Het jaar 16 voor Corona

Actueel

Het jaar 16 voor Corona

Door -

Deel dit artikel

Voor het aprilnummer van Playboy in het jaar 2004 schreef ik mijn laatste artikel voor het mannenblad. Om na 21 jaar trouwe dienst elders mijn geluk te beproeven. Dat artikel ging over vadertje Staat dat wel een hele strenge vader begon te worden. Ik herlas het en ik vond het stuk wel interessant om het hier te plaatsen. Zeker als je de inhoud afzet tegen wat er nu in Nederland gebeurt. Saillant detail: voor het artikel zocht ik Theo van Gogh thuis op. Het bleek één van de laatste interviews met hem te zijn, voordat hij werd vermoord.

'Totdat er een krankzinnige wet- en regelgeving komt, waardoor je opeens wordt doodgeknuffeld door vadertje staat, die het beste met je voor heeft, maar ondertussen regenten heeft, die niets meer en minder zijn dan de slavendrijvers van twee, drie eeuwen geleden.'

“Sapperdeflap! Je steekt een kaartje in de muur en vervolgens komt er geld uit,’ zegt de zwerver die me schuin vanaf de grond aan kijkt. ‘Waren het maar munten. Dan zat ik hier goed.” Ik voel de behoefte om een praatje te gaan maken met de zwerver, want hij lijkt me wel een uitzonderlijk exemplaar, maar ik heb haast. Ik weet niet waarom ik haast heb en dat is maar goed ook, want ik heb geen tijd om erover na te denken. Ik ben snel als ik voor een geldautomaat sta, een combinatie van haast en honger naar geld, waarbij het heel even lijkt alsof je iets krijgt in plaats van dat het direct van je bankrekening wordt geplukt. Op het moment dat ik mijn pincode in toets word ik op mijn schouders getikt. Ik schrik niet, want het is een beschaafd en ingehouden getik. Ik draai me om. Het is een man en die man vraagt: “Kunt u die sigaret misschien uit doen?” Ik kijk omhoog. Ik zie de hemel en geen overkapping van het Centraal Station, waar je dus niet mag roken, ook al word je bij stormkracht negen uit je sokken geblazen omdat de wind er als bij een windtunnel doorheen wordt gejaagd. “Deze straat is rookpalenvrij,” zeg ik. “En dat betekent dat ik hier in ieder geval mag roken.” Er volgt geen discussie. De man houdt zijn mond en ik rook. Maar er is genoeg gezegd om te constateren dat 2004 nu al een jaar is om nooit meer te vergeten. In het voorbijlopen geef ik de zwerver een sigaret en een briefje van vijf. Voor het spekken van de kas van het verzet.

Het McDonalds fantoom

Het gaat er niet om wat je leest, ziet of hoort, maar om wat je voelt. Op 1 januari van dit jaar voelde ik het nog niet, ook al had ik erover gelezen en had ik het gezien en gehoord. Nieuwe regeltjes, nieuwe wetten. Of beter gezegd: meer regeltjes, meer wetten. Te beginnen met die ene, waar ik het meest getroffen door zou worden, namelijk ‘het rookverbod’. De enige plekken waar vanaf die datum nog gerookt mocht worden, waren de woningen van het proletariaat en de uitspanningen waar ze zich amuseerden, en soms buiten, in de open lucht, al wist je nooit precies waar (zie: Centraal Station). Daarnaast moest er natuurlijk ook nog even geld aan de nieuwe melaatsen van de samenleving worden verdiend, dus werd het pakje ook nog eens 60 eurocent duurder, hetgeen mijn door de staat ooit aanbevolen verslaving op een extra verliespost van 222 euro en 60 eurocent per jaar bracht (uitgaande van een pakje per dag en dat is nog aan de krappe kant). In de maanden na die historisch (en hysterisch) gezien belangrijke datum van 1 januari begreep ik ook dat er even sprake was om een drankje uit de handel te nemen waar nog geen ongelukken van waren gekomen. Sterker nog: menigmaal heeft een blikje Red Bull me het leven en dat van mijn medeweggebruikers gered, die diep in de nacht nog huiswaarts moesten keren. Frankrijk haalde de opwekkende frisdrank uit de handel, want er zat in 1 blikje meer cafeïne dan in tien kopjes Franse koffie. Begrijp je de toevoeging Franse? Nederland leek te volgen om Red Bull vleugellam te maken, maar die aanval op ons recht op zelfbeschikking werd ternauwernood afgeslagen, maar geen nood: andere vijanden doemden op. Zoals het McDonalds-fantoom.

