Mijn laatste interview met Herman Brood

Actueel

Mijn laatste interview met Herman Brood

Door -

Deel dit artikel

Vandaag is Brood 20 jaar dood. Twee maanden voordat de vliegtuigen de Twin Towers raakten, was de wereld al veranderd, want toen, op 11 juli 2001, ontviel deze prachtfiguur ons. Door - zoals hij zelf in zijn afscheidsbriefje schreef - vanaf de dak van het Amsterdamse Hilton Hotel te bungy jumpen zonder koord, maakte hij er een eind aan. Ter ere van die 20 jaar zonder Brood is hier mijn laatste interview met hem. 

Originele PLAYBOY-fotografie: Ans Otten

Vroeger was ik zo scheel als een tor. Daar werd ik vaak mee gepest, wat meteen mijn liefde voor de blues verklaart.

Toen ik Herman in juni 1983 interviewde voor Playboy, hadden we al jaren een innige band. Misschien had dat mede te maken met het feit dat we samen op 5 november waren geboren, hij in 1946 en ik in 1956. Ik leerde hem kennen toen ik in 1976 voor de Hitkrant begon te werken. Mijn eerste korte interview met hem was in de trein van Haarlem, waar hij zijn platenmaatschappij Ariola had bezocht, naar Amsterdam. Een jaar daarna werd het contact nog closer. Of zoals Jan Eilander in de uitstekende Broodbiografie Rock ‘n’ Roll Junkie schreef: :

Hitkrant haakte in. Vond een idool dat nota bene om de hoek woonde. Dat elke week, zo nodig elke dag beschikbaar was en overal voor in was. Zanger – met manager – en blad begonnen een een-tweetje. Versterkten elkaars marktpositie. En Mick Boskamp werd redacteur Brood. Boskamp reisde met Brood mee in de limousine. Werd door Koos van Dijk vrijwel dagelijks op de hoogte gehouden van elk mogelijk nieuwtje. Hij publiceerde elke week een foto. Schreef elke week een stukje. Niet over de Wild Romance. En ook niet over muziek. Maar over Brood. 

In 1983 was het succes van Herman als zanger tanende en zijn succes als schilder booming. We troffen elkaar in Café Hoopman op het Leidseplein waar de (vele) drankjes werden geserveerd door mijn broer Hans, die daar toen werkte. Wat ik toen nog niet kon bevroeden, was dat het mijn laatste interview met Herman zou worden. We spraken elkaar daarna nog regelmatig, maar niet met een taperecorder tussen ons in. 

20 Vragen: Herman Brood verscheen in de augustus-editie van Playboy. En zoals je kunt lezen, was Herman goed op dreef.

PLAYBOY: Waarom denk je dat Playboy met jou een interview wil?
BROOD: Ligt voor de hand, dacht ik. PLAYBOY is de ideale combinatie van seks, intelligentie en stijl.

PLAYBOY: Hoe begint jouw dag?
BROOD: De eerste tonen van de blues schieten door m'n kop als ik 's ochtends drie uur eerder wakker wordt dan mijn meisje. Ik laat stiekem de wekker aflopen, zodat zij denkt dat ze moet opstaan en als ze dan wakker is, gaan we vrijen. Dat neemt wel drie uur in beslag. Kijk, je kunt relaties hebben, waarin je na het klaarkomen zo snel mogelijk je bed uit wilt. Zo van: Zal ik een kopje thee zetten, schat? Maar wij doen dan nog maar even ons best. Ik ben geen groot ontbijter. Om klaarwakker te zijn, neem ik in het café op de hoek een stuk of zes whisky's en een bolletje speed. Wat mijn betreft kan de werkdag dan beginnen. 

PLAYBOY: Hoe komt het dat jij, die alles tot zich heeft genomen wat maar vloeibaar is, nog zo vrolijk door het leven stapt?
BROOD: Mijn redding is altijd mijn creativiteit geweest. Als ik een shot nam, was het resultaat dat ik daarna een song kon schrijven of een tekening kon maken. Met andere woorden: hoe meer drugs ik gebruikte, hoe creatiever ik werd. Als je een shot neemt en je gaat vervolgens je pasgeverfde huis nog eens opschilderen of je stofzuigt je tuintje, ja, dan is dat verspilde moeite.

