Buitenkant bont

Entertainment

Buitenkant bont

Door -

Deel dit artikel

Ken je het duo Frank en Rogier? Onze columnist Tino Stuij kent die twee persoonlijk. 'Van amusante heertjes naar draken van gasten binnen een maand, van snot naar God. Een prestatie op zich.'

Door: Tino Stuij

Het huis in Frankrijk was de helft van de meeste villa’s, lag op kilometers van zee en de Jaguar was net het verkeerde model uit het foute bouwjaar. Dat werk.

Mijn grootmoeder was een wijze vrouw. Eén van haar tegelwijsheden ‘buitenkant bont, binnenkant stront,’ is wat mij betreft een klassieker. Waarmee ze natuurlijk doelde op schone schijn mensen die vooral voor de buitenwereld leven maar zich toch iets anders voordoen dan ze in werkelijkheid zijn. Of, zoals Jort Kelder me ooit schreef in een mail naar aanleiding van de tegelspreuk ‘deze quote dreunt nog lang na in mijn buis van Eustachius..’

Jammerlijk verdronken

Met Jort maakte ik ooit samen met programmamaker André van der Toorn het programma ‘Bij ons in de Pc’. Een licht satirisch programma over de rijken, excentrieken en over het paard getilden die zichzelf en hun glamoureuze wereld soms iets te serieus namen. Een genot om te maken natuurlijk. Het programma zat vol met authentiek karakters, zoals Hendrik van der Steenhoven. Een jonker die leefde op een landhuis in Culemborg. Alles in het landhuis was te koop en het filmen was een doorlopende voorstelling met Hendrik. Jasje, chokertje, cognac en rokertje en zijn vocabulaire was oude school sjiek. Ik heb het nog altijd over ‘een vuurtje leggen’ en het ‘sneven van een boom’. Fazanten schieten met de jonker zou nu tot kamervragen leiden maar met Jort en Hendrik kwam je ermee weg. Helaas is Hendrik destijds in z’n eigen slotgracht gekukeld en jammerlijk verdronken. De jonker was slechts buitenkant bont, want een zeer oorspronkelijk heerschap en van binnen beschaafd.

Zelfbenoemd 'stylist'

Andere opvallende types in de serie waren een zekere Beverly Beethoven die probeerde Monaco naar Amsterdam te halen met kleding voor de smaakvollen van Amsterdam en natuurlijk het olijke duo Frank en Rogier. Frank had ooit een zaak voor curiosa en frutsels in het Haagse, de Pimpernel. Nadat hij dit van de hand deed en een beetje had gecasht wilde Frank het wat rustiger aan doen, leek het. Samen met z’n jonge vriend Rogier was hij met regelmaat in hun huis in Zuid-Frankrijk te vinden. Rogier runde als zelfbenoemd ‘stylist’ een winkel met geurkaarsen, gipsen eenden en lelijke gordijnen. Of hij er echt zin in had, we betwijfelden het, gezien zijn uitspraak ‘Ach kind, het voelt als een gevangenis.’

Top of the world

Rogier leek vooral de handtas van echt sjieke Haagse dames waar hij af en toe een lelijke vaas in het interieur zette en witte wijn mee wegtikte. Wij vonden het duo hysterisch genoeg om af een toe een leuke reportage mee te maken voor het programma van Jort. Vooral ook omdat ze zonder ‘reality aansturing’ lekker vaak ruzie maakten. Het tweetal trok zich een beetje op aan het echte oude geld, maar waren het zelf net niet. Het huis in Frankrijk was de helft van de meeste villa’s, lag op kilometers van zee en de Jaguar was net het verkeerde model uit het foute bouwjaar. Dat werk. Niks mis mee, maar ze deden alsof ze on top of the world waren. Gevalletje buitenkant bont. 

Opgeblazen gelul

Ik zag de filmpjes steeds binnenkomen in de montage set en moest iedere keer lachen om het duo dat onbeperkt eerlijk leek te zijn. En uiterst amusant.Ik bespeurde zelfs een lichte vorm van zelfspot. Tot na een paar weken de regisseurs begonnen te klagen en de eerste keer het woord ‘opgeblazen gelul’ werd geuit door een anders zo beschaafde collega. Wat wij als kijkers natuurlijk niet zagen was het gedrag van de Haagse heertjes als ze met een cameraploeg op pad waren. Rondlopend in St.Tropez tussen de nouveau riche deden ze zich uiterst meegaand en vriendelijk voor.

Knallende koppijn

Maar de filmploeg kreeg na enkele sessies al knallende koppijn. Niet van goedkope champagne, maar van het koppel zelf. Frank kwam per definitie aanlopen met de tekst ‘hier zijn de artiesten...’ en gedroeg zich vervolgens ook zo. De zelfspot die in beeld aanwezig leek was in werkelijkheid ver te zoeken. Gedoe over hun vergoeding, het regelmatig te laat komen en de sterallures droegen ertoe bij dat regisseurs liever niet meer met ze wilden werken. Van amusante heertjes naar draken van gasten binnen een maand, van snot naar God. Een prestatie op zich. Nu ik de afgelopen weken geheel tegen mijn zin wordt doodgegooid met nutteloos nieuws over het bizarre gedrag van Rogier van Frank voel ik medelijden met de makers en hoor ik de stem van mijn grootmoeder zachtjes in de achtergrond: Buitenkant bont, binnenkant stront.

Deel dit artikel