechen Sie Love?” 

Kilootje Foe Yong Hai

Soms gedraag ik me als een kind, maar ik ben al wel 41. Dat is een respectabele leeftijd, waarop je, meen ik, zelf mag bepalen wanneer je de stoute kinderschoenen aantrekt. En toch, als je het goed wilt doen in de hotelbranche, moet je je erbij neerleggen dat elk vogeltje anders gebekt is. Je kunt niet als Basil Fawlty de gasten krenken en beledigen, hoe graag je dat soms ook zou willen, dus stel je je gedienstig op. De volgende keer als Omid Nourizadeh (oftewel 16 B) Amsterdam aandoet, weet ik dat ik naar Hoi Tin op de Zeedijk moet voor een kilootje Foe Yong Hai Met Kip (Omid neemt namelijk altijd een stel Nederlandse vrienden mee, DJ’s natuurlijk).

En als John Digweed Nederland weer eens zal bezoeken (tenminste: als de promoters hun Hollandse zuinigheid eens laten varen en wat geld uit het laatje willen trekken) dan ben ik bang dat we ons genoodzaakt voelen om een speciaal arrangement voor hem te boeken. John heeft nog nooit in Hotel Boskamp geslapen. Verder dan het nemen van een douche kwam het namelijk niet. Hij vond het toen heel bijzonder dat de hotelkat Simba vanaf de rand van de badkuip hem probeerde te hypnotiseren. Dus boeken we voor de volgende keer enkel de douche voor hem plus een reservering in een sterrenrestaurant. Waar obers fluisteren en waar alleen gemixt wordt met een Magimix (John is een fijnproever en zoekt in zijn schaarse, vrije tijd graag de stilte op).

Grofweg zijn de Engelse DJ’s die gast zijn in hotel Boskamp - overigens in geen enkele gids als zodanig vermeld, zelfs niet in die van de ANWB - onder te verdelen in trouwe en ontrouwe bezoekers.
Nick Warren uit Bristol, hoe goed ook als producer en DJ, behoort tot die laatste categorie. De volgende keer als hij komt, zal ik hem met alle égards behandelen, maar ik zal wel op mijn hoede zijn. Toen hij laatst bij me was en ik hem vol trots mijn eerste CD gaf waarop een remix van Way Out West staat, liet hij bij vertrek mijn ‘kindje’ moederziel alleen achter op de bank. De boodschap was duidelijk. Voortaan doe ik mijn best voor hem, maar niet meer dan mijn best.

De extra mijl

Ik loop alleen de extra mijl voor mensen die het echt verdienen. Mensen zoals Danny Howells, waarschijnlijk één van de liefste DJ’s op aarde. Hij slaapt nog net niet tussen ons in, omdat ik bang ben dat ik ’s ochtends een hartaanval krijg als ik wakker word en het slaperige hoofd van England’s best kept secret en stand in van Keith Richard ontwaar.

Natuurlijk heeft Danny, straight from John Digweed’s casting couch zoals hij zelf zijn carrière ironisch weet samen te vatten, ook zijn eigenaardigheden. Daar is hij tenslotte DJ voor. Waar mijn partner en ik nooit aan zullen wennen is dat hij elke ochtend en elke avond aan zijn sokken ruikt, vervolgens aan die van mij en dan steeds weer tot dezelfde conclusie komt. In het vergelijkend warenonderzoek trekt hij altijd aan het kortste eind, waarna hij zijn hoofd schudt en concludeert dat het type geurvreter dat hem van zijn stinkvoeten afhelpt, nog moet worden uitgevonden. Om hem gerust te stellen heb ik laatst voor zijn komst een week lang hetzelfde paar sokken gedragen, maar zelfs dat mocht niet baten.

Danny Howells heeft meer vreemde trekjes. Zo staat hij erop om bij elk bezoek één en dezelfde sexshop aan te doen, de sexshop in de Reguliersbreestraat (vlak naast de pizza-tent). Niet om iets te kopen, maar om het geduld te testen van de man die met een uitgestreken smoelwerk achter de toonbank staat en die tegen elke buitenlandse bezoeker op bestraffende toon zegt:

“This is a shop, not a museum!”

Steve Burton, zijn knotsgekke manager (ja, die krijg ik er ‘gratis’ bij), speelt dan de museumgids, terwijl Danny en ik de rollen van museumbezoekers voor onze rekening nemen. Vervolgens worden we de zaak uitgeknikkerd. Dit noemen ze fun. Eenmaal thuisgekomen van een wandeling door de stad of van een boeking in een club, kijken Danny en Steve graag naar pornofilms. Ik denk dat ze, als ze het slim spelen, een vermelding kunnen krijgen in het Guinness Book of Records voor de langste kijkmarathon ever. Dat gebeurde op een zondagochtend, zes uur voor vertrek naar Schiphol. In mijn wanhoop zei ik nog tegen ze dat ze een aantal van die films mee naar huis mochten nemen.

“Wat denk je dat mijn vriendin zal zeggen?” zei Steve. “Als ik thuis kom met films waarin vrouwen in elkaars aars spugen?”

Daar zat wat in.

Een levensbestemming

Om negen uur ’s ochtends, na drie uur met die twee gekken op de bank te hebben gezeten, besloot ik de handdoek in de ring te gooien en naast de hoteldirectrice te kruipen. Ik stond op en zei: "Je loopt hier de straat op, je gaat rechtsaf, en aan het einde van de weg zie je een groot plein en daar staan allemaal taxi’s. Eentje wil jullie vast wel via Yab Yum naar het vliegveld brengen. Ik ga slapen, aju!”

En daar lag ik dan naar het plafond te staren. Want ik voelde me heel erg schuldig dat ik ze aan hun lot had overgelaten. Twee uur later, ik sliep nog steeds niet, hoorde ik de wieltjes van de trolley die Danny’s platenkoffer vervoert, zachtjes over het parket gaan. Ik wilde ze nog achterna rennen, maar mijn moegestreden benen wilden niet meer.

Ieder ander mens zou die ellende allemaal niet in zijn huis willen halen. Maar wij runnen een hotel voor DJ’s. En dat is geen beroep, maar een levensbestemming.

Deel dit artikel