'En Mick Boskamp werd redacteur Brood'

Actueel

'En Mick Boskamp werd redacteur Brood'

Door -

Deel dit artikel

Vandaag is het 18 jaar geleden dat Herman Brood stierf. In Zomergasten van de VPRO noemde Henk Jan Smits hem de grootste marketingmachine die Nederland ooit gekend heeft. En ik weet daar alles van…

Iemand die zoveel nonsens wist op te schrijven, kwam goed van pas in de strategie om Nederland te overladen met Brood.

 In de uitstekende Broodbiografie ‘Rock ‘n’ Roll Junkie’ van Jan Eilander staat op pagina 217 de volgende passage:

Hitkrant haakte in. Vond een idool dat nota bene om de hoek woonde. Dat elke week, zo nodig elke dag beschikbaar was en overal voor in was. Zanger – met manager – en blad begonnen een een-tweetje. Versterkten elkaars marktpositie. En Mick Boskamp werd redacteur Brood.’ 

Redacteur Brood. Een mens kon het slechter treffen eind jaren zeventig. De eerste keer dat ik Herman ontmoette en interviewde, was in één van zijn favoriete, rijdende hot spots uit die tijd: de eerste klas coupé van een willekeurige NS trein. Hij had me nog nooit ontmoet, maar begroette me vriendelijk met de woorden: ‘Goedemiddag, mijnheer Boskamp’. Betoverd door zijn uitstraling kwam ik, 23 lentes jong, terug op de redactie van het popweekblad en schreef een artikel waar geen touw aan vast te knopen was. Herman en manager Koos van Dijk vonden het prachtig. Iemand die zoveel nonsens wist op te schrijven, kwam goed van pas in de strategie om Nederland te overladen met Brood.

Geen eindeloze dopeverhalen 

Boskamp reisde met Brood mee in de limousine. Werd door Koos van Dijk vrijwel dagelijks op de hoogte gehouden van elk mogelijk nieuwtje. Hij publiceerde elke week een foto. Schreef elke week een stukje. Over Brood. Niet over de Wild Romance. En ook niet over muziek. Boskamp zegt: “Herman wist precies wat wij nodig hadden. Geen eindeloze dopeverhalen, maar kneuterdingetjes”’ (uit Rock ‘n’ Roll Junkie)

Bladerend door een Hitkrant uit die tijd, stuit ik op een kop boven een artikel en schiet in de lach. Alsof niet ik, maar iemand anders van Godlos was toen ‘ie ‘m bedacht.

‘Marco Bakker is niet de vader van Herman Brood.’ 

Allerlei gedachtes en herinneringen schieten door mijn hoofd. Wanneer had ik ook alweer dat stuk geschreven over Herman’s gouden plaat? Over die krankzinnige dag in Leeuwarden?

In Hitkrant 5 begon het gelijk goed. Een uitgebreid verslag van wat misschien wel de slimste publiciteitsstunt van het duo Brood/Van Dijk was. Op de trappen van het paleis van justitie in Leeuwarden waar het hoger beroep diende tegen een veroordeling van drie weken hechtenis, liet Brood zich de gouden plaat voor Cha Cha uitreiken. Door Aage M., de gentlemaninbreker, de brandkastenkraker met z’n thermische lans. Mick Boskamp schreef: “Ik zeg het eerlijk. Dit wordt een partijdig procesverslag. Verdachte Herman B. die op een vroege donderdagochtend in het Friese Leeuwarden in hoger beroep van een eerder vonnis ging, had namelijk veel te verliezen. Want hoe leg je zes mensen, tezamen de Wild Romance vormend, uit dat ze acht weken zonder Brood moeten zitten…”’ (uit Rock ‘n’ Roll Junkie)

Onder het rokje van een mooie vrouw

Bijna een half jaar lang schreef ik elke week over Brood in de Hitkrant. Soms zocht ik het ‘nieuws’ zelf op in een NS coupe of in een hotelbar, soms werd ik gebeld door manager Koos van Dijk die een balletje opgooide voor een verhaal, een balletje dat ik gretig inkopte. Maar in de herfst van 1979 kwamen er plotseling scheurtjes in het ogenschijnlijk onverwoestbare succes van de zanger. Na een niet al te fijntjes verlopen tournee door Amerika verstomden de artikelen. 

Beginjaren 90, toen ik voor Playboy werkte, interviewde ik hem voor de rubriek 20 vragen. Een van de vragen ging over zelfmoord. Hij zei toen: 'Daar moet ik niet aan denken. Want stel je springt van een dak van een gebouw af. En voordat je te pletter slaat, kun je nog net onder het rokje van een mooie vrouw kijken...' 

Op 11 juli 2001, toen ik op weg naar huis op de Apollolaan reed, en mijn auto stopte om te vragen waarom er huilende mensen voor het Hilton stonden, was die uitspraak van Herman het eerste dat me te binnen schoot. Bizar.

De laatste keer dat ik hem zag, was ergens in ’98. Hij kwam The Escape aan het Amsterdamse Rembrandtplein binnen en ik verliet de zaak net. Toen hij me passeerde, hield hij even stil en zei: ‘Goedenavond, mijnheer Boskamp’. Daarna liep hij glimlachend verder.

Hieronder de link naar de volledige Herman Brood-film Cha Cha uit 1979. Let op de beginscène. Weer een sterk staaltje van toeval bestaat niet.

Deel dit artikel