Dodenstoel

Entertainment

Dodenstoel

Door -

Deel dit artikel

‘Een beetje fatsoenlijk café heeft er één. Een dodenstoel.’ No worries, lieve lezer! Tino maakt er desondanks iets feestelijks van!

Het is de kruk of stoel waar iemand jarenlang op heeft gezeten en inmiddels het tijdelijke voor het eeuwige heeft verwisseld.
Dat was de kruk waar tante Ans op zat. Ik zie haar nog zitten met haar breiwerk. Ze wilde altijd Hazes horen en dronk citroenjenever. 
Dat werk. Herkenbaar.
Vanavond kwam er eentje bij in de huiskamer, eetcafé Mollies. 
Roel is er niet meer. Hij zat altijd op de meeste rechtse kruk aan de bar en nam vier keer per week een daghap. Roel lustte bijna alles. 
Mijn oude voetbaltrainer. Vakman met z’n handjes en een prettig mens.
De kruk uiterst links was toebedeeld aan Ruud. 
Die ademde handel in auto’s, uitdeuken en het betere spuitwerk. 
Altijd een goed antwoord op niet gestelde vragen, shagje in mondhoek. 
Ook Ruud is niet meer, z’n denkbeeldige koperen naamplaatje kan worden verwijderd.
De kruk staat er nog. Beide hoeken van de bar hebben er nu een, een dodenstoel.
Wie last heeft van bijgeloof gaat er niet op zitten. 
Maar dan. Als een café lang genoeg bestaat is er altijd wel iemand overleden die op die stoel heeft gezeten. Het is de herhaling die het doet. 
Café ‘t Wapen van Zandvoort had een legendarische dodenstoel.
Het verhaal gaat dat in korte tijd een aantal mensen stierf dat plaats had genomen op die ene stoel. En zo ontstond het bijgeloof van de dodenstoel. 
Niemand bedacht dat die stoel misschien het handigst was voor mensen op leeftijd omdat hij het dichtst bij het toilet was. 
Dat zou een verklaring kunnen zijn voor de reeks overledenen. 
Het was gewoon hun tijd. Maar dat was niet romantisch genoeg. 
Ome Jaap wist dat hij op de dodenstoel zat. Hij zat er niet mee. 
Iedere dag kwam de bon vivant uit Amsterdam met de bus. Hij nam plaats op z’n vaste stek en kreeg van iedereen een borrel aangeboden. 
Jaap werd gefêteerd alsof hij alle dagen jarig was. En wanneer z’n zakken vol waren kruiste hij huppelend terug naar de bus. Dagelijks.
Toen hij de vanen streek kwam er bij z’n uitvaart een bonte afvaardiging vanuit het café om afscheid te nemen van deze paradijsvogel. 
We verwachten een kleine opkomst. Dat was ook zo, maar de dienst van die vriendelijke Ome Jaap bracht wel enkele geheimen aan het licht. 
Hij bleek nogal wat overeenkomsten met een gemiddelde huiskat te hebben.
Wij dachten altijd dat hij linea recta van de bus naar het café kwam. 
Maar voordat hij bij ons neerstreek rond klokke vijf kreeg hij bij het busstation z’n eerste gratis borrels van de lokale snackbarhouder. Ome Jaap had een speciale zigzag route die hem voornamelijk langs gratis borrels voerde tot de klok vijf sloeg. 
Dan zat hij op de dodenstoel. 
En dat bleek niet het enige kleine geheim dat Ome Jaap meedroeg. 
Want op de uitvaart bleek dat deze tachtiger er naast een echtgenote ook nog een minnares op na hield. 
Een krolse huiskat dus. 
Ome Jaap wist precies waar hij z’n natjes en droogjes kon vinden.
Over de doden niets dan goeds. 
Dus, wat een baas was Jaap.
Dodenstoelen zijn allesbehalve luguber, ze hebben een functie. 
Het zijn houten mijlpaaltjes vol verhalen, goed en fout. 
En feit blijft dat we allen ooit op een dodenstoel zitten. 
Belangrijkste les van Ome Jaap: zit er niet mee. 
En blijf vooral zigzaggen.

Deel dit artikel