Go Jerry

Entertainment

Go Jerry

Door -

Deel dit artikel

Waarin onze waarde columnist Stuij verhaalt over de man, die een krankzinnige weddenschap met Jan Lammers won.

Een ontwrichte onderrug drijft me naar mijn masseuse Moon. 
De salon ziet eruit zoals een Thaise massagesalon eruit hoort te zien. 
Parasols, weelderige planten die niemand thuis kan brengen en de licht penetrante geur van munt en massageolie. Rustgevende tingel tangel muziek in de achtergrond. 

De chihuahua Bhumi, vernoemd naar de vorige Thaise vorst Bhumibol ziet me aankomen, spurt op me af en gaat op haar rug liggen om aangehaald te worden. 
De kleine sloerie ligt tijdens het masseren altijd in mijn nek of tussen mijn benen te slapen. Warme olie op mijn schouders en een minihondje om mijn ballen warm te houden. Een bizar gezicht. Ik dacht in eerste instantie dat mijn harige vriendinnetje dit bij iedereen deed maar chihuahua’s schijnen nogal kieskeurig te zijn met hun affectie, volgens Moon. 

Terwijl ik me uit begin te kleden valt mijn oog op een prachtig kunstwerk van Mick Jagger, gemaakt door collega Rolling Stone Ron Wood. 

Buiten z’n muzikale carrière heeft de gitarist inmiddels een aardige verzameling kunst gemaakt en dit is een genummerd werk. Wood doorliep ooit de kunstacademie. dus z’n werk is geen amateurisme. Moon’s vriend Jerry komt erbij. Hij wijst op het doek.

‘Ik heb het hier maar opgehangen. Dat ding hing ergens bij mijn zus en die was er wel klaar mee. Ik hoef er niet van af, het vreet niet van me. Maar als iemand een goede prijs noemt wil ik hem wel kwijt. Ron Wood had een expositie op het Spui in Amsterdam. Ik heb er destijds acht ruggen voor betaald. Kunst, hè? Goede investering.’

Zolang ik Jerry ken bevindt hij zich in de halfschemer. 

Negen tot vijf was nooit zijn ding. Soms ging het goed. Dan kocht hij dus dure kunstwerken.

Als het minder ging was hij op vakantie. Nu gaat het al jaren prima met hem en kleurt hij op het oog binnen de lijntjes. In de tijd dat het hem goed. ging reed hij ook in de mooiste auto’s. 

Hij mist dat leven niet, zegt hij. 

‘Ik had zo’n BMW 3 liter. Asociale bak, man. We stonden op het circuit aan de bar in de Mickey’s Snacks, uitkijkend op de Tarzanbocht. Tribunes vol, duizenden mensen. Er stond zo’n Mini Metro race op het programma. Zeg ik tegen Jan Lammers: “Als jij duizend piek bij elkaar krijgt rij ik met mijn Bmw die race mee.”  Ik denk, dat lukt hem niet. Serieus, komt die gek vijf minuten later met het geld aan. En ik neem een weddenschap serieus.  Dus ik rij dwars door het halve veld heen met die bak. Inhaalacties in de regen, driften, alles. De mensen stonden te juichen op de tribune, dat hadden ze nog nooit gezien. Iedereen die wist van de weddenschap in de Mickey’s gierde het uit: Go Jerry, go Jerry. De marshalls ? Ja, dag, die konden weinig doen. En ik wist toch hoe ik ze er in Noord gewoon af kon rijden. Mij vangen ze niet. Ik heb die auto verstopt en ben op de fiets terug naar het circuit gegaan. Weer applaus natuurlijk, maar dan in de Mickey’s.  Krankzinnig. Wel duizend piek verdiend.’ 

Hij mist het niet, maar Jerry’s glimlach verraadt heel even terug op het circuit te zijn. 

Nu moet hij eruit om kleine Bhumi te laten plassen en boodschappen te doen. 

Hij ziet het hondje tussen mijn benen in de foetushouding haar slaapje doen. 

‘Ach laat die kleine maar. Ik ga naar de Appie. Doe je rustig, lange ? En als je direct sirenes hoort dan weet je het, hè ?’

Go Jerry.

Deel dit artikel