Burning Manbun

Entertainment

Burning Manbun

Door -

Deel dit artikel

'Vorig jaar toevallig met onze gepimpte boho caravan op camping de Lievelinge terecht gekomen in het Betuwse Lingebos. Dit jaar overzomer ik er. Want het beviel.' Dat zou een heel kort verhaal van Tino Stuij kunnen zijn, ware het niet dat hij nog wat extra tekst heeft...

fotografie: Ahmed Zayan 

De festivalsfeer, circuswagens, yurts en schoolbussen.
Slecht geschilderde Volkswagenbusjes die nog naar patchouli ruiken.
Spontane singersongwritersessies onder de naam klankenkoorts.
Een wekelijks hippiekrantje met mantra’s, een weekdichter en het tijdstip van de gezamenlijke yogales.
Samen dansend de dag beginnen in de ochtendzon.
Veel feta-watermeloen salades en vegetarische rendang.
Een camping waar een aanzienlijke hoeveelheid heren een manbun draagt.
Zo hip. Haarvouwkunst voor luie mensen.
Ik ben aan het sparen maar omvouwen van de bun lukt me nog niet.
Verder veel dreads hier. Vieze voeten. Dames in batik jurken.
Baby’s in een kriebelende Peruaanse draagdoek van lamakonthaar.

Wanneer je de kinderen met halflang haar van achteren ziet lopen weet je eigenlijk nooit of het jongens of meisjes zijn. Dat hoeft ook niet want de toiletten zijn hier uiteraard genderneutraal.
En hoewel ik niet geheel aan alle bovengenoemde parameters voldoe, voel ik me hier op mijn gemak. Leven en laten leven.
Maar vooral ook omdat je hier kampvuurtjes mag stoken en mijn vrouw een gecertificeerd pyromane is. Zij blij, ik blij.

De afgelopen weken hebben we hier het halve Zwarte Woud verstookt om aan de vuurverslaving van mijn lief te voldoen. Modus operandi: sprokkelen voor fijnhout, langzaam opstoken voor het aanstaande grote werk, een goede poerstok vinden en daarna losgaan met een brandende Jenga toren van gesneefde blokken tot de zolen van je schoenen smelten op minstens 1.5 meter afstand. De overbuurman haalde gisteren nog net niet z'n diaprojector tevoorschijn om de treffende gelijkenis met beelden van lijkverbranding langs de Ganges aan te tonen.

Fik voor gevorderden dus.

Toen we ooit in Yosemite Park overnachten in een huurcamper leek het ook een gepast moment om een enorm vreugdevuur te ontsteken. Al was het maar om de beren weg te houden. Zakje hout van een ranger met gleufhoed, poerstok en goede zin.
Terwijl het vuur aardig aanwakkerde vond mijn vuurvaste vrouw een enorme stronk hout op sleepafstand en ze trok het grommend als een roofdier naar ons vuur. Maar na drie uur stoken alsof haar leven ervan afhing bleef de boomstam ons in het gezicht uitlachen.

Blikjes cola smolten als plastic bekers in een kernramp maar het halsstarrige stuk hout vertikte te branden. Toen het licht werd bleek de boom uiteindelijk geen krimp te hebben gegeven. Boom-Heleen:1-0. Frustratie bij de vuurkoningin.
Tot de ranger even later uitlegde dat de bewuste stam van een sequoia kwam.
En een typische kenmerk van deze bijzondere boom is dat slechts de schors brandt.
Zinloos geveld dus en kramp in buik van het lachen.

Fikkie stoken op onze hippieplek in het Betuwse Vuren gaat er deze week iets anders aan toe. Je mag hier vrijelijk stoken, maar tegen welke prijs ?
Een vuurschaal huren kost een tientje per dag en een zakje hout 7.50.
Daar gaan er met gemak drie doorheen als je een vuurslavingsgevoelige partner hebt.
Korte rekensom leverde bij dagelijks stoken voor zes weken een bedrag van 1365 euro op. Que ?

Dus op z’n Hollands voor vier tientjes een vuurschaal gekocht en bij het lokale tuincentrum hout voor de helft gehaald.
Dat scheelt een tweedehands scooter.
De bedragen leken me bij nader inzien allesbehalve passend voor het publiek op deze creatieve buitenplaats voor kunstzinnige vrijbuiters met burning manbun.

Ik begreep het pas toen het weekend begon. Op vrijdag vertrekken de veelkleurige stinkende busjes met gebatikten en arriveren kolonnes Tesla’s, Bmw’s, Mercedessen, Panamera’s en dikke Volvo’s uit de Randstad.
De switch van hippie naar hipsters is in een oogopslag zichtbaar op het parkeerterrein tijdens de vrijmibo. Er zullen volgend jaar meer Tesla oplaadpunten dan draaimolens op het terrein staan. De weekenders zonder manbun kijken niet vreemd op van een paar tientjes hout en een natte vuurschaal achterin de Porsche terug is onhandig.
De geur van vuur en nat gras laten ze hier graag achter.
Leven en laten leven. Dat is de gedachte van deze plek. Of zoals een van de eigenaren tijdens de afwas lachend tegen me zei: ‘Hippies ? Zeker. Maar wel met een creditcard..’
Intussen stookt mijn huispyromane onverstoorbaar door.
Ik werk aan mijn manbun, staar in de vlammenzee, pak een oertrommel en stuur mijn gedicht op voor het volgende campingkrantje.

Vuur.

Het brandt niet,

of het is te duur

Deel dit artikel