Centenneuken

Er bleek opeens sprake te zijn van een wet die vet eten extra zou belasten om zo het volk wakker te schudden dat zich sinds het Pleistoceen volstouwde met de slechtste dingen, omdat God ons smaakpapillen heeft gegeven die beginnen te rinkelen, zodra er iets lekker vets en smerigs voorbij komt. Ik hoorde, zag en las erover. En toen begon ik het te voelen, een beetje laat, maar dan ook wel met terugwerkende kracht. Voor het eerst van mijn leven voelde ik dat ik als volwassen mens opeens weer kind was. En niet uit vrije wil, wat kind zijn zo leuk kan maken op volwassen leeftijd, maar betutteld en bevoogd door de overheid. Veel mensen moeten met zekere tederheid terug kijken op hun jeugd, maar tegelijkertijd constateren dat het ook heel prettig was om op een goed moment zelf je beslissingen en verantwoordelijkheden te nemen. Die vrijheid van het individu ervaar je niet als zodanig in dit Westerse land. Die is er gewoon en dat is maar goed ook. Totdat er een krankzinnige wet- en regelgeving komt, waardoor je opeens wordt doodgeknuffeld door vadertje staat, die het beste met je voor heeft, maar ondertussen regenten heeft, die niets meer en minder zijn dan de slavendrijvers van twee, drie eeuwen geleden.
Waarom? Dat vraag ik me natuurlijk af en hopelijk velen met mij. Waarom dat centenneuken, dat muggensiften, dat controleren, dat onderdrukken, dat moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan? Me dunkt dat er in de wereld belangrijkere issues zijn die al genoeg energie van de samenleving vergen. En negatieve energie is de meest uitputtende soort die bestaat, waardoor er straks weinig puf meer over is om je hersens te gebruiken als het erop aan komt. Waarom? Waarom nu? Waarom ook morgen?
Het werd tijd om te gaan praten met een zinnig mens, iemand waarvan je op het voorhand het idee had dat er ook mee te praten viel. Niet met een politicus, een soort dat altijd met dubbele tong spreekt en altijd twee agenda’s heeft, niet met een wetenschapper die vanuit de wetenschap denkt en zelden vanuit het hart, maar met een mensch.

Hypocrisie van de overheid

Thuis bij Theo van Gogh in Amsterdam Oost. De regisseur (die met ‘Interview’ de mooiste Nederlandse film in jaren heeft gemaakt, maar dit terzijde), publicist en paard in een porseleinkast wil er wel iets over zeggen. Te beginnen met roken. Van Gogh: ‘Naast natuurlijk de hypocrisie van de overheid, waarin ze geld verdienen aan iets wat niet mag van ze, durven ze nooit in het openbaar toe te geven dat wij rokers gemiddeld 15 jaar eerder dood gaan, waardoor we de gemeente niet ten laste komen. We worden tenslotte niet zo oud dat we gaan dementeren. Maar goed. Dat roken verbieden is typisch een voorbeeld van een kruistocht die onuitroeibaar is, namelijk dat een gezonde geest in een gezond lichaam moet huizen. Dat is het idee erachter. Het is toch te krankzinnig voor woorden dat we nu een antirook wet hebben, waardoor werknemers hun baas kunnen aanklagen omdat Theo van Gogh op kantoor is geweest en een sigaret heeft gerookt. Ook een heel goed voorbeeld van het paternalisme, de bevoogding in Nederland, zijn de zwarte en witte scholen. Als je kind in Amsterdam zuid naar een eliteschool gaat, dan geldt dat op de subsidieschaal van het Ministerie van Onderwijs als 1,1. Is je kind echter van allochtone komaf, dan geldt dat als 1.9 op de subsidieschaal. Het gevolg is dat op blanke elitescholen 32 kinderen in een klas zitten en dat ze er werken met drie kapotte computers omdat er geen geld voor is. Terwijl, als ik slim was geweest, mijn kind op een school in de Bijlmer had gedaan, waar ze klassen van 16 kinderen hebben. Je zou kunnen verdedigen dat alle kinderen gelijk zijn. Of ze nu blank, geel of zwart zijn. Kinderen die ook gelijke uitgangspunten moeten hebben, waarbij het niet uit maakt of ze nou van rijke of arme, allochtone ouders zijn. Maar wat gebeurt, is het omgekeerde. Er wordt aangenomen dat als je een kind op een zogenaamde witte school doet, dat ‘ie dan afkomstig is van elitaire, bevoorrechte blanke ouders, waarmee hij al zo’n voorsprong heeft op de rest dat dit rechtvaardigt dat er minder geld voor die klassen wordt uitgetrokken dan voor de opleiding van kinderen van niet elitaire, blanke tiepjes. Het is te verbijsterend voor woorden. En dat is nog steeds de tirannie van de politieke correctheid van de jaren 70.’

