Een warm pleidooi voor méér Goed Nieuws

Actueel

Een warm pleidooi voor méér Goed Nieuws

Door -

Deel dit artikel

Mannenzaken heeft, zeker na vorige week, een grotere behoefte aan goed nieuws dan ooit. Daarom vragen we het NOS-Journaal om met ons mee te doen.

Willem: Het speelt al een tijdje in mijn hoofd. En met 'Het' bedoel ik 'Het nieuws' zoals we dat dagelijks uitgeserveerd krijgen. Wat vind jij ervan?

Mick: Nou ja, ik zat er de afgelopen dagen middenin. En dan bedoel ik midden in de negativiteit die dagelijks over ons wordt uitgestort. Normaal gesproken maak ik me daar niet zo druk over, maar met Utrecht en Baudet achter de kiezen, begon ik me ermee te bemoeien op social media. En ik merkte toen dat het me meesleurde in een negatieve draaikolk. Terwijl je weet dat ik een lachebekje ben en daarom ook zo graag Mannenzaken doe met jou als collega feestneus...

W: Dat is precies wat ik bedoel. Het niet met iemand eens zijn is één ding. Maar om iemand vanwege een andere mening te schofferen, dat is niet fijn. Kan ook niet de bedoeling zijn als je iemand van jouw gelijk wilt overtuigen. De hamvraag is, waarom gebeurt het? Waarom wordt die botte bijl zonder enig voorbehoud meteen van stal gehaald? Zou het iets te maken kunnen hebben met de wijze waarop 'Het Nieuws' aan de mens wordt gebracht?

‘Het is zo normaal dat het nieuws negatief is, dat we er zogenaamd mee hebben leren leven. Het vormt je, het kneedt je.’

M: Ik denk het wel. Ik zei net dat ik me normaal gesproken niet zo druk maak om het nieuws, maar dat is natuurlijk niet helemaal waar. Want het is net als met George Orwell's 1984. Het is zo normaal dat het nieuws dat bij ons binnen komt negatief is, dat we er zogenaamd mee leven. Het vormt je, het kneedt je. Daarom denk ik ook dat negatieve publiciteit veel beter scoort dan positief nieuws. Om de simpele reden dat we niet beter weten. Omdat we negatief nieuws gewend zijn.

W: Laten we eens naar het NOS-journaal van acht uur kijken, wat toch als ijkpunt van het nieuws mag worden beschouwd. Ik weet niet hoe jij het beleeft, maar ik zie eigenlijk steeds hetzelfde. Slecht nieuws, uiteraard. Maar de verslaggeving is zó routineus, zó zielloos bijna, dat je het gevoel krijgt steeds naar hetzelfde nieuws te kijken. De locaties zijn anders, en de aantallen variëren... maar dat is het dan ook. Ik besef dat ik nu chargeer, maar begrijp je wat ik bedoel? De verslaggeving vorige week rond en in 'Utrecht' sprak wat dat betreft boekdelen. Een NOS-verslaggever ter plaatse zei achteraf dat ze de hele dag geen idee hadden wat er nou eigenlijk aan de hand was! Dus word je een dag lang geïnformeerd met louter aannames en veronderstellingen, want die ploeg staat daar nu eenmaal en moet zendtijd vullen... Ik wil wel weten wat er aan de hand is, maar dan moet het ook geduid worden. Met een onderbouwde uitleg over het hoe, waarom, waar en wie. Ik wil er iets van kunnen opsteken. Nu is het vaak niets meer dan een deftige vorm van webcam-verslaggeving. Ze kunnen wat dat betreft nog een heleboel leren van de wielrenverslaggevers, die behoorlijk onderhoudend en altijd goed geïnformeerd probleemloos een hele etappe aan elkaar praten.

M: Ik begrijp het helemaal. Het NOS-journaal zendt een mantra uit dat slecht nieuws heet. En dan vraag ik me af - en daar heb jij me nog niet zo lang op moeten wijzen, kun je nagaan hoe gehersenspoeld ik ben - ja, dan vraag ik me dus af: is er dan die dag nou echt helemaal niets leuks gebeurd in de wereld? Dat misschien beter het vermelden waard was geweest dan – zoals in het geval van Utrecht – een dag lang geen nieuws brengen alsof het nieuws is.

‘Daarom zou ik de hoofdredactie van het Journaal willen voorstellen om - wat er ook gebeurt - altijd minimaal één Goed Nieuws-item te brengen.’

W: Ik vind dat wij met Mannenzaken een mooi voorbeeld zijn. We bereiken weliswaar 'wat minder' mensen dan het Journaal:-), maar onze lezers worden in het algemeen behoorlijk blij van ons. En dat laten ze ons merken ook. Daarom zou ik de hoofdredactie van het Journaal willen voorstellen om - wat er ook gebeurt - altijd minimaal één Goed Nieuws-item te brengen. Bij voorkeur met een glimlach. Zodat niet de suggestie wordt gewekt dat er alleen maar slecht nieuws is. Ik las een tijdje geleden een interview met een wetenschapper die had aangetoond dat er in de laatste decennia aanzienlijk MINDER oorlogen zijn gevoerd dan voorheen. Dat de wereld de facto veiliger is geworden. Maar die indruk krijg je echt niet. En weet je wat ik denk... door al die media-aandacht voor slechte, nare zaken stimuleer je acties waarbij onschuldige slachtoffers vallen. Zoals ook voetbal-hooligans gestimuleerd worden door aandacht in de media. Ik durf het haast niet te zeggen, uit piëteit met de mensen die het overkwam, maar de IS-onthoofdingen waren louter PR-activiteiten. Puur bedoeld om angst te zaaien. En dat is goed gelukt, want de media buitelden over elkaar heen om het erover te hebben. Ik denk dan, is er dan echt niemand op zo'n redactie die zegt dat aandacht geven precies datgene is waar ze op uit zijn? Want hoe kun je angst zaaien met iets wat niet wordt verspreid?

‘Als je dat ene dagelijkse Goed Nieuws-item brengt, misschien is dat wel het verlossende lichtpuntje in die donkere tunnel!’

M: Ik vind het standaard Goed Nieuws-item een briljant idee. Helemaal nu ik dat los van jou ook hoorde van mijn goede vriend en Doe Maar-drummer René van Collem. Die zei dat ook! Standaard één item goed nieuws. Maar jij zei het wel eerder. Want nu doe je net alsof je het voor het eerst zegt, maar je zei het laatst ook al tegen me, vaders! Maar ik snap je: in de herhaling zit vaak de kracht. En dan komen we meteen op het nieuws. Als je dat ene dagelijkse Goed Nieuws-item brengt, misschien is dat wel het verlossende lichtpuntje in die donkere tunnel!’ Waardoor we met z'n allen de uitgang weer kunnen vinden.

W: Weet je wat? Dan richt ik me nu meteen rechtstreeks tot de hoofdredacteur van het NOS-journaal: ‘Beste Marcel Gelauff, doorbreek die treurige spiraal van vrijwel uitsluitend negatief nieuws in het Journaal door dagelijks minimaal één positief onderwerp te belichten. René van Collem, Mick Boskamp en ik zeggen: Doe maar!’

Deel dit artikel