PLAYBOY: Waar heb je een uitgesproken hekel aan?
BROOD: Aan arrogante mensen. Zo irriteer ik me bijvoorbeeld aan iemand die een taxi-chauffeur in de maling neemt. Die types voelen zich door drank, drugs of gewoon uit pure arrogantie verheven boven een ieder die anders is dan zij. Heel goedkoop vind ik dat. High zijn betekent tussen de mensen staan, niet erboven!

PLAYBOY: Wat is volgens jou een echte man?
BROOD: Een man die zich duidelijk manifesteert. Iemand die meteen naar de sociale dienst loopt, vind ik niet interessant. Maar wat ook belangrijk is: mannen moeten iets van een kind in zich hebben. Die naiviteit moet er zijn. En ik heb dat in hoge mate. Hoe zou ik anders steeds weer enthousiast kunnen
worden voor een optreden in Zwolle?

PLAYBOY: Hoe zou een man volgens jou een vrouw moeten benaderen?
BROOD: Ten eerste: ga altijd op je instinct af. En ten tweede: laat je nooit misleiden door tips of goede raadgevingen van vrienden, want smaken verschillen. Maak je dan een foute keuze, meteen corrigeren. Dat is altijd nog beter dan doorsukkelen met iemand die niet bij je past. Voor mij moet een relatie elke dag opnieuw worden bewezen. Dat vergt veel van je partner, toegegeven, maar het houdt het wel spannend.

PLAYBOY: Heb je veel vrouwen teleur moeten stellen in je leven?
BROOD: Helaas wel, ja. Maar gelukkig was er altijd mijn moeder die zo'n meisje opving. Haar tactiek was geniaal. Ze zei dan: Wees maar blij, kindje, dat 'ie is opgerot, want met hem was het toch nooit wat geworden. Daar ging mijn moeder heel ver in. Door ze ervan te overtuigen dat ik uiteindelijk de miskoop van de maand zou worden, wist ze heel wat vrouwen van de ondergang te redden. 

PLAYBOY: Heb je weleens ergens spijt van? 
BROOD: Dat kan ik me niet permitteren. Dan zou ik geen stap meer vooruit kunnen. Maar ik ben wel heel overdreven bewust van dingen die op de een of andere manier fout zijn gegaan. Daarom ga ik altijd maar zo snel mogelijk naar het café.

PLAYBOY: Ben je iemand die z'n kop in het zand steekt?
BROOD: Dat is het niet. Het is meer een soort overtuiging dat het kwaad zichzelf straft. Zoiets heeft natuurlijk alles met religie te maken. Nou ja, dat is mijn geloof dan. Als ik iets doe dat niet in de haak is - een meisje verdriet doen of een oud vrouwtje beroven - dan weet ik dat ik daarvoor eens gestraft zal worden. Het geweten. Dat is het enige positieve dat het christendom heeft opgeleverd. Je kunt natuurlijk ook keihard doorrausen. Maar daar ben ik weer veel te lief voor.

PLAYBOY: Wat vind je van het succes van Doe Maar?
BROOD: Zeer begrijpelijk. Henny Vrienten is een mooie man . Daarnaast denk ik dat de kids nu eindelijk verstaan wat er wordt gezongen. Maar verder zal Doe Maar me een zorg zijn . Hun
teksten spreken me niet aan, zoals ik alle moderne Nederlandse liedjes nietszeggend vind. Kijk, ik ben een kunstenaar. En elke kunstenaar heeft de intentie om eens de wereld te veroveren. Vandaar dat ik me van een internationale taal bedien: het Engels.

PLAYBOY: Is het vervelend dat je niet zo populair meer bent?
BROOD: Het is maar wat je onder populariteit verstaat. Mijn leven bestaat uit een soort golfbeweging en dan moet je kunnen incasseren . Maar als ik na een succesvol optreden weer in Amsterdam ben en een dronken gek slaat me in het café op de schouders en vraagt : Zing je nog weleens?, dan doet dat pijn, ja . De hele avond heb ik me ergens in de provincie de pleuris staan werken voor een uitzinnig publiek en dan ontstaat er zo' n wereldvreemde, ontnuchterende situatie. Ik heb verdomd veel moeite
met lui die bezopen zijn ...

PLAYBOY: Klinkt dat niet als de aanrander die het schandalig vindt als iemand een meisje slaat?
BROOD: Je vergist je nu. Wat ik ook drink, dronken word ik nooit . De verklaring daarvoor is simpel : ik gebruik speed en met alcohol vormen we tesamen een gouden trio.

