De witte sloper hakt erin

Actueel

De witte sloper hakt erin

Door -

Deel dit artikel

'Ruim een week geleden plaatste het Parool een opinie-stuk van me en 8 dagen later krijg ik nog steeds reacties.' Mick Boskamp blikt terug op de hectische dagen na Cokesnuiver, er kleeft bloed aan je handen!

Niet als een stofzuiger, maar daar in mijn eigen plee, terwijl ik de coke doortrok, wilde ik ook reïncarneren. Het was mooi geweest. Ik was er klaar mee, maar er nog lang niet van af.

Niet dat ik er van in de war was, maar de kop boven mijn brief die ik op woensdagmiddag 18 september naar het Parool had gestuurd, was niet door mij bedacht. Ik was geëindigd met de alinea:

Als je van plan bent om een gram coke te scoren voor het weekend, denk dan aan Derk Wiersum, maar vooral aan zijn vrouw en zijn kinderen, denk aan al die onschuldige mensen die nog vermoord gaan worden en aan hoe fijn het voelt als er geen bloed aan je handen kleeft.

Een nasty woord

Dat klonk toch een stuk minder dwingend dan die heftige aanhef. Daarnaast zou ik het woord cokesnuiver nooit gebruiken. Misschien kwam dat wel omdat ik zelf een jaar of dertig met 'enige regelmaat' coke had gesnoven en het daardoor een nasty woord vond. Er zijn er ook niet veel die het woord laten passeren in hun berichten, artikelen, columns of stukken. Als je op google cokesnuiver in tikt, staat de link naar mijn Parool-stuk bovenaan, gevolgd door een verhaal uit 2009 van HP redacteur Ad Franssen met als kop Memoires van een Cokesnuiver, dat als volgt eindigt:

Ik dacht nog even aan een doorgesnoven nacht bij een kunsthandelaar. Die had om zes uur ’s ochtends de laatste gasten – ik zat er natuurlijk weer bij – zijn galerie uit gejaagd door wel vijf volle, onaangebroken pakjes binnenstebuiten te keren. 'Zo,' zei hij, 'en nu is het afgelopen. Eruit!' Iedereen stamelde: 'Godverdomme Karel, wat doe je, wat zonde!' Sommigen schoten zelfs van hun stoel en likten met hun tong over de bepoederde vloer. Alleen de kunstenaar ter ere van wie dit bacchanaal was aangericht, had een helder moment en zei: 'Ik hoop dat ik later reïncarneer als stofzuiger.'

Niet als een stofzuiger, maar daar in mijn eigen plee, terwijl ik de coke doortrok, wilde ik ook reïncarneren. Het was mooi geweest. Ik was er klaar mee, maar er nog lang niet van af.

Drugs uit de illegaliteit

Op drie stond een link op google naar een NRC column van Joris Luijendijk uit 2004, getiteld Hoera, een cokesnuiver! Daarin verhaalde de columnist over een beurshandelaar die een boek over zijn gok- en cokeverslaving had geschreven. Niet gespeend van ironie schreef Luijendijk o.a.:

Rond de financiële sector voelen velen zich denk ik even onmachtig. Het intens optimistische idee dat we alleen maar de psychopaten eruit hoeven vissen, of het cokegebruik aanpakken, of de gokverslaafden in therapie stoppen, vervult wellicht eenzelfde psychologische behoefte; de wereld is simpel en overzichtelijk, en de oorzaken en oplossingen liggen buiten jezelf.

En dat was precies wat ik met de brief had willen zeggen; dat we vaak geneigd zijn om met de vinger naar anderen te wijzen en zelden naar ons eigen aandeel willen kijken. Want daar begint de bewustwording. De meeste kritiek die ik van lezers van die brief kreeg (en tot op de dag van vandaag nog steeds krijg) ging over dat ik de recreatieve gebruiker een schuldcomplex wilde aanpraten, terwijl de overheid in feite schuldig was en nooit had ingegrepen. Of ergo: niet van plan was om drugs uit de illegaliteit te halen. Maar hoe wil je dat laatste doen dan? Dan zou je de rest van de wereld ook mee moeten krijgen, want anders wordt Nederland helemaal een doorgeefluik voor de harde jongens.

Het toeval wilde dat er na mijn brief in het Parool ook signalen uit de politiek kwamen, die ongeveer dezelfde strekking hadden. In het AD van zaterdag 21 september zei Minister Grapperhaus: 'Iedereen die een lijntje snuift, financiert misdadigers'. Toen ik dat las, ging er toch een rlling door me heen. Ik had hetzelfde gezegd, in heftigere bewoordingen zelfs. Maar nu de Minister van Justitie het zei, klopte het opeens niet. Zou dat misschien liggen aan het feit dat de politiek de afgelopen jaren verlamd leek als het de verharding van de drugs-criminaliteit betrof?

Golf van snuifschaamte

Ik kreeg ook veel positieve reacties. Van journalisten die me wilden spreken voor een artikel en de stroopkwast hanteerden om me over de streep te trekken. Ik prikte daar als collega natuurlijk meteen doorheen. Maar ook tegen de tv-en radioprogramma's die me als gast wilden, zei ik nee. Om redenen die ik niet hoef uit te leggen, maar die alles met angst te maken hadden. Ik vond dat ik mijn nek genoeg had uitgestoken. Een ontroerende reactie was van een lieve fellow, die bevriend is met een officier van justitie. Laatstgenoemde had de fellow een appje gestuurd, waarin was te lezen dat hij een verschrikkelijke, uitputtende en heftige dag had gehad naar aanleiding van de moord op Derk Wiersum, maar dat de oproep van een verslaafde in herstel in Het Parool hem wel weer 'vrolijk' stemde.

En zo modderden we de week een beetje door. Met van alles en niets. Als toegift verscheen er vandaag  in de Volkskrant een geweldige column van Sander Donkers. Is een massale golf van snuifschaamte een oplossing voor het grove geweld van drugscriminelen? stond er boven. De column eindigde met:

Het is erg eigentijds om een groot probleem op het bordje van het individu te schuiven, maar is het ook zinvol? Zouden Rutte en Grapperhaus écht geloven dat het aanzwengelen van een massale golf van snuifschaamte, slikspijt en blowberouw een serieuze oplossing is voor het grove geweld van drugscriminelen? Eerder versterkt het volgens mij de indruk dat de overheid het zelf even niet meer weet. 

Aan de andere kant: als al die schaamte ook maar één probleemgebruiker helpt om zijn hardnekkige habit af te schudden, is het in elk geval niet voor niets geweest.

Ik had het zelf niet beter kunnen verwoorden.

Deel dit artikel