Fascistische jungle

We komen op de belangrijke vraag: waarom? Waar komt het vandaan? ‘Er valt veel goeds te zeggen over de jaren 60,’ zegt Theo. ‘De muziek was fantastisch, mode werd belangrijk en ga zo maar door, maar aan de andere kant: de brokken die we nu hebben, zijn voor een deel te herleiden op de jaren zestig. De grootste ramp uit die tijd is het idee dat er geen elite mag zijn. De moordende haat tegen iedereen die kan nadenken of zich onderscheidt door bijvoorbeeld beter te schrijven of meer talent te hebben, is typisch jaren 60. Met als gevolg dat je in Nederland geen dokter mag zijn die 3 miljoen per jaar verdient, waardoor je werkeloos moet toezien hoe mensen onder je handen sterven, omdat je geen operatie mag verrichten.’
Geconfronteerd met de theorie dat door het wegvallen van de kerk de controlerende taak is overgenomen door de politieke leiders in dit land, zegt Van Gogh: ‘Dat geloof ik helemaal niet. Hadden die politici maar de macht overgenomen, waar jij het over hebt, dan was het misschien wel beter gegaan, maar dat is juist niet het geval. Het gevolg daarvan is dat Nederland een rechtstaat is die aan alle kanten erodeert. Het is hier een soort fascistische jungle geworden, waarbij het recht van de sterkste geldt. Ik zie dat met lede ogen aan, want de kwaliteit van de samenleving wordt er op die manier niet beter op.’
Is Nederland een politiestaat in wording? ‘Nee,’ zegt hij zonder na te denken. ‘Dat vind ik een hele eenzijdige jaren 60-gedachte. Ik voel me juist heel erg veilig als mijn iris wordt gecontroleerd op Schiphol om te kijken of ik terrorist ben. Destijds was er een enorme discussie of het wel veilig was om fluor in het drinkwater te doen. Ik denk dat ik daar heel veel voordeel aan heb gehad dat het wel is gebeurd. Ik kan het niet bewijzen, maar ik vermoed het. Nee, het is juist omgekeerd. De overheid zou veel meer bevoegdheden moeten krijgen om bijvoorbeeld terroristen een halt toe te brengen. Er moeten dan wel agenten zijn die niet controleren of je fietslampje het doet, maar agenten die echt werk verrichten. Die vrouwenhandelaren arresteren en die Hell’s Angels durven aan te pakken.’

2e Pearl Harbor

Een paar dagen later zit ik weer in een huis in Amsterdam-Oost. Dit keer het huis van journalist, televisiemaker Daniel de Wit, die onder de naam DaanSpeak (www.daanspeak.com) een even goede als beangstigende website heeft waarin het nieuws achter het nieuws wordt belicht.* ‘Ik zoek in die overvloed aan informatie als een soort detective naar nieuws dat ertoe doet,’ vertelt hij. ‘Het is er allemaal, maar je moet er naar zoeken.’ Zo dook hij een tijdje geleden in de informatie over het geheime genootschap van de Universiteit van Yale, Skull & Bones genaamd, een genootschap dat al vier Amerikaanse presidenten heeft geleverd en waar zowel Bush als Kerry lid van blijken te zijn. Als een van de eersten in Nederland publiceerde hij er over. Wel op zijn eigen site, want de media zit volgens hem niet te springen om deze informatie. ‘Ik val te snel buiten het denkkader van mensen, zelfs als ik nog niet eens op dreef ben. Laatst suggereerde ik in een radio-uitzending dat Bush met opzet 11 september heeft laten gebeuren, misschien wel heeft laten initiëren. Ik kreeg als reactie in de studio dat dit een belachelijke gedachte was, want dan zou Bush 3000 doden op zijn geweten hebben. Dan denk ik: ja, jongens, Kissinger heeft miljoenen doden op zijn geweten. Voor 11 september zei Bush; ‘Wat we nodig hebben is een 2e Pearl Harbor’. En hij kreeg ‘m. Dat lijkt me geen toeval. De grootste nachtmerrie voor Bush is de wereldvrede. Daar slaapt ‘ie slecht van.’
Maar ik ben hier voor iets anders. Voor iets dat misschien van minder belang is, maar iets dat ik wel kan voelen. Overal om me heen. In een bedrijfskantine waar een man opeens vanaf zo’n 20 meter uit zijn stoel schiet, op mijn tafeltje af beent en vervolgens een collega van me af brandt die twee minuten voor het toegestane rookuur een sigaret uit zijn pakje heeft gehaald. Of op de fiets, die ik met gevaar voor eigen leven tot stilstand breng voor een stoplicht in een lege straat omdat ik bemerk dat er een motoragent achter me zit. Of gewoon op straat, als ik naar al die hoofden kijk en naar de manier waarop ze lopen, opvallend synchroon.

