Opzij, opzij, opzij

Actueel

Opzij, opzij, opzij

Door -

Deel dit artikel

Opzij, dat moet ik even uitleggen hier op Mannenzaken, is een magazine voor feministen. Daar is uiteraard niks mis mee. Ook als man mag ik tegenwoordig graag de vrouw in mijzelf verkennen en haar de ruimte geven voor zelfontplooiing. En een salarisverhoging. 

Begrijp me niet verkeerd, het kan best fijn zijn per ongeluk tegen een mooi stel borsten op te botsen. Of expres.

Opzij, als in een stapje opzij doen, is soms even nodig. Op het werk of privé, om de ander wat ruimte te geven voor wat hij of zij aan het doen is. Of graag wil gaan doen. Ook dit figuurlijke stapje is niet het soort opzij dat ik wil bespreken.

Maar we komen in de buurt. De opzij die ik graag wil belichten, is opzijgaan. Het letterlijke stapje opzijzetten om in een drukke winkelstraat niet vól op een tegenligger te knallen. Een shoppende medemens. Een wandelend individu dat jouw kant op marcheert. 

Maar vaak loopt naast de eigenares van die borsten een eigenaar van de eigenares. Dan doe ik toch dat stapje opzij. En dat is mijn punt: waarom doe ík altijd die stap, als enige? Waarom nooit beide partijen een half stapje?

Spookrijder

Als ik de proef op de som neem, in het kader van “de groeten, ik ga niet opzij”, heb ik het ene frontaaltje na het andere. Dat is toch gek? En het kan nog gekker. Ik loop in een overvolle Koopgoot (waar bordjes ‘Beurstraverse’ hangen, maar geen Rotterdammert noemt het zo) netjes aan de rechterzijde. Dan is er altijd wel een onverlaat die het in zijn botte hersens haalt om tegen de stroom in te lopen. Zoals de spookrijder die na het bericht van de ANWB op Radio2 zegt “Een spookrijder? Ik zie er wel honderd!”

Ik snap best dat je niet de hele Koopgoot rondgaat, wanneer je precies bij die ene winkel wil wezen. Maar respecteer dan de mensen die aan de juiste zijde lopen! 

Oké, natuurlijk, ik ben een wereldberoemde Bekende Nederlander en dan willen de mensen je graag aanraken. Even tegen een celebrity aanlopen. Maar dan verwacht je toch geen boze blik en krachttermen naar je fameuze hoofd geslingerd te krijgen?

Een stootje

Gelukkig heb ik mijn postuur mee. Ik kan wel tegen een stootje. Toen ik nog handbal speelde, was het leuk - en functioneel- om kneiterhard tegen een opponent te knallen. Zeker als ik de klap verwachtte en de ander niet. Bam, in één keer alle lucht uit je tegenstander, bal afpakken, pass naar voren, doelpunt.

Prima bij een handbalwedstrijd, maar om nou tussen de Hema en de Blokker een nietsvermoedende voorbijganger het licht uit zijn ogen te lopen…? Zo zit ik niet in elkaar. Ik doe wel weer het stapje opzij om ruimte te geven. Voor zelfontplooiing. En meer salaris.

Deel dit artikel