Lieve buurman RoXY

Actueel

Lieve buurman RoXY

Door -

Deel dit artikel

Vandaag is het 20 jaar geleden dat Mick Boskamp, die toen vlak achter de Amsterdamse RoXY woonde, het dak van zijn huis opklauterde en in een gapend, smeulend gat keek. Vervolgens schreef hij een brief aan de roemruchte dance-club, die de dag daarvoor in rook was opgegaan.

Lieve buurman,

Ik zit op het dak van mijn huis en ik moet tot de conclusie komen dat je er niet zo best meer uitziet. Ik wil even samen met je zijn. Beneden werd ik gek. Gek van de hippe poëten annex ramptoeristen, die elkaar vertelden dat het zo had moeten zijn. Wat had zo moeten zijn? Dat zoiets schitterends als jij nu in een gesmolten massa van staal, hout, beton en vinyl in een zwart geblakerd gat onder me ligt? Dat alles wat ik in mijn leven heb opgebouwd met hard werken bijna was verwoest omdat er onverantwoord met vuurwerk was omgesprongen?

Ik had Dj John Digweed aan de lijn. Nee, die ken je niet. Maar hij had jou graag een keer willen vullen met zijn geluid, zei hij tegen me. Echt jammer, voegde hij eraan toe. Want hij had veel over je gehoord. Toen ik hem vertelde van het vuurwerk dat de brand veroorzaakte, was zijn reactie: 'Dat is hetzelfde als een sigaret opsteken als je aan het tanken bent.'

Beneden werk ik ook gek van de pakkenmannen met blocnotes onder hun arm. Mannen die normaal gesproken nooit iets te zoeken hadden in jouw vertrekken en die nu opeens deden alsof ze je van binnen en van buiten kenden. Ik kon maar 1 ding doen. En wat was met gevaar op eigen leven het dak opklauteren om nog even bij je te zijn. Ik kan je vertellen dat me dat, als 1 van de zeven dwergen, niet bepaald gemakkelijk afging. Maar hier zit ik dan. Mijn vriendin takel ik straks naar boven, want die wil je ook nog even groeten. Ik zie mezelf nog staan aan je benedenbar, terwijl ze plagerig en euforisch tegelijk met die billen van haar botsautootje aan het spelen was met me. Het was de eerste keer dat ik haar meemaakte in een club en ik moet je zeggen dat haar liederlijke gedrag me goed bevel. Die gave had je. Dat mensen hun masker lieten zakken als ze in jouw ruimte waren.

Ik kijk dwars door je heen. Ik zie waar eens je dansvloer was. Wat was ik in de beginjaren van de house bang voor die plek. Dat had een aantal oorzaken: a) ik kon niet dansen ;b) jouw dansvloer slokte mijn ex-vrouw op, die ik vervolgens nooit meer terugvond; c) op die dansvoer hoorde ik de dreun het hardst, waardoor ik een zoekactie naar de al eerder genoemde ex in allerijl moest staken. Ik hield niet van jouw muziek. Ik geef het ruiterlijk toe. Daar kwam omstreeks 1993 verandering in toen Dimitri een set draaide die alles wat ik tot dan over house dacht op zijn kop zette. Eerst probeerde ik nog te ontkennen dat ik het mooi vond. Wat zag in Godsnaam in het geluid van een versterkte hartslag? Maar toen liet ik het maar zoals het was en begon ik met terugwerkende kracht een dance-liefhebber te worden. Dankzij jou. Je wordt dus bedankt.

Ik tuur verder over je verbrande resten en ik ziet iets dat op een balustrade lijkt. De jaren na de kentering voelde ik me daar vaak de Koning van Amsterdam en omstreken als ik over mijn volk uitkeek. Op zulke momenten realiseerde ik me niet dat iedereen die daar stond zich de Koning van Amsterdam voelde, soms zelfs de koning te rijk. De wind waait in mijn gezicht en mijn keel wordt dichtgeknepen door de rook en de stank. Ik moet opeens aan een oude reclamekreet voor een sigarettenmerk denken: 'Roxy ruiken, is Roxy roken.' Wat heeft die kreet zoveel jaar later een wrange betekenis gekregen. Was dat de plek waar je nisjes zaten? Daar kon ik me altijd fijn terugtrekken als het me teveel werd allemaal. En dat werd het vaak na drieën. Ik kan me opeens een avond herinneren dat ik me vasthield aan de ijzeren stang die daar aan het plafond hing en dacht dat ik in tram 1 stond, die steeds maar weer de bocht naar het Koningsplein maakte. Af en toe kon een mens gek van je worden en ik was daar geen uitzondering op.

Wat moeten we nu met je? Moeten we als straks de puinhoop weg is en er geen dak meer staat een feest geven op je resten? Het is zomer, dus dat zou goed uitkomen. Het uit-je-dak feest in de RoXY. Bouwer en oprichter Peter Giele heeft het niet bedoeld, kopte Het Parool, daarmee doelend op het gegeven dat zijn begrafenis, gekoppeld aan een dienst cq feestje in de RoXY, waar Giele tijdens het uitbreken van de brand opgebaard lag, in rook opging. Opeens bedenk ik me dat Giele drie weken geleden nog op mijn antwoordapparaat stond met het bericht of ik godverdomme eindelijk langskwam in Club Inez. Zou hij me daarom vier uur lang doodsangsten hebben laten uitstaan, terwijl ik vanaf bakker Bart in de Kalverstraat, met de kat in mijn handen en een ontdane vriendin aan mij zij, zag dat de vlammen over mijn dak sloegen? 

Als ik dat denk, maak ik mij net zo schuldig aan de kolderromantiek die velen aan de brand toedichten, waarbij duistere krachten een belangrijke rol zouden hebben gespeeld. Het wordt tijd om afscheid te nemen. Het muntje valt, zoals het muntje vaak viel als ik bij je was. Met alleen het grote verschil dat ik me over een half uurtje niet vrolijker voel, maar juist alleen maar treuriger. Ik zal nog vaak aan je denken. En als mijn tijd gekomen is, zorg dan dat ik voor jouw poort niet in de rij hoef te staan en 'op z'n Mick Boskamps' (Wim Spijkers in Nieuwe Revu) naar binnen kan glijden.
Als vanouds.

(Bovenstaande brief verscheen eerder in een zomereditie van clubtijdschrift Bassic Groove uit 1999)

Hieronder een fascinerende mash up van beelden uit de RoXY en reportages over de club:

Deel dit artikel