Regeltjes en wetjes

Ik vraag hem of hij begrijpt wat ik voel, ook al kan ik wat ik voel alleen maar duiden met een paar voorbeeldjes. ‘Het heeft allemaal te maken met de veramerikanisering van de samenleving. Die regeltjes en wetjes, daar zijn de Amerikanen gek op. Je hebt daar borden in bussen waarop staat dat je niet uit een rijdende bus mag springen. Dat waanzinnige autoriteitsbesef, die verafgoding van autoriteit, is heel Amerikaans. De massa is daar heel kinderlijk. En wij als gecultiveerde Europeanen zijn hard op weg om net zo kinderlijk te worden. Met al die regels en betutteling wordt de zelfverantwoordelijkheid aan de mensen ontnomen. Maar het is  natuurlijk ook zo dat de burger, net als het kind t.o.v. de vader, die verantwoordelijkheid graag uit handen geeft. Er is een enorm ontzag voor autoriteiten en dat gezag wordt ook nog eens gevoed door die autoriteiten.’
Maar wat doen we eraan? ‘Het is heel belangrijk dat je zelf die  verantwoordelijkheid weer neemt, want dan kom je erachter dat die autoriteiten ook maar sukkels zijn, want als je om je heen kijkt wat er mis gaat, dan is het nog een wonder dat er nog zoveel goed gaat. Daarom is het van groot belang dat mensen worden opgevoed. Hoe krijg je vrouwenemancipatie in de derde wereld? Niet door de vrouwen spullen te geven, maar door ze naar school te laten gaan. Want zodra je meer kennis hebt, meer van de wereld weet, een beter inzicht hebt, dan ga je ook meer verantwoordelijkheid nemen en ga je zien dat de ander je betuttelt en boven je gaat staan. Iets waar die ander helemaal geen recht op heeft. Voor een belangrijk deel hebben ze die macht namelijk van jou gekregen. En dan heb ik het bijvoorbeeld over de regentenkliek in Nederland die elkaar baantjes toe schuift.’
Over het beschermende dat van al die regeltjes en wetjes uitgaat, zegt De Wit: ‘Na 11 september raakte het Westen getraumatiseerd. En het kabinet BushBlairBalkenende is verantwoordelijk voor de onderdrukkende macht, kijk maar naar de patriot-acts, allemaal ter onderdrukking van die vreselijk gevaarlijke massa die een bedreiging is voor de staat. Als er in Amerika weer een code oranje wordt gegeven en de helikopters vliegen boven de woonwijken, dan denken de mensen niet aan privacyschending, maar aan bescherming. Dan denken ze: Godzijdank, vadertje staat beschermt ons. Ik heb in een column geschreven dat er een kille, koude wind waait. Bij de demonstratie tegen de oorlog in Irak zwaaide Zalm vanuit zijn torentje naar het publiek. Dat was een heel arrogant beeld, zo van: demonstreren jullie maar, wij doen toch wat we willen. De hele wereld is enthousiast als je vertelt dat je uit Nederland komt, maar intussen gaat onze volwassen cultuur, gebaseerd op eigen verantwoordelijkheid, ten onder aan de onvolwassen Amerikaanse cultuur, die van infantiele regels die te ver door zijn geschoten aan elkaar hangt.’

Op een veilige afstand

Van Oost ga ik naar het centrum van Amsterdam. Per taxi. Als de taxichauffeur me afzet op het Muntplein, stopt er als vanuit het niets een agent op motor naast ons en zegt tegen de bestuurder. ‘U krijgt een bon van me.’ De taxichauffeur is hierdoor zo uit het lood geslagen dat hij vergeet dat er achterin nog een klant zit. Zo kan ik haast onopgemerkt mee genieten van het bijzondere gesprek dat volgt.
Agent: ‘Rijbewijs en papieren graag.’
Taxichauffeur: ‘Wat heb ik gedaan?’
Agent: ‘U hinderde het achteropkomende verkeer.’
Taxichauffeur: ‘Maar er was helemaal geen verkeer.’
Agent: ‘U mag hier niet stoppen.’
Taxichauffeur; ‘Maar ik mag helemaal nergens stoppen hier!’
Agent: ‘Dan moet de klant maar een eindje lopen.’

En dan wordt het tijd om uit te stappen, snel weg te wezen en op een veilige afstand, terwijl ik om me heen kijk of er geen verklikkers in de buurt zijn, een sigaret op te steken. Wat zal die me weer niet smaken.

*Anno 2020 heeft die website een hele andere invulling gekregen! Check maar even…

p.s. Ik rook al zeven jaar niet meer, ik drink hoogst zelden een blikje Red Bull en ik ga alleen naar de McDonalds toe als mijn lieve dochter begint te stampvoeten.  
 

Deel dit artikel