PLAYBOY: Voor iemand met een tamelijk ongezonde levensstijl heb jij ongewoon witte ogen. Je geheim? 
BROOD: Toen ik vier jaar was, ben ik ingeent met placebo' s. Nee, serieus. Ik weet het niet. Misschien komt het door die operatie aan m'n ogen. Vroeger was ik zo scheel als een tor. Daar werd ik vaak mee gepest, wat meteen mijn liefde voor de blues verklaart. De dokter die mij toen opereerde, had duidelijk zijn dag niet, want loensen doe ik nog steeds. Gelukkig denkt men nu dat ik stoned ben. 

PLAYBOY: Waarom wissel je zo vaak van begeleidingsgroep?
BROOD: Veel bands blijven bij elkaar uit een soort nostalgische overweging.  Het vuur is dan allang gedoofd, maar de verhalen over vroeger houden de muzikanten bijeen. Ik ben anders. Ik wil dat
de vlam in de pan blijft. Pas als ik 65 ben, zal ik het rustiger aan gaan doen.

PLAYBOY: Ben je bang voor de dood? (het antwoord maak ik even vet, om redenen die je misschien begrijpt - MB)
BROOD: Het is definitief, je kunt het niet voorkomen. Het ironische is vaak dat juist mensen die gezond proberen te leven onder de tram komen of in een broodje stikken. Het klinkt misschien
gek, maar echt spontaan gehuild heb ik bij het nieuws dat Elvis Presley was overleden. In de dood schuilt een bepaalde romantiek. Vooral mensen die aan het gebruik van drugs sterven, vind ik boeiend. Popsterren die de wereld in hun greep hebben en toch ongelukkig zijn. Mensen die zelfmoord plegen, begrijp ik niet. Een bekend tekenaar heeft eens gezegd: Stel je voor, je springt van het dak en voordat je op het trottoir te pletter slaat, kun je net onder het rokje van een heerlijke dame kijken.

PLAYBOY: Welke songtekst heeft jou het meest aangegrepen?
BROOD: Dat lijntje van...was het nou van Louis Davids of Willy Derby?...In ieder geval gaat het als volgt: Ik heb geen geld en geen juwelen voor het meisje waar ik veel van hou, maar ik heb mooie luchtkastelen en die zijn allemaal voor jou. Een wereldlijntje. 

PLAYBOY: Droom je weleens?
BROOD: Weinig, want ik ben een lichte slaper. Maar laatst had ik een fantastische, erotische droom. Ik droomde dat m'n lul heel lang en dun was . Zo lang dat ik me aanvankelijk ernstig zorgen maakte, want geen vrouw kon me nog ontvangen. Die droom was eigenlijk een symbool van compleet zijn, realiseer ik me nu. Niemand meer nodig hebben.

PLAYBOY: Waarom voel je je zo aangetrokken tot de misdaad?
BROOD: Dat heeft altijd al in me gezeten. Als kind vond ik het heerlijk om op m'n fietsje door achterbuurten te rijden. Alles wat vies en voos was, had mijn belangstelling. Ik kon ook uren buiten naar de gevangenis kijken, nieuwsgierig als ik was naar wat er zich achter die verlichte tralies afspeelde. Dat zal ook wel de reden zijn dat ik wel eens naar binnen ben gegaan.

PLAYBOY: Is dat alles wat je je uit je jeugd kunt herinneren?
BROOD: Nee, het belangrijkste moment uit m'n leven kwam toen ik een jaar of
acht was. Op een verjaardag had iemand de Peer Gynt-suite van Grieg opgezet: Tijdens de herkenningsmelodie - Je weet wel, van "pompompompompom", haalde ik plotseling m'n piemeltje uit
de korte broek en begon mezelf af te trekken. Wist ik veel. Maar m'n tantes vonden het prachtig. Die schokbewegingen en dat kleine piemeltje, man, ze braken de tent af. Vanaf dat moment zat ik dus in de showbiz. Want als je zo gemakkelijk publiek kan krijgen, dacht ik, moet je je kunsten maar blijven vertonen. 

PLAYBOY: Ben je gelukkig?
BROOD: Zeer gelukkig. Zo gelukkig zelfs dat ik bang ben om mensen uit m'n omgeving pijn te doen, die minder stralen dan ik. Ik ben een bevoorrecht mens.

Deel dit artikel