Herinneringen aan de Grote Prijs van Nederland

Actueel

Herinneringen aan de Grote Prijs van Nederland

Door -

Deel dit artikel

Als alles mee zit, komt in 2020 het Formule 1 circus naar Zandvoort, het dorp waar Mick Boskamp heeft gewoond tijdens de hoogtijdagen van de Grote Prijs van Nederland. Een verslag uit eerste hand.

Sinds een paar maanden woon ik weer in Zandvoort, het dorp waar ik niet geboren, maar wel getogen ben en het kan zomaar zijn dat ik met mijn neus in de boter ben gevallen. Want wat las ik in het nieuws? Dat Formula One Management Limited het Circuit van Zandvoort enkele maanden de tijd heeft gegeven voor een definitief ja of nee op het aanbod om in 2020 de Grote Prijs van Nederland te organiseren.

'Wat natuurlijk ook heeft meegespeeld in de verhoogde kans op een Grote Prijs van Nederland, is dat ik er weer ben gaan wonen' 

Bij de keuze voor nieuwe Europese landen/circuits voor de racekalender 2020 heeft het historisch aspect een voorname rol gespeeld. Zandvoort wordt dus beloond voor het feit dat het in 1952 als één van acht circuits betrokken was bij de start van het eerste officiële WK Formule 1. Vandaar ook het verzoek van Formule 1 om zo min mogelijk aan de lay-out van het circuit te veranderen. En wat natuurlijk ook heeft meegespeeld, is dat ik er weer ben gaan wonen.

Miljoenen bij elkaar harken voor de Grote Prijs van Nederland

Het zou toch wat zijn! Soms hoor ik in de weekenden vanuit de tuin van mijn moeder het gehuil van opgevoerde toerwagens, die een paar kilometer verderop heel erg hun best doen om snel te zijn. En dat geluid is al spectaculair, laat staan als straks vanuit polo position Max Verstappen en de rest via de Tarzan-bocht richting Hunserug gaan (let wel Hunserug geschreven met een s, want vernoemd naar Cas Hunse, een bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging). Nu maar hopen dat onze prins Bernhard van Oranje-Nassau en eigenaar van het Zandvoortse circuit de miljoenen bij elkaar weet te harken die nodig zijn om het circus op te zetten en het type inwoners van het dorp weet te trotseren, dat uitgerekend tijdens de zomerse Grand Prix een winterslaap wil houden en niet gestoord wenst te worden daarin.

Het verhaal van Tarzan

Doet me aan iets denken. Weet je waar de naam van de Tarzan-bocht vandaan komt? Op de plaats waar tegenwoordig het circuit ligt, waren vroeger volkstuintjes die moesten wijken voor de racebaan. Een eigenaar van zo'n tuintje, een brede en ijzersterke gast die in het dorp Tarzan werd genoemd, wilde zijn plekje niet afstaan. Pas toen men hem beloofde de bocht die daar zou komen naar hem te noemen, besloot hij toch plaats te maken voor het circuit. Tip voor de prins: noem tribuneplaatsen speciaal voor de Grote Prijs van Nederland naar de dwarsliggers in Zandvoort. Moet jij eens kijken.

De zomer van Ben, Rob, Wim en Jack

Door al deze nieuwe ontwikkelingen, kan het niet anders dat ik nostalgische gedachten heb. Aan die geweldige Grote Prijs van Nederland van 1966 bijvoorbeeld. Ik stond met mijn oom Herman en mijn neef Tommy naast de Hunserug. In het voorprogramma zag ik Ben Pon voorbij komen in zijn Porsche, lichten aan zoals gebruikelijk. En natuurlijk vlak achter elkaar de Alfa Romeo GTA's van Rob Slotemaker en Wim Loos, twee wereldcoureurs die later beiden in het harnas stierven. Het was de zomer dat Pet Sounds van The Beach Boys was uitgekomen, de perfecte soundtrack voor de zondagen op het circuit. De Grand Prix werd gewonnen door de Australiër Jack Brabham in zijn zelfgebouwde Brabham Repco. Met zijn veertig jaar werd Brabham gezien als een vreemde en vooral oude eend in de bijt, een gegeven dat hij vlak voor de race op Zandvoort met veel gevoel voor zelfspot benadrukte door met een grijze opblakbaard en een wandelstok naar zijn Brabham te strompelen.

Jack werd dat jaar wel voor de derde keer wereldkampioen, terwijl het jaar daarop zijn stalgenoot Denny Hulme de wereldtitel pakte. Voorwaar geen slechte wagens, die Brabhams (de naam klonk ook zo lekker).

De radeloosheid van David Purley

In 1973 was ik er ook tijdens de Grote Prijs van Nederland. Een race die ik nooit meer zou vergeten, dit keer om beduidend minder leuke redenen. Als 17-jarige stond ik met de vader en broer van mijn toenmalige bloedmooie vriendinnetje naast het stuk circuit dat Tunnel Oost heette, toen de wagen van Roger Williamson een lekke band kreeg, over de kop sloeg, doorgleed en in brand vloog. Wat er toen gebeurde, zal altijd op mijn netvlies gebrand blijven staan. Williamson's Britse landgenoot David Purley zette zijn racemonster aan de kant en maakte een sprintje naar de brandende wagen. Met de moed der wanhoop probeerde hij eerst via het achterwiel de auto op zijn kant te duwen, waarna hij een brandblusser uit de hand van een baanofficial trok en tevergeefs het vuur probeerde te doven. Nooit zal ik de radeloosheid van Purley vergeten toen alle pogingen om Williamson te redden, mislukten. De beelden van de crash gingen de hele wereld over en ik stond er met mijn neus zo goed als bovenop. Overigens staat Purley, die in 1985 verongelukte met zijn eigen vliegtuigje, in het Guinness Book Of Records voor de hoogste G-krachten die een mens heeft overleefd. Jaren na die zwarte dag in 1973 kreeg hij een crash, waarbij zijn wagen afremde van 173 tot 0 km/u in slechts 66 centimeter. Hierdoor kreeg Purley 178 g te verduren!

Gelukkig gebeuren er anno 2018 nauwelijks nog fatale ongelukken in de racerij. En dat is mooi. Want ik verheug me nu al op de Grote Prijs van Nederland in 2020. In Zandvoort, natuurlijk!

Hier een geweldige korte docu uit 1968 over Ben Pon, met camerawerk van een nog piepjonge Jan de Bont en met Pet Sounds van The Beach Boys als soundtrack:

Deel dit artikel